Amerika heeft enorm potentieel, maar is erg verdeeld

In de rubriek "Vlamingen in de VS" laten we Vlamingen aan het woord die in één van de staten van Amerika wonen. Zij beschrijven hoe ze de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 8 november ervaren. Vandaag: Ohio.

De Amerikaanse verkiezingen zijn een spektakel. De verkiezingen zijn natuurlijk heel belangrijk, maar nog belangrijker is de grote verdeeldheid van Amerika. Zolang die verdeeldheid er is, is er weinig mogelijk, hoe goed een president ook is en ondanks alle goede bedoelingen. De "yes we can" van Obama heeft geen kans gekregen, want er was geen "we" . De tegenpartij had beslist om hem het leven zuur te maken. Wat hij ook probeerde, het werd afgekeurd en als ongrondwettelijk bestempeld. En alles wat fout ging, was zijn schuld, ebola en IS inbegrepen.

Het risico bestaat dat dit opnieuw gebeurt, wie er ook wint. Verdeeldheid en haat domineren de politiek in Amerika. Beide kandidaten om Obama op te volgen, worden op grote schaal gehaat. Die haat mag ook publiekelijk worden uitgesproken, door mensen die overigens doorgaans zeer vriendelijk in de omgang zijn. Politiek geïnspireerde verbale agressie is geen probleem, als het maar geen fysieke agressie wordt, want fysiek geweld is taboe.

Toch komt het in dit land vaak tot fysieke agressie, gelukkig niet in de politiek maar wel in andere omstandigheden, misschien wel omdat zoveel mensen wapens hebben, maar misschien ook omdat niet alleen positieve maar ook negatieve gevoelens hier in Amerika zo sterk kunnen zijn, ook in de politiek.

Land van emoties

Amerika is een land met een groot potentieel en een enorme creativiteit, maar het is ook een land van emoties, van simpele ideeën en van conservatieve waarden. Die drie gaan heel goed samen. Alles wordt opgedeeld in goed en kwaad, vaak op grond van conservatieve morele waarden.

Amerikanen zijn heel enthousiast over wat ze goed vinden en het goede liefhebben, betekent dat je het kwade mag haten en mensen mag veroordelen. De eerste steen wordt elke dag gegooid en het laatste oordeel wordt hier en nu geveld, soms ook in naam van de grote hemelpoortbewaker.

Donald Trump heeft het voordeel dat hij zijn emoties toont en simpele ideeën verkondigt. Een minpunt is zijn gebrek aan conservatieve morele waarden. Toch is hij er in geslaagd om ook in conservatieve christelijke middens populair te zijn door zijn aureool van succesvol zakenman en winnaar.

In het verleden hebben conservatieve christelijke kandidaten het in de Republikeinse voorverkiezingen moeten afleggen tegen een andere kandidaat. Daarom zijn sommigen tot het inzicht gekomen dat het beter is om aan de kant van de winnaar te staan, om die winnaar vervolgens de conservatieve christelijke standpunten te laten doordrukken, ook al is het niet diens overtuiging. Voor wat hoort wat, zoals in het zakenleven.

In vergelijking met Trump mist Hillary Clinton de emotie. Ze komt over als koel en berekend, haar ideeën zijn te genuanceerd, en ze is niet conservatief.

Niet alle feiten tellen

Natuurlijk zijn niet alle Amerikanen conservatief, maar het gemiddelde hier ligt veel hoger dan in Europa. Ook het verschil tussen wie het financieel goed heeft en alle anderen is in Amerika groter dan in Europa. Onder het welstellende deel van de bevolking vind je zowel conservatieve als liberale meningen. In de meeste intellectuele beroepen domineren de liberale opvattingen, terwijl in zakelijke middens de conservatieve waarden sterker zijn.

Onder de minder welstellende bevolking bestaan er ook grote verschillen. De zwarte bevolking en de immigranten stemmen meestal op een Democraat ook al zijn ze vaak sociaal conservatief. Ze stemmen zo om economische redenen. Onder de blanke bevolking en op het platteland stemt men vaak Republikeins, om ethische maar verrassend ook om economische redenen.

De Democraten hebben de groeiende kloof tussen arm en rijk niet kunnen tegengaan. Hoewel ze zogezegd opkomen voor de armen leven de prominente figuren zelf op grote voet en zijn ze bereid tot allerlei compromissen waar de hardwerkende niet welstellende bevolking niet beter van wordt.

De Republikeinen verkondigen dat wat goed is voor de rijken ook goed is voor de werkgelegenheid en maken handig gebruik van de welstandskloof door die toe te schrijven aan de Democraten die proberen de vrijheden van werkgevers en grote bedrijven in te perken. Dat is volgens de Republikeinen nadelig voor de werkgelegenheid. Om dezelfde reden mag het minimumloon nog niet omhoog. Het feit dat de werkeloosheid zich nu op een historisch laag peil bevindt, maakt geen deel uit van de discussie.

Niet alle feiten tellen. De twee tegenstellingen in de politiek, tussen sociaal (en ethisch) liberaal en conservatief en tussen economisch (en fiscaal) liberaal en conservatief vallen in Amerika grotendeels samen, op de kleine libertaire fractie na die sociaal liberaal en economische conservatief is. Omdat de landelijke bevolking en de minder welstellende bevolking, zoals overal ter wereld, sociaal en ethisch conservatiever zijn (bijvoorbeeld minder tolerant voor holebi's), stemmen zeer veel mensen voor een partij die tegen de verhoging van het minimumloon is en tegen sociale voorzieningen zoals het recht op zwangerschapsverlof.

Was vroeger alles beter?

Nergens ter wereld is alles perfect. Ook overal ter wereld geloven mensen dat het vroeger beter was, dat er nu wel problemen zijn door de schuld van (vul maar in), maar dat het weer beter kan worden. Men vindt deze ideeën in de politiek, in ideologieën en in godsdienst.

Eens was er het aards paradijs, nadien is het slechter beginnen te gaan, maar dan kwam er een verlosser die, als je hem volgt, alles weer goed zal maken. Politieke figuren spelen in op de verlossingsgedachte (met deze man wordt alles anders, durven veranderen, "yes we can", "we shall overcome") en mensen geloven het elke keer bij wijze van troost en als boodschap van hoop als het moeilijk is.

Een combinatie van hoop en een kort geheugen is een goede remedie voor klachten allerhande. Trump heeft zijn eigen versie van het heilsverhaal met "Make America great again". Je kan het de heilsverkondigers niet kwalijk nemen, want ze geloven zelf in hun verhaal.

Mensen zijn niet dom, maar willen erkenning

Een ander punt in het voordeel van Trump is dat hij zegt wat mensen denken. Populisme kan men dat noemen, maar dat is slechts een woord. Wat het betekent is dat een groot deel van de bevolking een taal spreekt die de meeste politici niet gebruiken, en dingen denkt en ook al eens zegt die politiek niet correct zijn.

Mensen worden daarvoor negatief beoordeeld door de elite terwijl wat mensen denken, hun opinies en wat ze voelen, deel van hun identiteit uitmaakt en als ze voor die ideeën, die woorden en gevoelens niet gerespecteerd wordt, dan worden ze ook niet gerespecteerd in hun identiteit. Er is niets erger dan ontkend te worden. Als iemand die wel succesvol is dezelfde taal gebruikt, dezelfde dingen zegt en dezelfde gevoelens uitdrukt en daarvoor aandacht krijgt, dan voelt men zich erkend.

Mensen zijn niet dom maar allemaal willen we erkenning voor wat we denken en voelen. We geloven allemaal in wat we denken en we geloven in mensen die zeggen wat we denken. Populisten geven erkenning aan grote delen van de bevolking die zich niet erkend voelen. Het woord is goed gekozen. Dat populisten soms een loopje met de waarheid nemen en zelfs durven liegen, is een minder kwaad want ook andere politici doen het, en, wat is een loopje met de waarheid nemen?

In Amerika en meer en meer ook in Europa is de toetssteen voor waarheid gebaseerd op gevoelens en niet zozeer op objectieve feiten. Feiten gebruiken in een discussie is immers een uitdrukking van een mening en van gevoelens.

Wie wint?

Zal Trump dan toch de verkiezingen niet winnen? Er zijn meerdere redenen om te denken dat hij van Clinton zal verliezen. Geschoffeerde bevolkingsgroepen zullen niet voor hem stemmen. Evenmin willen mensen stemmen voor een ruziemaker. De bevolking heeft haar buik vol van ruziemakende politici. Een president mag wel narcistisch zijn, maar geen ruziemaker of chaoot.

Het oneens zijn met je tegenstander is op zich geen probleem, maar met zowat iedereen ruziemaken als je je zin niet krijgt, is dat wel. De toenemende positieve evaluatie van Obama is misschien wel gebaseerd op zijn beheerste en beleefde stijl die opvalt in een tijd van politiek geruzie tijdens de voorverkiezingen en van de dagelijkse verbale exploten en de onbeheerste stijl van Trump.

Over geld heb ik nog niet gesproken, terwijl het uiterst belangrijk is in de Amerikaanse verkiezingen, maar ook geldschieters zijn bang voor Trump, zijn ontembare temperament, zijn grillen en zijn oppervlakkigheid.

Om al die redenen wordt de democratie hier ernstig op de proef gesteld. Daarin is Amerika niet uniek. België is een ander voorbeeld. Democratie is per definitie des mensen, van alle mensen, en dat het er aan te zien is, kan men haar niet kwalijk nemen. Het diepgewortelde geloof in maakbaarheid en het fundamenteel optimisme van Amerika zijn hopelijk sterk genoeg om politieke ontsporingen te voorkomen.