Een klasse-universiteit in een strijdstaat

In de rubriek "Vlamingen in de VS" laten we Vlamingen aan het woord die in één van de staten van Amerika wonen. Zij beschrijven hoe ze de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 8 november ervaren. Vandaag: Ohio.

"Ik ben activiste", kondigt ze aan. "Ik ga ervoor zorgen dat jullie allemaal geregistreerd staan om te stemmen." Het is het begin van het semester, de studenten tekenen present voor de eerste les, de ene met al wat meer bravoure dan de andere. Ik kijk om me heen en zie de andere studenten wat ongemakkelijk op hun stoelen heen en weer schuiven. Hier en daar draait er zelf een met z’n ogen.

Ik heb wat medelijden met haar, mijn studente. Ik twijfel even of ik voort zal ingaan op het onderwerp stemmen, maar besluit het maar niet te doen. Ja, dat leest u goed: zelfs het onderwerp: "een voter worden" maakt mijn studenten ongemakkelijk.

Aan de ene kant zijn het natuurlijk gewoon tieners en vroege twintigers die politiek overwegend saai vinden, maar aan de andere kant is er ook wat meer aan de hand, zeker met deze verkiezingen.

Ohio is een strijdstaat die opnieuw op het scherp staat tussen de Democratische en de Republikeinse kandidaat. Met een Republikeinse gouverneur, maar die heeft zich duidelijk tegen Trump gekeerd. Trump en Clinton hebben dan ook om de beurt de peilingen aangevoerd hier, al begint het erop te lijken dat Clinton het wel eens zou kunnen halen.

Met 65.000 studenten is onze campus één van de grootste in de Verenigde Staten. Ohio State University -de grote staatsuniversiteit van Ohio- heeft een zogenoemde 10%-regel: de top 10% van de leerlingen in het laatste jaar van de middelbare school heeft automatisch een plaatsje aan onze universiteit. Van de 65.000 zijn er ongeveer 41.000 van Ohio, en dankzij die 10% komen ze werkelijk van over de hele staat.

Eerder conservatief klimaat op de campus

Voor de Democraten is de jonge bevolking van Ohio van levensbelang: in een staat waar enkele duizenden kiezers het verschil kunnen maken tussen een Democratische en een Republikeinse kandidaat, kan de stembusgang van de jongeren de verkiezing bepalen. Hoewel universiteitsstudenten over het algemeen eerder Democratisch stemmen, is het algemene klimaat hier in Ohio eerder conservatief op het moment, en dat is toch ook wel echt voelbaar hier aan de universiteit.

Er is tijdens deze presidentsverkiezingen weinig politieke activiteit op de campus. Zowel de activiteiten van de Democratische als van de Republikeinse studentenverenigingen staan op een vrij laag pitje. In 2008 en 2012 was dat wel anders. Obama liep hier zowat de deur plat, en zijn campagne was heel prominent aanwezig via de grote deelname van de studenten. In 2012 kondigde hij hier zelfs zijn herverkiezingscampagne aan.

Maar plots was ze daar dan toch, Hillary Clinton. Een tijdje geleden, in het zog van het tweede presidentiële debat, werd een bezoek van Clinton aan de campus aangekondigd. Er kwamen zo’n 18.500 mensen op af, haar grootste bijeenkomst van de campagne tot nu toe. Ter vergelijking: voor Obama stonden ze hier met 35.000.

Dat de jeugdige stemmers een pak minder enthousiast zijn over Clinton mag duidelijk zijn. Hoe komt dat dan toch?

Waarom heeft Trump hier zoveel aanhang?

Een groot deel van mijn studenten komt uit het landelijke Ohio waar Trump hoge noten scoort, en nog eens een flink deel (waaronder Afro-Amerikaanse studenten) komt uit de wegkwijnende steden in het noorden van de staat.

Hoewel veel van mijn studenten in de middenklasse zijn opgegroeid, wordt de welvaart van die laatste steeds meer precair in gemeenschappen die zeer gevoelig zijn aan de minste economische verandering: van de tanende grootindustrie in steden zoals Cleveland, Dayton, en Toledo, tot de uitgeholde en zwaar verarmde gemeenschappen aan de voet van de Appalachen, waar de steenkool- en houthakkersindustrie er zwaar op achteruit is gegaan in de laatste 20 jaar. Veel van mijn (blanke) studenten komen dan ook uit een thuisomgeving die heil ziet in een stem voor Trump.

Het is makkelijk om vanop afstand met afgrijzen te reageren op zulke Trump-stemmers, maar dergelijke reacties gaan al te vaak voorbij aan de harde realiteit van grote delen van deze staat die wegzakken in werkloosheid, met een industrie die grotendeels weggetrokken is, een ouderwets vakbondssysteem dat weinigen nog kan helpen, een groot gebrek aan state services, en een exploderende heroïne-epidemie in de landelijke delen van de staat.

Ook al zijn mijn studenten dan wel naar de grote universiteitsstad verhuisd, het is niet altijd makkelijk voor hen om afstand te nemen van de ontgoocheling en antipolitieke tendensen die heersen in hun thuishaven. Je mag dan zelf wel vinden dat die zatte nonkel die op het familiefeest luidkeels Trump aan het ophemelen is, een vervelende "loser" is, het is heel wat anders als een politica zoals Clinton publiekelijk de volgelingen van Trump "deplorables" noemt, zoals ze onlangs deed. Daarmee toont ze weinig begrip voor de achtergrond waaruit vele van mijn studenten komen.

Anti-stem of geen stem

Terwijl enthousiasme voor verandering en hoop voor de toekomst immens bijdroeg aan de populariteit van de campagnes van Obama, is inmiddels de teleurstelling over de beperkingen en het potentieel van veranderingen overgeslagen in een politiek cynisme. Een dergelijk cynisme slaat al makkelijk om in een anti-stem- of gewoon geen stem.

Wie er van plan was om te gaan stemmen, vroeg ik mijn studenten gisteren. Van de 39 staken er amper 19 hun hand op. Dat was even slikken. Ik keek eens even goed rond. En wat bleek? Het waren voornamelijk de Afro-Amerikaanse studenten, een flink deel van de meisjes, en de kinderen van migranten, die van plan waren om te gaan stemmen. Om te winnen, vrees ik dat Clinton ook de rest zal moeten meekrijgen.