Duitsers vervlaamsen Gentse universiteit

Tijdens de Eerste Wereldoorlog komt de Duitse bezetter tegemoet aan een oude eis van de Vlamingen : de vernederlandsing van de universiteit van Gent. Tegen de zin van de Belgische regering in ballingschap opent de Vlaamsche Hoogeschool op 24 oktober 1916 haar deuren. Maar ook een meerderheid van de Vlamingen wilde niet weten van het vergiftigde Duitse geschenk.

De Rijksuniversiteit van Gent wordt 200 jaar geleden gesticht door Willem I, wanneer België nog deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden. In oktober 1817 opent ze voor het eerst haar deuren.

De cursussen worden er gegeven in het Latijn. Dat verandert in 1830 wanneer België onafhankelijk wordt en het Latijn vervangen wordt door het Frans.

Tot het eind van de 19e eeuw telt de Université de Gand jaarlijks zo’n 600 studenten, meestal afkomstig uit de elitaire - en Franstalige - burgerij. Geleidelijk gaan er toch meer stemmen op om cursussen in het Nederlands aan te bieden.

In 1911 dienen drie Vlaamse volksvertegenwoordigers – de zogenaamde ‘kraaiende hanen’ - de katholiek Frans Van Cauwelaert, de socialist Camille Huysmans en de liberaal Louis Franck – een wetsvoorstel in om de universiteit volledig te vernederlandsen.

Door allerlei vertragingsmanoeuvres van hun tegenstanders is hun voorstel nog altijd niet goedgekeurd wanneer enkele jaren later de Eerste Wereldoorlog uitbreekt.

De drie kraaiende hanen en een poster voor een van hun meetings in Gent, voor WOI

Beginfoto: studenten van de 'vervlaamste' Gentse universiteit met een pamflet in de handen ( Universiteitsarchief Gent )

Zodra België bezet is, sluit de Université de Gand – net als alle andere hogescholen in België - haar deuren. Overigens hebben een groot aantal studenten ondertussen hun studentenpet ingeruild voor een soldatenuniform.

In het bezette België probeert de Duitse overheid het Vlaamse gedeelte van de bevolking voor zich te winnen. Op die manier hopen zij verdeeldheid te zaaien, wat België uiteraard zwakker zal maken.

Als onderdeel van de Duitse Flamenpolitik kondigt gouverneur-generaal von Bissing in december 1915 de heropening van de Gentse universiteit aan, waarbij de cursussen voortaan in het Nederlands zullen worden gegeven.

Gouverneur-generaal Moritz von Bissing met het boek "Die Universität Gent, Flandern und das Deutsche Reich", waarin zijn zoon Friedrich Wilhelm de "Flamenpolitik" en de "vervlaamsching" van Gent verdedigt (collectie Daniel Van Acker)

De Gazet van Brussel ("Dagblad voor het Vlaamsche Volk") noemt de beslissing "een heuglijke tijding" en een "wijze beslissing van de heer Von Bissing". Ook De Vlaamsche Post toont zich een uitgesproken voorstander. Dat beide kranten enthousiast op het nieuws reageren is nogal voorspelbaar, want allebei zijn ze door de Duitsers opgericht en worden ze door de bezetter gefinancierd.

Enkele maanden later publiceren meer dan 30 kopstukken uit de Vlaamse beweging echter een open brief waarin zij zich tegen de vernederlandsing van de universiteit keren: niet omdat zij hiertegen zijn, wel omdat zij op geen enkele manier met de bezetter willen samenwerken aan de oprichting van een hogeschool – die ondertussen smalend de Von Bissing-universiteit wordt genoemd. "Geen Vlaamsche Hoogeschool uit Duitsche handen", luidt hun devies.

Als reactie tegen dit Vlaamse protest arresteren de Duitsers twee kopstukken van het verzet – de Gentse professoren Henri Pirenne en Paul Fredericq ( die laatste voor de oorlog nochtans uitgesproken voorstander van de vernederlandsing) – en deporteren hen naar Duitsland.

Links Paul Fredericq, rechts Henri Pirenne, allebei tijdens hun verblijf in het kamp in het Duitse Holzminden ( Universiteitsarchief Gent )

In hun zoektocht naar academisch personeel voor de nieuwe universiteit, contacteren de Duitsers de professoren van de voormalige Université de Gand. Zijn zij ‘bereid’ – en ‘geneigd’ – om in het Nederlands te doceren?

De meeste professoren laten weten dat zij daartoe ‘wel bekwaam, maar niet in staat’ zijn, een antwoord dat hen door Paul Fredericq is ingefluisterd. Slechts 6 professoren bezorgen de Duitsers een positieve reactie.

Ook de Belgische regering mengt zich in het debat. Kort voor de opening van het academisch jaar laat zij vanuit Frankrijk weten dat alle diploma’s na de oorlog waardeloos zullen worden verklaard.

Wie met de Duitsers samenwerkt, zal nooit meer voor de Belgische staat kunnen werken en zal desgevallend uit de Leopoldsorde of een andere nationale orde worden geschrapt.

Hoewel de Duitsers hun initiatief aan de Vlamingen voorstellen als ‘eene schitterende erkenning van hune taalrechten’, jagen zij geen ander doel na dan ‘onder het masker van een schijnheilige bezorgdheid een beweging te verwekken waardoor de nationale eenheid zou worden vernietigd’.

Zo staat het in het Belgisch Staatsblad van 8 oktober 1916. Terzelfdertijd wordt ook gemeld dat na de oorlog ‘zowel op gebied van hooger onderwijs als op elk ander (…) volledige gelijkheid in rechte en in feite zal worden verzekerd’. 

Collectie Universiteitsarchief Gent, © Universiteitsarchief Gent

Een groep professoren van de 'vervlaamste' universiteit tijdens een gezellig samenzijn ( Universiteitsarchief Gent )

Op zaterdag 21 oktober draagt von Bissing de lokalen van de universiteit – die voorheen door de Duitsers waren ontruimd en verzegeld - plechtig over aan de nieuwe rector.

In zijn toespraak benadrukt hij het Nederlandstalige karakter van de instelling : ‘Het is gene Duitse hogeschool die hier moet ontstaan, maar in de eerste plaats zeker gene Franse : zij moet worden ene Nederlandse hogeschool die diep in het Vlaamse volk wortelt’.

De Duitse gouverneur-generaal is ervan overtuigd dat de Vlaamsche Hoogeschool ‘door het geheele Vlaamsche gebied en ver daarbuiten met vreugde zal worden begroet, want men ziet erin de waarborg voor de toekomst van de geestelijke ontwikkeling van dit land’.

Drie dagen later wordt het academisch jaar plechtig geopend in de grote universiteitsaula in de Voldersstraat. Eén van de ‘Vlaamse’ professoren – professor Van den Berghe – is ondertussen overleden. Na de plechtigheid drie dagen eerder keerde hij in de nachtelijke vrieskoude terug naar zijn woning in Sint-Martens-Latem, waar hij terstond een fatale beroerte kreeg.

Het programma van de "plechtige heropening der lessen" in oktober 1916 en 1917 (Universiteitsarchief Gent )

Tijdens de openingsplechtigheid houdt de nieuwbakken rector Peter Hoffmann een toespraak over de sociale rol van hogescholen. Hij is een geboren Luxemburger, voornamelijk opgeleid  in Duitsland, maar reeds jarenlang als professor Letteren en Wijsbegeerte aan de universiteit verbonden.

De plechtigheid wordt afgerond met een orkestrale uitvoering van het Nederlandse volkslied Wilhelmus en De Vlaamse Leeuw.

Dat de opening van de universiteit met veel luister gepaard gaat, veroorzaakt heel wat wrevel bij de Gentse bevolking. De voorbije maanden is voedsel in de stad, zoals elders, alsmaar schaarser geworden, en sinds begin oktober worden arbeiders uit de stad weggevoerd om elders onder dwang te gaan werken.
 

Rector Hoffmann tijdens zijn toespraak in de aula in de Volderstraat (Universiteitsarchief Gent )

Tal van Vlaamsgezinde kranten en verenigingen reageren enthousiast op de opening. Naar hun mening is een Vlaamse hogeschool geen gunst van de bezetter of verraad aan eigen land, maar een recht van het Vlaamse volk.

Lijnrecht daartegenover klinkt het in het Belgisch Dagblad (dat tijdens de oorlog in Nederland werd uitgegeven) :

Heden, 24 october, opening van de Vlaamsch-Duitse hoogeschool te Gent, is het een rouwdag voor het Vlaamsche volk.

Het Vlaamsche volk, dat goed en bloed veil heeft voor het Belgisch vaderland, waaraan ’t onafscheidelijk wil verbonden blijven, verstoot uit al zijne kracht, het geschenk van den twistzaaienden vijand en zal niet rusten tot die anti-Belgische hoogeschool zal verdwijnen met de verraders die haar hielpen oprichten.

De pro-Duitse 'Gazet van Brussel' wijdt een hele krant aan de 'vervlaamschte hoogeschool' op 22 oktober 1916 (Universiteitsarchief Gent)

Het academisch korps van de nieuwe universiteit telt 43 leden, waaronder slechts 7 oudgedienden. Bijna een vierde van de docenten komt uit Nederland of Duitsland.

De Vlaamsche Hoogeschool biedt cursussen aan in vier faculteiten: wijsbegeerte en letteren, rechten, wiskunde en natuurkunde en wetenschappen. Daarnaast zijn er ook drie hogescholen waar de studenten technische vakken, handelswetenschappen en land- en tuinbouw kunnen volgen.

Aanvankelijk hebben zich slechts enkele tientallen studenten ingeschreven, een aantal dat in de loop van het jaar zal stijgen tot 138.

Velen zijn ervan overtuigd dat zij hiermee de juiste keuze maken, anderen schrijven zich in om te ontsnappen aan verplichte arbeidsdienst. Hoewel het aantal studenten vanaf het tweede jaar stijgt tot zo’n 400, blijft dit nog altijd minder dan een derde van het aantal studenten voor het uitbreken van de oorlog.

Studenten op de trappen van de Aula (BUFA)

In 1917 viert de universiteit haar honderdste verjaardag met een luxueus banket in de rijkelijke salons van het Grand Théâtre, de huidige Vlaamse Opera.

In haar oorlogsdagboek noteert Virginie Loveling dat 600 zangers aan de feestelijkheden deelnemen en 150 tot 200 studenten zingend en met ontplooide vaandels door de straten trekken.

Opnieuw haalt de Gentse bevolking misnoegd de neus op. ‘Het mag wenschelijk en billijk heeten, dat Vlamingen in de landstaal worden onderricht ; maar populair is dit in Gent niet’, aldus Loveling.

In april 1918 vertrekt rector Hoffmann met ziekteverlof. Enkele maanden later overlijdt hij. Op 15 oktober wordt het derde academiejaar geopend door waarnemend rector Reimond Speleers.

Ondertussen keren echter de oorlogskansen en is het voor iedereen duidelijk dat het einde van de oorlog snel dichterbij komt. Minder dan een week na de academische opening worden de lessen alweer geschorst en de universiteit gesloten.

Een maand later wordt de Wapenstilstand ondertekend.

De feestelijke opening van het studentenhuis 'Hou ende Trou' in de Gentse Sint-Pietersnieuwstraat in 1917. In het midden achteraan Ludwig von Falkenhausen, die de intussen overleden Freiherr von Bissing was opgevolgd als gouverneur-generaal van bezet België (Universiteitsarchief Gent )

Na de bevrijding wachten hoogleraren en studenten zware straffen: benoemingen worden ingetrokken, diploma’s ongeldig verklaard.

De Belgische overheid beseft echter dat ze de eis voor een Vlaamse hogeschool niet eeuwig voor zich uit kan schuiven.

Nog in november 1918 stelt koning Albert hoger onderwijs in het Nederlands in het vooruitzicht. In een eerste fase zullen Franstalige en Nederlandstalige cursussen naast elkaar bestaan.

Paul Fredericq – teruggekeerd uit zijn gevangenschap in Duitsland – wordt de nieuwe rector, terwijl het portret van voormalige rector Peter Hoffmann uit de aula verwijderd wordt.

Ontgoocheld door de felle anti-Vlaamse reacties en kritiek op zijn nochtans gematigde houding geeft hij er al na enkele weken de brui aan. Kort daarop overlijdt hij aan een beroerte. Zijn voormalige medegevangene Henri Pirenne volgt hem op.

Het eeuwfeest dat in 1917 plaatsvond, wordt ondertussen bestempeld als ‘een schandvlek die zo snel mogelijk uitgewist moet worden’.

Spotprent uit De Amsterdammer van 16 november 1918: de koning komt terug, en samen met de 'Pruis' slaan de aktivistische professoren op de vlucht ( met dank aan Daniel Van Acker)

De studenten die zich tijdens de oorlog aan de universiteit inschreven, zijn er niet langer gewenst. Wanneer de studentenbewegingen voor hen amnestie vragen, stuiten zij op hevig verzet van rector Pirenne, die tijdens de oorlog zijn zoon verloren heeft.

Pas wanneer het ministerie van Onderwijs hem opdracht geeft voormalige studenten van de von Bissing-universiteit toch toe te laten, haalt hij bakzeil. Vanaf 1921 kunnen de voormalige oorlogsstudenten zich opnieuw inschrijven.

Het initiatief van von Bissing heeft de vernederlandsing van de Gentse universiteit in een kwaad daglicht gesteld. In de naoorlogse jaren ligt het thema gevoeliger dan ooit, waardoor de vernederlandsing – die reeds voor de oorlog op de agenda van het parlement stond – in de praktijk nog verder vooruit wordt geschoven.

Terzelfdertijd drijven de discussies rond de Vlaamsche Hoogeschool ook de Vlamingen uit elkaar in activisten (die actief wilden meewerken met de Duitse bezetter in de hoop dat dit Vlaanderen ten goede zou komen) en passivisten (die de realisatie van Vlaamse belangen niet schatplichtig wilden maken aan de Duitsers). Eén en ander had tot gevolg dat de universiteit van Gent pas in 1930 volledig Nederlandstalig werd.

Activistische studenten met hun typische petten op de Kouter in Gent (Universiteitsarchief Gent )

Over het activisme tijdens de Eerste Wereldoorlog: HET ACTIVISTISCH AVONTUUR, Daniël Vanacker, Academia Press, 2006

Meest gelezen