"Afrikaanse afkeer van Internationaal Strafhof spijtige evolutie"

Luc Walleyn, advocaat van de slachtoffers in de zaak-Lubanga voor het Internationaal Strafhof, betreurt dat steeds meer Afrikaanse landen zich afkeren van het Hof in Den Haag. Hij erkent dat de meeste zaken die het Hof behandelt inderdaad op Afrika slaan, maar wijst erop dat die zaken net door Afrikaanse landen zelf zijn aangebracht.

Gaan de Afrikaanse Unie en het Internationaal Strafhof in Den Haag (ICC) scheiden? We zijn nog niet zover, maar in elk geval lijken alsmaar meer landen zich van het Hof af te keren: Zuid-Afrika, Burundi, en nu ook Gambia. Ook in Kenia en Oeganda heerst wrevel.

"Dat heeft te maken met het feit dat een zittend staatshoofd wordt aangeklaagd", zegt Luc Walleyn. Hij kent het Strafhof goed, want hij verdedigde de slachtoffers in de zaak Thomas Lubanga, de Congolese militieleider die als eerste door het ICC is veroordeeld.

"Men zegt dat het Strafhof alleen Afrikanen vervolgt, maar dat is naast de kwestie", vindt Walleyn. "Alle dossiers zijn aangebracht door de betrokken landen zelf. Het is trouwens vrij logisch dat niet-Afrikaanse landen minder gemakkelijk aan de beurt komen: ofwel bestraffen die landen zelf, ofwel zijn ze gewoon niet toegetreden tot het ICC." Hij heeft het over grootmachten zoals Rusland en de VS, maar ook over Israël, de meeste Arabische landen en een hele reeks Aziatische landen.

Raak niet aan de toplui

"Het is ironisch, want het waren net de Afrikaanse landen die enthousiast waren over het ICC", merkt Walleyn op. "Maar dat blijkt enigszins anders te liggen als een zittend staatshoofd in het vizier komt."

Het Afrikaanse verzet tegen het Strafhof kwam op gang door het arrestatiebevel tegen de Soedanese president Omar al-Bashir (wegens volkenmoord in Darfur, nvdr.) en de - intussen stopgezette - processen tegen de Keniaanse president Uhuru Kenyatta en vice-president William Ruto (wegens het post-electoraal geweld in 2007, nvdr.). Toen bleek dat zittende Afrikaanse leiders niet immuun  voor eventuele vervolging zijn.

Zuid-Afrika is uit het ICC gestapt wegens juridisch gedoe omdat het vorig jaar al-Bashir niet heeft aangehouden toen die daar was voor een top van De Afrikaanse Unie. "Zuid-Afrika stapt er nu uit om uit een intern conflict te raken", aldus Luc Walleyn. Burundi heeft een probleem met het ICC omdat Den Haag met een onderzoek is begonnen naar het geweld rond de herverkiezingen van president Pierre Nkurunziza.

Ook Gambia stapt eruit omdat het ICC volgens Banjul in de eerste plaats Afrikanen vervolgt. Het klopt dat van de negen landen waar momenteel zaken lopen van het Hof, er slechts één (Georgië, nvdr.) buiten Afrika ligt.

"Het ICC is niet alleen een structuur die mensen vervolgt, maar brengt ook soelaas voor de slachtoffers, en ook zij zijn Afrikanen", stipt Luc Walleyn aan. Hij zegt te hopen dat de trend om het Hof de rug toe te keren zich niet doorzet.

Vier veroordelingen

Tot nu toe heeft het Internationaal Strafhof vier mensen veroordeeld: de Congolese militieleider Thomas Lubanga wegens het ronselen en inzetten van kindsoldaten in Ituri, de Congolese rebellenleider Germain Katanga wegens misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden in dezelfde Ituri-regio, de voormalige Congolese rebellenleider en vicepresident Jean-Pierre Bemba wegens misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden in de Centraal-Afrikaanse Republiek en de Malinese rebel Ahmad al-Faqi al-Mahdi wegens het vernielen van cultureel erfgoed in Timboektoe.