Middeleeuwse Gentenaars kapten bossen in sneltempo kaal

Tussen de 10e en de 12e eeuw hebben de inwoners van Gent zowat alle bruikbare bomen in de wijde omgeving gerooid. Dat blijkt uit onderzoek van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). De oorzaak was de snelle bevolkingsgroei die de stad in die periode kende.
Houtfragmenten uit de laag afval onder het Emile Braunplein.

Ontbossing in Vlaanderen: het is een gevoelig thema dat regelmatig tot een stevig maatschappelijk debat leidt. Zo is al maanden veel te doen om de uitbreiding van het transportbedrijf Essers in Genk ten koste van verschillende hectaren natuurgebied. Vandaag beheerst dan weer een oude verkavelingsvergunning in het Kluisbos in Kluisbergen het nieuws, inclusief het verzet van de gemeente en van buurtbewoners.

Nieuw onderzoek van het KBIN bewijst dat ontbossing niet louter een hedendaags fenomeen is, maar al in de middeleeuwen een wijdverspreide praktijk was, al zeker in Gent en omstreken. In een periode van amper tweehonderd jaar hebben de Gentenaars destijds zo goed als alle bruikbare bomen in de omgeving gerooid voor de bouw van huizen of als brandstof.

Emile Braunplein

Tussen de 10e en de 12e eeuw groeide Gent uit van een kleine handelsnederzetting tot een metropool met 65.000 inwoners. Tegen het einde van de 12e eeuw was de stad na Parijs de grootste ten noorden van de Alpen.

Die snelle bevolkingsgroei had nefaste gevolgen voor de bossen in de wijde omgeving van de stad, zo heeft archeobotanist Koen Deforce (foto onder) van het KBIN ontdekt. Hij analyseerde een laag middeleeuws afval van zowat 110 centimeter dik onder het Emile Braunplein in Gent. Dat afval bevatte tal van stukjes hout en houtskool. Hieruit kon hij de verschillende boomsoorten afleiden die de Gentenaars in de middeleeuwen gebruikten.

Van eik naar els

Deforce stelde vast dat Gentenaars rond 950 kwalitatief hoogstaande houtsoorten als eik gebruikten om hun huizen te bouwen (foto onder: een fragment eikenhout onder de microscoop). Ook voor brandhout deden ze een beroep op hoogwaardige houtsoorten als beuk, haagbeuk, berk en eik.

Honderd jaar later waren deze houtsoorten grotendeels opgebruikt en schakelden de Gentenaars noodgedwongen over op matige houtsoorten als essenhout. Na 1100 ging het van kwaad naar erger. In de tweede helft van de 12e eeuw waren de inwoners genoodzaakt "slechte" houtsoorten als els te gebruiken.

Invoer

Tegen het einde van de 12e eeuw was hout in en om Gent een schaars product geworden. De inwoners moesten toen zelfs constructiehout invoeren om hun huizen te bouwen. Om zich te verwarmen schakelden ze over op turf.

Deforce merkt op dat Gent lang niet de enige stad is die in de middeleeuwen een dergelijke evolutie heeft doorgemaakt. Andere steden als Antwerpen, Brugge, Kortrijk en Ieper en hun omgeving raakten eveneens in een sneltempo ontbost als gevolg van een sterke bevolkingsgroei (foto onder: een fragment berkenhout onder de microscoop).