Hoe goede peilingen slecht kunnen zijn voor Hillary Clinton

Dat Hillary Clinton het in de peilingen veel beter doet dan haar Republikeinse rivaal Donald Trump, speelt niet alleen in haar voordeel, integendeel. Als al haar voorstanders er zo van overtuigd zijn dat ze gaat winnen, zouden er wel eens heel wat kunnen thuisblijven.

Gemiddeld staat Hillary Clinton zo'n 6 procentpunten voor op Donald Trump in de peilingen, met uitschieters tot 12 procent. De Democrate lijkt op amper enkele weken voor de presidentsverkiezingen zeker van winst, maar is dat wel zo? De geschiedenis leert ons immers dat -los van eventuele schandalen die Wikileaks nog in zijn mouw heeft zitten- net de positieve peilingen Clinton het meeste pijn kunnen doen.

In 1948 nam zittend Democratisch president Harry Truman (foto) het op tegen de Republikein Thomas Dewey. In zo goed als alle opiniepeilingen stond Dewey voor op Truman. De Democraat leek geen schijn van kans te hebben. Toch heeft uiteindelijk Truman het gehaald. De meeste Republikeinen waren door al die peilingen in hun voordeel zo overtuigd van de winst van hun kandidaat, dat ze niet meer zijn gaan stemmen.

In de recentere geschiedenis zijn er ook voorbeelden te vinden van dergelijke uitkomsten. Denk bijvoorbeeld aan het brexit-referendum in Groot-Brittannië. Hoewel het nee-kamp in iedere peiling het duidelijk zou halen, zijn de Britten uiteindelijk toch uit de Europese Unie gestapt. Belangrijke kanttekening is wel dat er uiteraard nog andere effecten hebben meegespeeld in de overwinning van het ja-kamp.

Als Clinton haar voorsprong in de peilingen dus ook wil verzilveren, moet ze de komende weken ervoor zorgen dat ze haar aanhangers in beweging zet om ook effectief te gaan stemmen op 8 november.