Is een humanitair visum een recht of een gunst?

Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) weigert een visum te geven aan een Syrische familie. Een rechter heeft ons land daarom veroordeeld tot een dwangsom. Maar wat is zo'n humanitair visum? En hebben mensen daar wel automatisch recht op?
Archieffoto

Visum versus asielaanvraag?

Een visum en een asielaanvraag. Het zijn twee zaken die in de discussie rond de Syrische familie met elkaar verbonden zijn, maar het gaat wel degelijk om twee totaal verschillende procedures.

Met een aanvraag tot asiel vragen vluchtelingen formeel aan om in een bepaald land legaal te mogen verblijven. Zo'n asielaanvraag moet gebeuren in het gastland zelf, de vluchtelingen moeten dus al ter plaatse zijn.

Een visum vragen mensen in hun eigen land aan, en is bedoeld om naar een ander land te mogen afreizen. Er bestaan visums van korte duur, voor toeristen bijvoorbeeld. En er zijn visums van langere duur, van meer dan drie maanden.

Eens iemand met een visum in een gastland is terechtgekomen, kan die persoon daar dan asiel aanvragen. Die twee procedures staan los van elkaar. Al is het wel zo dat het erkenningspercentage van asielaanvragen uit landen als Syrië vrij groot is.

Wat is een humanitair visum?

Een humanitair visum is een visum van langere duur, dat om "humanitaire redenen" kan aangevraagd worden. Wat die redenen dan zijn, staat niet omschreven in de wetteksten. "Het is de regering, met name de bevoegde staatssecretaris, en de Dienst Vreemdelingenzaken die zelf een inschatting maken of ze een visum toestaan om humanitaire redenen", legt professor Vreemdelingenrecht Dirk Vanheule (Universiteit Antwerpen) uit. Daarnaast hebben mensen ook iemand in het gastland nodig die borg staat voor hun visum.

Elk jaar krijgen een paar honderd mensen zo'n humanitair visum in ons land. "Maar het gaat dus om een discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris om een visum toe te kennen, de regering is vrij om te oordelen. En daar wringt het schoentje in deze specifieke zaak", aldus professor Vanheule.

"De controle van de rechter op de beslissing van de regering is zeer beperkt. Hij kan de beslissing om een visum te weigeren slechts vernietigen als die weigering onredelijk is, niet goed genoeg gemotiveerd, of in strijd met de mensenrechten."

Een recht of een gunst?

Ons land is al een paar keer veroordeeld geweest omdat het geen visum had toegekend. "Het gaat om beperkte rechtspraak, waarbij de rechter oordeelde dat de regering onvoldoende had gemotiveerd dat de mensenrechten niet geschonden waren", weet professor Vanheule. "De bal ligt dan opnieuw in het kamp van de regering om verder te gaan motiveren dat iemand in het land kan blijven vanwaar die persoon probeert weg te vluchten."

Maar in de zaak van de Syrische familie uit Aleppo gaat de rechtbank verder. De rechter oordeelt namelijk dat de familie récht heeft op een visum. Dat terwijl een (humanitair) visum eigenlijk enkel een gunst is.

"In principe hebben mensen inderdaad niet zo maar een recht op een visum. Maar voor wat betreft een visum wegens humanitaire redenen is de rechtspraak recent steeds meer geneigd om toch te spreken van een recht. Zeker de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen evolueert in die richting. En de rechtbank van eerste aanleg is hen daarin nu gevolgd", weet professor Dirk Vanheule. "Er is echter nog geen vaststaande rechtspraak om nu al te kunnen spreken van een recht, en er is nog veel discussie over. Het is dus niet onlogisch dat staatssecretaris Francken in beroep gaat tegen de beslissing."

Zal een recht op een visum de deur opengooien?

Volgens staatssecretaris Francken worden "de deuren geopend voor duizenden mensen" mocht een humanitair visum steevast als een recht worden beschouwd. Is die vrees terecht?

Op dit moment zien we relatief weinig Syriërs een visum aanvragen om in Europa terecht te komen. Het merendeel komt Europa nu binnen via (clandestiene en gevaarlijke) vluchtroutes, om dan hier asiel aan te vragen. "Dat heeft in de eerste plaats te maken met praktische problemen", verklaart prof Vanheule. "De meeste mensen vinden niemand in het gastland om borg voor hen te staan. Bovendien is de infrastructuur ter plaatse - ambassades en consulaten - niet gemakkelijk toegankelijk door de oorlog. Ten slotte beseffen de meesten dat op dit moment een visum niet automatisch wordt toegekend."

Dat laatste zou alvast deels weggenomen worden mocht een humanitair visum algemeen aanvaard worden als een recht. "En dan verlies je inderdaad voor een stuk de controle over je migratiebeleid", stelt Vanheule. "De screening bij asielaanvragen gebeurt bijvoorbeeld hier in België zelf, bij een visum gebeurt dat in het land waar het visum wordt aangevraagd. Bovendien is het niet uit te sluiten dat een ganse groep mensen zal meekomen die niet in een oorlogssituatie verkeren, maar eerder om economische redenen wegvluchten. Dat dreig je dan te institutionaliseren."

Een visumbeleid zou wel enigszins tegengewicht kunnen bieden voor de gevaarlijke routes die migranten nu vaak nemen."In een ideale wereld zou je zo'n visum inderdaad als algemeen beleidsinstrument kunnen toepassen. Maar zolang er op Europees niveau daarover geen consensus is, blijven lidstaten weigerachtig", zegt professor Vanheule.