LETTERLIJK: de brief van Van Massenhove aan premier Michel

In een brief aan premier Charles Michel uit Frank Van Massenhove, de topman van de FOD Sociale Zekerheid, zijn ongenoegen over de geplande hervorming van de sociale inspectie. Hieronder vindt u de tekst van de brief aan de premier.

Door een verkeerd geadresseerde mail kreeg mijn dienst het Finale Rapport van de Task-force aan de Kern over de Hervorming van de Sociale Inspectiediensten d.d. 17 oktober 2016 toegestuurd. Onze dienst was niet op de hoogte dat er een nieuw plan op tafel lag. Op 19 oktober 2016 zegde de Staatssecretaris in de Commissie Voor De Sociale Zaken in de Kamer “Het is ook belangrijk om mee te geven dat wij voor die structurele hervorming met verschillende partijen hebben gesproken. In de eerste plaats spraken wij met de administrateurs-generaal van de betreffende diensten. (…) Er heeft een brede consultatie plaatsgevonden bij alle diensten en bij alle betrokken partijen”. Ik ga ervan uit dat de Staatssecretaris ook de Voorzitters van de betrokken FOD’s bedoelde. Het is juist dat de inspectiediensten hun visie konden meedelen aan de Staatssecretaris maar over zijn plannen ben ik noch mijn Directeur-generaal Sociale Inspectie ooit geïnformeerd noch betrokken geweest.

De Staatssecretaris had eind augustus een eerste plan klaar dat eruit bestond dat de mensen van onze Sociale Inspectie verdeeld zouden worden over de andere inspectiediensten. Daar werd buiten ons weten om over vergaderd in Interkabinettenwerkgroepen. Pas op 16 september werd ons de beslissing medegedeeld. Op mijn vraag is er op 19 september een onderhoud geweest met de Staatssecretaris. Op 23 september was er een vergadering met de kabinetschef van de Staatssecretaris, minister De Block en minister Borsus. Daarna bereikte ons geen enkele informatie, tot we via verkeerd geadresseerde mail te weten kwamen dat er een voorstel voor de Kern is.

Laat me heel duidelijk zijn: het plan dat voorligt kan op geen enkele wijze mijn instemming meedragen. Dat heeft niets te maken met inertie – ik vind niet dat de Sociale Inspectie mordicus bij de FOD Sociale Zekerheid moet blijven, zie verder – maar met de overtuiging dat wat voorligt geen oplossing is voor de problemen die zich stellen.

De Staatssecretaris zegde in de Commissie: “De acht inspectiediensten die vandaag op het terrein staan, acht inspectiediensten, werken onvoldoende samen. Er is een versnippering van middelen en competenties. Er is een versnippering van slagkracht op het terrein. Daardoor zijn er dubbele controles, wordt er te weinig ingezet op datamining en gaan er gegevens verloren.”

Hij heeft gelijk. Alleen zullen die problemen niet opgelost worden door het aantal inspectiediensten van 8 naar 7 te brengen. Er stelt zich ten andere nog een groter probleem dan deze die de Staatssecretaris opsomde in de Kamer: er is geen centrale sturing.
Ook daar wordt niet aan verholpen met het voorliggend plan. De SIOD wordt terecht versterkt op zijn expertzijde maar de nog te werven topambtenaar van de SIOD zal de inspectiediensten niet rechtstreeks kunnen aansturen noch de resultaten evalueren. Hij of zij zal afspraken moeten maken met zeven verschillende leidende ambtenaren. Dat is één minder dan vroeger. Zover gaat de verbetering.

De Staatssecretaris zegde in de Commissie: “Iedereen ziet dat er veranderd moet worden, iedereen wil dan verandering maar niemand wil zelf veranderen”. Ik voel me daar persoonlijk door aangesproken. Op de vergaderingen van de task-force, heb ik klaar en duidelijk gezegd, zoals ik al 14 jaar doe, dat ik voorstander ben van een strategische herpositionering van alle inspectiediensten in één handhavingsdienst die rechtstreeks zou aangestuurd worden door de topambtenaar van SIOD. Ik vind dat een topambtenaar zich moet inzetten voor een efficiëntere administratie en niet ten koste van alles zijn instelling verdedigen.

Op het onderhoud met de Staatssecretaris en op de vergadering met de diverse kabinetschefs heb ik mijn positie nog verduidelijkt met twee scenario’s die tot een betere inzet van alle sociale inspectieamtenaren kunnen leiden. Ik som ze op in afnemende mate van wenselijkheid:

1. Eén centrale handhavingsdienst waarin de acht inspectiediensten worden gegroepeerd samen met het SIOD-personeel onder leiding van één topambtenaar;
2. Een hergroepering van de inspectiediensten van de FOD WASO, het RSZ en de FOD Sociale Zekerheid onder leiding van de SIOD- topambtenaar. Deze diensten controleren dezelfde doelgroepen, de andere diensten hebben afwijkende opdrachten;
3. Alle inspectiediensten blijven juridisch en logistiek in dezelfde instelling maar worden rechtstreeks aangestuurd door de SIOD-topambtenaar (principe van genetwerkte overheid).

Op 16 september bezwoer ik de Staatssecretaris om het personeel van de Sociale Inspectie (FOD Sociale Zekerheid) niet te verdelen over de andere diensten omdat dit een enorm verlies van expertise met zich zou brengen. Eén van de vele voorbeelden: de wijze waarop bij de Sociale Inspectie aan dataminging wordt gedaan wordt ons benijd in gans Europa. Dit zou verloren gaan met het opdelen van de betrokken ambtenaren.

Om de expertise niet verloren te laten gaan wordt nu voorgesteld de ambtenaren van de Sociale Inspectie naar de RSZ te laten overgaan. Waarom moet een goed werkende dienst mordicus overgebracht worden naar een andere instelling?

Dit is vooral onbegrijpelijk omdat de operatie gepaard moet gaan met een ganse machinerie van nieuwe regeltjes. Regeltjes bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat de Sociale Inspectie niet onder het paritair comité zou vallen. Dat doet ze nu al niet, waarom moet je een goede situatie heruitvinden?

Regeltjes die de arbeidsauditoren en politiemensen moeten overtuigen dat ze op dezelfde manier kunnen gebruik maken van de diensten van de Sociale Inspectie. Wat is de meerwaarde om een huis af te breken en het ergens anders op dezelfde manier op te bouwen?

Natuurlijk zijn er overlappingen tussen onze inspectiedienst en die van de RSZ. Zowel RSZ als onze FOD zijn vragende partij om dit probleem aan te pakken.

Blijkbaar heeft de Staatssecretaris het idée-fixe dat de Sociale Inspectie moet verdwijnen. Daarbij gaat hij voorbij aan de psychologische implicaties van zijn plannen. De ambtenaren van Sociale Inspectie voelen alles wat gebeurt aan als een totaal gebrek aan respect voor hun inzet. Ze zorgen voor het grootste gedeelde van de inkomsten uit de strijd tegen sociale fraude maar hebben het gevoel behandeld te worden alsof ze klungelaars zijn. Ze ervaren de pogingen om de Sociale Inspectie op te doeken (eerste plan) of op te laten gaan in andere instelling (voorliggend plan) als een wraakoefening omdat ze er de zin niet van inzien. Feelings are facts.

Te weinig wordt begrepen dat de puike resultaten van die ambtenaren te maken hebben met de cultuur van onze FOD. Mensen worden niet gemotiveerd door hen beslissingen toe te roepen vanuit een ivoren toren maar door hen te betrekken bij de besluitvorming en door hen een grote vrijheid te geven in hoe ze zich organiseren op voorwaarde dat de resultaten gehaald worden. Ik stel een grote demotivatie vast na het bekend worden van de plannen die de Staatssecretaris voor hen in petto heeft. Dit baart me grote zorgen voor de inkomsten uit de strijd tegen sociale fraude voor de volgende jaren. De ambtenaren zullen zich professioneel gedragen maar zich niet meer werpen zoals ze de afgelopen jaren deden.

Ook In de Commissie Voor De Sociale Zaken was er, zowel bij meerderheid als oppositie, scepsis over wat er aan het gebeuren is met de sociale inspectiediensten. Er werd gevraagd hoorzittingen over deze problematiek te organiseren. Mochten die er komen dan wil ik graag aan de parlementsleden uitleggen wat volgens mij de beste oplossingen zijn voor burgers, bedrijven en belastingbetaler in de strijd tegen de sociale fraude.

Frank Van Massenhove
Voorzitter FOD Sociale Zekerheid
26 oktober 2016

Meest gelezen