Skype veroordeeld omdat het niet meewerkte met Belgische gerecht

Softwarebedrijf Skype is veroordeeld tot een boete van 30.000 euro omdat het bedrijf weigerde mee te werken in een gerechtelijk dossier rond een Armeense dievenbende. Dat heeft de correctionele rechtbank van Mechelen geoordeeld.

De zaak gaat terug tot september 2012. Toen vroeg het gerecht aan Skype om gegevens te verstrekken van gesprekken tussen twee verdachten van de dievenbende. Het softwarebedrijf ging daar gedeeltelijk op in, en gaf onder meer accountgegevens, de voorgeschiedenis van de betrokken personen en informatie over e-mailadressen door. 

Maar Skype gaf geen informatie over de concrete inhoud van de gesprekken. Volgens het bedrijf is dat technisch niet mogelijk bij livegesprekken. De onderzoeksrechter vond dat echter niet kunnen, en liet een pv opmaken voor weigering tot medewerking in een gerechtelijk dossier.

Telecomwetgeving

Skype moest daarom verschijnen voor de correctionele rechtbank in Mechelen. Volgens het openbaar ministerie moet Skype zich namelijk houden aan de telecomwetgeving, die verstrekkers van communicatiediensten verplicht mee te werken in een gerechtelijk onderzoek wanneer het gerecht om informatie vraagt.

"Maar Skype is slechts een aanbieder van bepaalde software. Bovendien hebben we geen fysieke infrastructuur noch personeel in België", luidde de verdediging van het bedrijf, dat vindt dat het niet onder de Belgische telecomwetgeving valt.

De rechter in Mechelen is niet in die redenering meegegaan, en heeft het bedrijf nu veroordeeld tot een boete van 30.000 euro, wegens weigering tot medewerking in een gerechtelijk dossier. Het parket had 48.000 euro boete gevraagd.

"Geen bereidheid om mee te werken met gerechtelijk onderzoek"

"Beklaagde heeft er bewust voor gekozen om op de Belgische markt actief te zijn en inkomsten te putten uit haar aanwezigheid op de markt. Het was duidelijk dat er geen bereidheid was om mee te werken met het gerechtelijk onderzoek. Skype was een verstrekker van een communicatiedienst ten tijde van de feiten, over een eigen netwerk beschikken is niet noodzakelijk om onder de wetgeving te vallen", luidt het in het vonnis.