IJslandse premier treedt af na verkiezingsnederlaag

Tegen de verwachtingen in heeft de IJslandse Piratenpartij bij de parlementsverkiezingen gisteren geen doorbraak geforceerd. De "Piratar" waren de grote favoriet bij de vervroegde verkiezingen, waarbij een afstraffing van de rechtse regeringspartijen werd verwacht. De centrumrechtse Onafhankelijksheidspartij blijft de grootste met 29 procent van de stemmen, maar de Progressieve Partij van premier Sigurdur Johannsson wordt zowat gehalveerd. Johannsson heeft intussen zijn ontslag aangekondigd.

De "Piratar" - die nog maar vijf jaar bestaan - verdrievoudigen wel hun score tegenover de verkiezingen van 2013 en worden de op twee na grootste partij van de Althing, het IJslandse parlement, overigens het oudste ter wereld. Birgitta Jonsdottir, parlementslid voor de Piratar en vroegere woordvoerster van WikiLeaks, toonde zich "tevreden" met de uitslag.

Geen enkele partij behaalde gisteren overigens een duidelijk afgelijnde meerderheid. De centrumrechtse Onafhankelijkheidspartij blijft wel afgetekend de grootste partij met 29 procent van de stemmen (21 zetels). Partijleider Bjarni Benediktsson zei in een reactie dat hij "extreem gelukkig" was met het behaalde resultaat. De Links-Groene beweging eindigt derde met 15,9 procent van de stemmen.

De Progressieve Partij van premier Johannsson wordt gehalveerd, wellicht het gevolg van het schandaal rond de Panama Papers.

Geen duidelijke meerderheid

Normaal gezien wordt de voorzitter van de grootste partij na de verkiezingen door de IJslandse president aangeduid als formateur. Met de huidige uitslag wordt dat moeilijk. De linkse en rechtse partijen halen elk ongeveer de helft van de 63 zetels in het parlement.

De bestaande centrumrechtse coalitie van de Onafhankelijkheidspartij met de de Progressieve Partij haalt in de huidige context te weinig zetels om het alleen af te kunnen. Hetzelfde geldt voor de anti-establishmentpartij "Piratar" die een voorakkoord had gesloten met drie centrumlinkse partijen (de groenen, de sociaaldemocraten en centrumlinks).

Liberale Hervormingspartij krijgt beslissende rol

De Piraten legden besteedden in hun verkiezingscampagne veel aandacht aan de vermeende corruptie bij de IJslandse elite. In april moest premier Sigmundur David Gunnlaughsson ontslag nemen nadat zowel zijn naam als die van zijn vrouw waren opgedoken in de Panama Papers.

Sinds de financiële crisis van 2008-2012, die bijzonder hard toesloeg in IJsland, worden financiële en politieke beleidsmakers met groot wantrouwen bekeken. Als gevolg daarvan werd de Progressieve Partij, de partij van de premier, zoals verwacht gisteren zwaar afgestraft.

Alle ogen zijn nu gericht op de pro-Europese, liberale Hervormingspartij. Die heeft zich nog niet heeft uitgesproken over in welke coalitie ze wil stappen, maar nu al is duidelijk dat ze een beslissende rol zal hebben in de regeringsvorming.