Lech Walesa: "Compromis vinden of Polen stevent af op burgeroorlog"

In Polen is het precies een jaar geleden dat de conservatieve partij Recht en Rechtvaardigheid met grote overmacht de verkiezingen won. VRT Nieuws had een exclusief gesprek met levende legende Lech Walesa over dat jaar van “conservatieve revolutie” en over de plaats van Polen in Europa (ook te beluisteren helemaal onderaan in dit bericht).
Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved.

1989: het jaar dat het communisme in elkaar klapte

De ijzeren militaire vuist van de Amerikaanse president Ronald Reagan en de Britse premier Margaret Thatcher. De spirituele kracht van de Poolse paus Johannes Paulus II, a.k.a. Karol Wojtyla. En de massale, stoutmoedige opstand van de Poolse vrije vakbond Solidariteit onder leiding van Lech Walesa. Dat kwartet deed in dat magische jaar 1989 het communisme in elkaar klappen.

Natuurlijk was er ook het nieuwe beleid van politieke openheid en economische hervorming in de Sovjet-Unie, de glasnost en perestrojka van Michail Gorbatsjov. En natuurlijk waren er ook de omstandigheden: het hele Oostblok kende chronisch lege winkels waar minderwaardige bocht aan onnoembare prijzen werd verkocht. En natuurlijk paste dat dictatoriale, starre, atheïstische, inefficiënte communisme helemaal niet bij het vrolijke, katholieke, werklustige, individualistische Polen. Stalin wist het zelf al. Toen hij in 1946 zijn zetbaasjes in Polen aan de macht bracht, verzuchtte de Grote Rode Leider: “Het communisme opleggen aan Polen, is zoals een zadel leggen op een koe.”

In dertig jaar tijd kwamen de Polen drie keer in opstand. De vierde keer, begin jaren tachtig, was het goed raak. Lech Walesa sprong letterlijk over de muur van de scheepswerf in havenstad Gdansk om zich als stakingsleider op te werpen. Overal in het land en in alle sectoren van de bevolking werden afdelingen van de eerste vrije, niet-communistische vakbond opgericht. Solidariteit werd een massabeweging.

Na jaren van oorlogstoestand, repressie en pesterijen tegen activisten, betogingen die door de robocops van de ZOMO uiteen werden geranseld, boog de communistische generaal Jaruzelski met zijn kliek het hoofd. Er volgende rondetafelgesprekken en, in 1989, de eerste (half)vrije verkiezingen. Lech Walesa had het al die jaren van op de eerste rij meegemaakt en werd de eerste niet-communistische president van het naoorlogse Polen.

"Regering ligt permanent op ramkoers"

Vandaag houdt diezelfde Walesa nog steeds kantoor in Gdansk, pal naast de scheepswerf waar het allemaal begon. Hij betrekt een vleugel op de tweede verdieping van het Centrum voor Europese Solidariteit waarvan een groot deel van het museum aan de strijd van Walesa en zijn vakbond is gewijd.

De man is intussen een stuk ouder (73) en omvangrijker dan de jonge vakbondsleider die hij toen was, maar verbaal komt hij nog steeds scherp uit de hoek: “Deze regering ligt permanent op ramkoers met haar tegenstanders. Er is grote polarisatie. Het kan maar op twee manieren verder: ofwel gaat men op zoek naar een compromis, ofwel stevent Polen af op een burgeroorlog.”

Het lijken grote woorden, maar wat de polarisatie betreft heeft Walesa een punt. In de meest recente peilingen haalt Recht en Rechtvaardigheid 38 procent. De twee liberale partijen (de vroegere regeringspartij Burgerplatform en het neo-liberale Nowoczesna van econoom Ryszard Petru) halen samen 31 procent.

Die twee aan elkaar gewaagde maar bijzonder antagonistische politieke blokken vertalen zich ook op straat. Tegen elke omstreden wet van de regering komen honderdduizenden mensen betogen. Dat is het geval in uiteenlopende dossiers zoals de benoeming van Recht en Rechtvaardigheid-getrouwe rechters in het Grondwettelijk Hof, de nieuwe mediawet die de openbare omroep knecht of de nieuwe privacywet die de inlichtingendiensten meer armslag geeft.

De regering van Beata Szydlo houdt evenzeer het been stijf als de tegenstanders onverzettelijk blijken. De polarisatie is, tussen haakjes, intussen dermate dat veel van onze Poolse vrienden vermijden om supporters van Recht en Rechtvaardigheid samen met aanhangers van de liberale partijen uit te nodigen. Ofwel, in “gemengd” gezelschap, legt men al bij het aperitief de dure eed af om de hele avond niet over politiek te praten.

Vriendenclub staat elkaar nu naar het politieke leven

Het is in Walesa’s leven niet anders. De man heeft de polarisering tussen voormalige vrienden voor zijn ogen zien gebeuren. Vroeger, in de tropenjaren van strijd tegen de communisten, zat al wie nu naam en faam heeft in de Poolse politiek samen onder de paraplu van Solidariteit: Walesa zelf en verder liberalen zoals ex-president Bronislaw Komorowski of huidig Europees president Donald Tusk, maar evengoed de tweelingbroers Lech en Jaroslaw Kaczynski.

Voormalig president Lech Kaczynski kwam om in de vliegtuigcrash bij Smolensk in april 2010. Zijn broer Jaroslaw is partijleider van Recht en Rechtvaardigheid en tegenwoordig de facto de sterke man in Polen. Destijds waren de broers heel nauwe raadgevers van Walesa. Op veel archieffoto’s zie je de drie samen. Dat is nu ondenkbaar. De vriendenclub van destijds staat elkaar nu naar het politieke leven.

Voor Walesa is dat op menselijk vlak “pijnlijk”, zo geeft hij toe, maar: “Het is wel fijn om te zien dat mensen geëngageerd blijven, ook al delen ze niet meer dezelfde mening.”

Bijwijlen wordt de rivaliteit bijzonder bits. Zo is het een geplogenheid dat elk land de eigen zonen of dochters steunt wanneer die kans maken op een internationale topjob. Niet zo in Polen. Wanneer Donald Tusk midden 2017 een gooi doet naar een tweede termijn als Europees president, zal Recht en Rechtvaardigheid hem niét steunen.

Meer nog, de conservatieven willen Tusk het liefste in de cel gooien. Ze spitten enkele corruptiedossiers boven uit zijn jaren als premier. En ze zijn er van overtuigd dat Tusk nooit de volle waarheid heeft gesproken over de crash bij Smolensk. De Europese president mag wat Kaczynski betreft een tiental jaar achter de tralies.

Ook tegen Lech Walesa voert Recht en Rechtvaardigheid een venijnige, persoonlijke campagne. Uit vrijgegeven documenten uit het archief van de communistische inlichtingendiensten zou blijken dat Walesa onder de codenaam Bolek in de jaren 1970 medewerker van de geheime dienst was. Walesa ontkent en noemt de documenten “vervalst”. Maar waar het in wezen over gaat, is een poging om alle politieke tegenstanders van Recht en Rechtvaardigheid te bezwadderen.

De conservatieven zijn er immers ten diepste van overtuigd dat nu, pàs nu, onder hun bewind, het post-communistische Polen vorm wordt gegeven. Al wie dat in de voorbije kwarteeuw heeft geprobeerd, moet dus als een mislukkeling of een intrigant worden weggezet.

Walesa blijft er merkwaardig rustig bij: “Dat is waar, ze willen me treffen. Maar het gaat mij om meer dan mijn persoon. Ik hoop vooral op oplossingen die kunnen vermijden dat zoiets nog àndere mensen overkomt. Dan kijk ik naar de wetgeving. De huidige wetgeving is onvoldoende precies en laat zulk gedrag toe, zelfs ten opzichte van mij.”

"We hebben mensen in de schaduw laten staan"

Zo kritisch als Walesa is over de politieke stijl van Recht en Rechtvaardigheid, zo op de vlakte blijft hij over het inhoudelijke beleid. “Ze zijn met grote meerderheid verkozen. Vind ik dat ze dan ook het recht hebben om alles te veranderen? Neen. Maar onze wetgeving laat dat wel toe”, schokschoudert hij.

Voor de kiezer van Recht en Rechtvaardigheid heeft Walesa wel begrip. Er kan zelfs een vleugje zelfkritiek af: “Alle regeringen sinds de val van het communisme, ook de regering toen ikzelf president was (1990-1995, nvdr.), bouwden het land op. We hebben geprobeerd om snel te gaan, om het Westen te evenaren. En we hebben daarbij mensen achtergelaten. We hebben mensen in de schaduw laten staan. We lieten de economie groeien (Polen kent sinds 1989 ononderbroken riante economische groei, zelfs in de crisisjaren 2008-2009, nvdr.). Maar we hebben te weinig oog gehad voor de levenskwaliteit van veel mensen. Het leven van de gewone man was de voorbije kwarteeuw geen pretje.”

Toch blijft Walesa trots op zijn verwezenlijkingen: “Het Polen van vandaag is niet het Polen van mijn dromen. Maar we gaan wel in de goeie richting. U moet beseffen, na de val van het communisme in Polen was de overwinningsroes in heel Oost-Europa zo groot dat we bijna de hele wereld van het communisme hebben bevrijd. Zo groot als de zege was, zo groot was ook de uitdaging om het nieuwe op te bouwen.”

"Kapitalisme en democratie corrigeren"

Dat “nieuwe” ziet Lech Walesa zeker binnenin de Europese Unie. Hij is verguld met zijn eigen rol in die recente Europese geschiedenis: “De eenmaking van Duitsland, het opheffen van de grenzen in Europa, de invoering van de euro…Dat zou allemaal niet mogelijk zijn geweest zonder ons succes in de strijd tegen het communisme.”

Nu, analyseert Walesa, is dat oude continent op zoek naar een nieuwe vertaling van de eigen fundamenten. Hij heeft er een uitgesproken mening over: “We proberen om Europa tot één vaderland uit te bouwen. Maar in dat vaderland brengt iedereen iets anders binnen. Polen brengt zijn godsdienst en zijn waarden. Wij willen die in Europa verankeren. Andere landen staan daar wantrouwig tegenover. Ze zien liever dat Polen zich aan hun linkse model zou aanpassen. Maar Polen kiest voor een rechtse koers. Het is goed dat Europa wakker wordt geschud en dat grote debat over haar fundamenten aangaat.”

Walesa lijkt wel begrip te hebben voor de vele Europese burgers die ronduit boos zijn op het naar hun aanvoelen arrogante Brussel dat zijn dictaten aan de lidstaten oplegt. Gaat het nu om Hongaren en Polen die niet willen weten van een verplichte opname van islamitische vluchtelingen en migranten, of om Grieken en Spanjaarden die de verplichte besparingen ziek zijn, de afkeer van “Europa” blijft dezelfde.

“Europa moet goed nadenken over het sociaal-economische systeem dat het wil. Wat mij betreft is dat niét het kapitalisme dat we nu kennen. We moeten het kapitalisme en de democratie corrigeren, zodat ze draaglijk worden. Die correcties hoeven niet heel groot te zijn. Ik zeg aan Europa: heb aandacht hebben voor de eisen van de straat. Want anders gaat de straat jullie wegjagen. En mij ook.”

"Bang om verloren te lopen in Gdansk"

Walesa woont al zijn hele volwassen leven in Gdansk en Gdansk is de stad van deze man. Hier herinnert elke straatsteen aan de betogingen van zijn Solidariteit, hier kijkt hij uit over de scheepswerf waar hij de eerste stappen zette om het vermaledijde communisme te kraken, hier ligt zijn kantoor binnenin het museum dat aan zijn strijd is gewijd.

Lech Walesa is een levend collectiestuk in het museum van zijn eigen leven. Ik vraag hem tot slot hoe gek dàt moet aanvoelen. De meest beroemde snor van Polen schokt mee op zijn eigenaars lachbui: “Gdansk is niet meer de stad van toen. In de jongste tien jaar is Gdansk danig veranderd (zo biedt Gdansk nu al 10 procent van alle luxevastgoed van Polen aan, nvdr.). “ Hij grapt: “Weet u, ik kom ’s avonds niet meer buiten omdat ik de weg niet meer ken. Ik ben bang om verloren te lopen.”