De tent van de Grand Old Party wordt alsmaar kleiner

In de rubriek "Vlamingen in de VS" laten we Vlamingen aan het woord die in één van de staten van Amerika wonen. Zij beschrijven hoe ze de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 8 november ervaren. Vandaag: Pennsylvania.

In februari 1988 vertrok ik naar de Verenigde Staten om er scheikundig onderzoek te doen op de universiteit. Na drie weken ontdekte ik voor het eerst hoe onderhoudend Amerikaanse politieke campagnes kunnen zijn.

In downtown Albany, de hoofdstad van de staat New York, woonde ik een politieke rally bij van Jesse Jackson, de eerste geloofwaardige zwarte kandidaat voor de Democratische voorverkiezingen. De legendarische Pete Seeger zorgde er met zijn politiek getinte volksmuziek voor dat het lange wachten op de kandidaat voorbij vloog.

Toen Jesse Jackson uiteindelijk het podium betrad, waren zijn eerste woorden "we won, we won, we won!". Het was een verwijzing naar de regenboogcoalitie die hij bij elkaar had weten te brengen: een verzameling mensen van verschillende etnische en religieuze achtergrond die geloofde in de nieuwe American Dream, een land waar iedereen welkom is en waar ras geen rol speelt.

Uiteindelijk werd niet Jesse Jackson, maar Michael Dukakis, de gouverneur van de progressieve staat Massachusetts, de Democratische kandidaat. Hij moest de duimen leggen voor de Republikein George H. W. Bush.

Conservatieven grepen de macht binnen Grand Old Party

Binnen de Republikeinse partij heeft de conservatieve vleugel de afgelopen 28 jaar langzaam maar zeker het roer overgenomen. De Grand Old Party (GOP) wordt meer en meer de partij van de conservatieve blanke man.

De Democraten anderzijds doen hun best om de minderheden ervan te overtuigen dat zij hun beste politieke thuishaven zijn. Hun inspanningen hebben vruchten afgeworpen. De Republikeinen genieten de steun van nauwelijks 10 percent van de zwarte bevolking, die goed is voor bijna 13 procent van de totale Amerikaanse bevolking.

Mensen van Latijns-Amerikaanse afkomst maken nu 17 procent uit van de Amerikaanse bevolking, en 2/3 van hen stemt Democratisch. Het ziet er dus niet goed uit voor de Republikeinen want de Verenigde Staten zijn alsmaar meer een smeltkroes.

Dezelfde trend is merkbaar in het 8th congressional district, de regio in de noordelijke rand van Philadelphia waar ik sinds 1996 woon. Tot midden jaren 70 was Bucks County een comfortabel Republikeinse bolwerk, maar sinds de jaren 80 is het een zwaar betwist district dat regelmatig van kleur verandert. Dat heeft grotendeels te maken met een veranderende demografie. 

Wie het hier haalt, is moeilijk te voorspellen

Wie het ditmaal zal halen in Bucks County, is moeilijk te voorspellen. Net zoals in de nationale polls zijn zowel Hillary Clinton als Donald Trump historisch onpopulair. Veel kiezers hebben het gevoel dat Clinton niet betrouwbaar is, dat ze het e-mailschandaal nooit echt achter zich heeft kunnen laten. En ik geloof dat een aantal kiezers nog altijd moeite heeft om zich een  vrouw in het Witte Huis in te beelden.

Clinton lijdt ook onder het buitengewoon negatieve beeld dat veel kiezers hebben van het Amerikaanse politieke bedrijf. Precies daarom geloven sommigen dat outsider Trump de gepaste man is om die kerels (want veel vrouwen zijn er nog altijd niet) in Washington DC een lesje te leren.

Anderzijds wekt Donald Trump nog altijd veel wantrouwen bij de traditioneel conservatieve Republikein die veel belang hecht aan christendom en family values. Drie huwelijken en een op zijn minst onorthodox taalgebruik helpen hem niet om die groep enthousiast te maken.

Toch blijft het me verbazen dat mijn conservatieve lager geschoolde vrienden Trump blijven steunen, hoewel hij nagenoeg elke dag in het nieuws komt met uitspraken die een politicus tot voor kort nooit zou overleefd hebben. De recente commentaren over zijn verbazende blik op vrouwen lopen van hem af als water van een eend.

Hoger geschoolde Republikeinse vrienden moeten meestal niet weten van Donald Trump. Zijn taalgebruik en openlijk gebrek aan inzicht in internationale politiek storen hen. Sommigen, ook mijn conservatieve schoonvader, gaan zelfs zo ver dat zij voor de eerste keer in hun leven voor de Democratische kandidate stemmen.

Verkiezingen in Congres

De Amerikaanse presidentsverkiezingen krijgen vanzelfsprekend wereldwijde aandacht, maar ook de verkiezingen voor de Senaat en voor het Huis van Afgevaardigden zijn belangrijk. Senatoren vertegenwoordigen de hele staat, leden van het Huis van Afgevaardigden vertegenwoordigen een veel kleiner congressional district.

In Pennsylvania staat de huidige Republikeinse senator Pat Toomey voor de unieke uitdaging om zijn herverkiezing binnen te halen. In een stedelijke omgeving beklemtoont hij zijn gematigde politieke posities (die op één hand te tellen zijn) en moet hij afstand nemen van zijn partijgenoot Donald Trump.

Op het blanke platteland daarentegen, waar Trump zeer populair is, accentueert hij zijn conservatieve referenties, inclusief de onbetwistbare steun van de conservatieve National Rifle Association.

Brian Fitzpatrick, de Republikeinse kandidaat voor het Huis van Afgevaardigden voor het 8th congressional district, mijdt Donald Trump als de pest en heeft openlijk gesteld dat hij niet voor Trump stemt. Zoiets is bij mijn weten nog nooit gebeurd in de  meer dan 25 jaar dat ik als inwoner de Amerikaanse politiek volg.

De Democratische kandidaten, Katie McGinty voor de Senaat en Steve Santarsiero voor het Huis van Afgevaardigden, hebben het een stuk makkelijker. Zij zijn beste vrienden van Hillary Clinton en willen verder bouwen op het werk van president Obama. Verwacht wordt dat een overwinning van Clinton in Pennsylvania een stevige duw in de rug zal betekenen voor de Democratische kandidaten voor de Senaat en het Huis van Afgevaardigden.

Revolutie nodig binnen Grand Old Party

Hoe de verkiezingen ook aflopen, ik geloof dat een revolutie binnen de Republikeinse partij nodig is om relevant te blijven in de Amerikaanse politiek. Entertainer Donald Trump blijkt niet de ideale man te zijn om het roer om te gooien. Integendeel, het voorbije anderhalve jaar is hij erin geslaagd hispanics, zwarten, moslims en vrouwen herhaaldelijk zo grondig te beledigen dat de Republikeinse tent alsmaar kleiner wordt.

Met Donald Trump als boegbeeld klampt de partij zich krampachtig vast aan de conservatieve blanke man, een demografische groep die in de komende jaren en decennia een steeds kleiner percentage van de Amerikaanse smeltkroes zal gaan uitmaken.