Venezolaanse oppositie beschuldigt president Maduro van staatsgreep

Het Venezolaanse parlement, dat gedomineerd wordt door de oppositie in het land, heeft president Maduro officieel beschuldigd van een staatsgreep. Het verhoopte referendum om hem aan de kant te schuiven, is afgevoerd. De oppositie vindt dat ondemocratisch en wil Maduro nu zelfs dagvaarden.

Het parlement heeft afgelopen weekend tijdens een extra bijeenkomst vier uur lang vergaderd over mogelijke stappen tegen Maduro. Tijdens die woelige sessie, die zelfs even onderbroken werd omdat Maduro-aanhangers het zwaarbewaakte parlementsgebouw bestormden en schreeuwden dat de regering moest vallen, kwam het parlement tot een resolutie.

Officieel klinkt het dat "de constitutionele orde is verbroken" en dat er sprake is van "een staatsgreep gepleegd door het regime van Maduro". Het parlement roept de bevolking op "om actief de grondwet te verdedigen, tot de orde hersteld is" en roept de internationale gemeenschap op om de mechanismes in werking te stellen "die de democratie kunnen herstellen". Tegelijk wordt het leger verzocht om "niet te gehoorzamen aan dingen die ingaan tegen de grondwet".

Twaalf landen van de Organisatie van Amerikaanse Staten, waaronder Argentinië, Brazilië, Mexico en Chili hebben aangegeven dat de crisis in Venezuela hen bezighoudt. Ze roepen de overheid op tot dialoog.

Wat voorafging

De grondwet in Venezuela biedt de mogelijkheid om een referendum te organiseren waarin het volk zich uitspreekt over zijn president. Voldoet die niet, dan kan die voor het einde van zijn termijn worden weggestemd.

De administratie van Maduro doet zijn uiterste best om die volksraadpleging te vermijden. De nationale verkiezingscommissie heeft de referendumcampagne vorige week opgeschort, omdat er gesjoemeld zou zijn bij het verzamelen van de nodige handtekeningen. Volgens de oppositie is die beslissing ongrondwettelijk. De huidige gang van zaken toont volgens hen perfect aan dat er van democratie geen sprake meer is in Venezuela.