Liefde, Delphine en Albert - Van Dievel Consulting

Louis van Dievel kijkt als marketeer, "verkoper van gebakken lucht", met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit van de week. Twee keer raden: Wie had deze week grote nood aan advies over communicatie?

'Patron, er staan twee zwervers aan de poort!' riep Brabançonne, 'zal ik de hond loslaten?' Ik stond op de dorpel onzer modeste villa te kijken naar de arbeid der nijvere lieden die in de tuin een podium aan het oprichten waren voor de ondertekening van het CETA-verdrag. Én een gezamenlijke Open VLD-N-VA-CD&V-brandstapel voor Paul Magnette. 'Verstaat ge de mop niet, patron?' drong Brab aan, 'ik ben zelf een doberman en ik vraag of ik de hond ...' Ik zuchtte eens diep. En Brabançonne verslikte zich letterlijk in zijn flauwe grap toen hij, een halve minuut na mij, de twee sjofele bezoekers aan de poort herkende: Albert en Paola, vroeger Van Saksen Coburg, nu blijkbaar van het OCMW van Laken.

De oude koning droeg een verstelde groene loden uit de Kringwinkel, zijn zwarte tenen staken door de gaten in zijn schoenen. De oude koningin droeg een bontmantel waarin diverse insecten een buitenverblijf hadden en donkerbruine nylonkousen met ladders die in de jaren zestig de blits waren bij de Zusters Maricollen. Op haar hoofd droeg ze een koket hoedje van papier.

"Ja mijnheer Van Dievel," sprak de oude vorst toen hij mijn ja toch wel verbijsterde blik zag, "mijn madame en ik hebben betere tijden gekend, nietwaar Popolleke?"
Waarna hij haar met bibberende lippen liefdevol op de wang kuste.

Het bestaansminimum

Een wijle later zaten het voormalige staatshoofd en zijn gade in de keuken grote borden erwtensoep te slobberen, een ander woord zou niet passen bij de wijze waarop en de snelheid waarmede ze de soep tot zich namen.

"Dat heeft gesmaakt zie," sprak koning Albert nadat hij een knallende boer had gelaten en zijn mond met zijn smoezelige hemdsmouw had afgeveegd.
"Als we nu nog onderdak vinden voor vanavond, is onze dag weeral goed," sloot la reine Paola zich - met de mond nog vol soep - bij de woorden van haar eega aan.
"Bent u werkelijk zo berooid, majesteiten?" vroeg ik.
"Na mijn troonsafstand zijn wij op het bestaansminimum teruggevallen," sprak de oude koning somber, "als ik het geweten had..."
"Ik had u gewaarskuwd, hé Bébert, zeg niet dat ik niet gewaarskuwd heb!"
Paola stak begerig haar handen uit naar de koekjestrommel die Dinska Bronska bij wijze van dessert op de keukentafel had gezet. Albert keek verlekkerd naar de vijfliterfles Chateau Daems die Brabançonne aan het ontkurken was.

Tien euro

"Maar u hebt toch kinderen die u kunnen helpen," opperde ik, naïef als ik was.
"Zwijg mij over ons kadeeën!" sneerde de oude koning. "Bij Filip en Mathilde mogen we niet meer binnen, Laurent bedelt zelf om geld als hij ons ziet en ons Astrid is zo gierig als de pest. De laatste keer heeft ze ons elk tien euro gegeven en aan de deur gezet."
"Ik kan u elk vijftig euro geven," bood ik aan, "meer helaas niet want de zaken van VDC lopen niet zoals gewenst, het wordt tijd dat er nog eens verkiezingen komen."
"Daarvoor zijn we niet naar hier gelift," verzekerde de oude koning, terwijl hij toch zijn hand uitstak, "maar u kunt ons misschien helpen, mijnheer Van Dievel."
Buiten werd een spandoek opgehangen: 'KRITIEK OP CETA IS KRITIEK OP ONS ALLER GELUK!'

Postuurkes

"Er was toch zo'n meiske, mijnheer Van Dievel, dat beweerde dat zij door mij verwekt was."
"Te zot voor woorden!" zei de oude koningin, "en ik kan het weten."
"Hoe heette ze nu ook weer: Celine, Josephine, Caroline, ...", zocht de oude vorst in zijn beproefde geheugen.
"Ze maakte van die plezante postuurkes," herinnerde Paola zich, "ik heb er nog een vast gehad op de rommelmarkt van het Vossenplein, maar vijf euro was toch te veel geld."
"Delphine," hielp ik mijn bezoekers een eindje op weg.
"Voilà!'Dat is ze!"
"Dat heeft toen in de gazet gestaan maar iedereen lachte er eens mee en daarna hebben wij daar nooit meer van gehoord, nietwaar Bébert?"

Buiten oefenden Karel De Gucht, Alexander De Croo, Marianne Thyssen, Geert Bourgeois, Ivo Belet, Bart De Wever, Johan Van Overtveldt, samen met hun framende spindoctors & perskoelies de flashmob in waarmede ze de zegeningen van het CETA-verdrag zouden illustreren. Karel De Gucht zou Neil Young imiteren, want dat was toch een Canadees, nietwaar?

Bezorgd en betrokken

"Wat is er van dat meiske geworden, mijnheer Van Dievel?"
"Wij zouden namelijk graag met haar in contact komen, ja hé Bébert."
De oude koningin lachte schattig, een beetje zoals de koningin uit Sneeuwwitje.
"Is ze van goede familie?"
"Zit ze er warmpjes in?"
"Kunt u ons met haar in contact brengen?"

Ik wist voorwaar amper een woord uit te brengen, wat zelden voorvalt, en mijn medewerkers al evenmin; in hun open mond was plaats voor de 16.000 bladzijden van het CETA-verdrag.
"Als dat meiske echt op zoek is naar een vader, willen Popolleke en ik haar graag helpen. Ieder kind heeft toch recht op een vader, ja toch?"

De oude vorst keek naar ons zoals vroeger, tijdens de koninklijke toespraak met Kerstmis, in de camera: bezorgd, betrokken, empathisch. Maar om een of andere reden geloofde ik hem niet.

Parasieten

Er sprong een vlo uit het dunne haar van de vorige koning naar dat van zijn gade. Ik besloot om onze modeste villa na hun vertrek een extra-poetsbeurt te geven, want parasieten kunnen we missen als de pest.
"Ik zal mijn best doen," beloofde ik, "'maar zou het kunnen dat u eigenlijk minder nobele bedoelingen hebt?"
"Gij zijt rap van begrip, Duvel," grijnsde de oude koningin, "als Bébert haar als zijn kind erkent, moet ze instaan voor zijn onderhoud, en via Bébert ook voor dat van mij!"
"En als ze dat niet goedschiks doet,' sprak de oude vorst met een vermanend vingertje, 'stappen we naar de rechtbank. Ge zult nom de dieu eens zien!"