Wetenschappers ontdekken voor het eerst versteende dinohersenen

Voor het eerst hebben wetenschappers een fossiel van een dinosaurus als versteende hersenen geïdentificeerd. Het weefsel vertoont gelijkenissen met de hersenen van moderne krokodillen en vogels.

Botten van dinosauriërs duiken dan wel met de regelmaat van de klok op, (versteend) zacht weefsel van de prehistorische dieren is uiterst zeldzaam. Lang voor het miljoenen jaren geleden kon fossiliseren, verging het immers. Onderzoek voeren naar de evolutie van zo'n weefsel bij dinosauriërs is dan ook moeilijk.

Een fossiel dat in 2004 in Sussex in het Verenigd Koninkrijk is ontdekt, blijkt nu niks minder dan een versteend restant van dinohersenen. Dat hebben wetenschappers van de universiteit van Cambridge ontdekt. Hun resultaten zijn verschenen in een publicatie van The Geological Society in Londen. Naast effectief hersenweefsel vertoont het fossiel ook "echo's" van hersenvliezen en haarvaten.

Iguanodon

Waarschijnlijk behoorden de fossiele dinohersenen toe aan een soort gelijkaardig aan de Iguanodon, een grote herbivoor die 133 miljoen jaar geleden tijdens het Late Krijt leefde. De wetenschappers vermoeden dat de hersenen bewaard zijn gebleven omdat ze kort na de dood van het dier zijn "gepekeld" in water met een hoge zuurtegraad zoals een moeras.

Concreet denken ze dat de dino in de buurt van een waterpartij stierf waarna zijn hoofd bedolven raakte onder sedimenten op de bodem van de plas. De hersenen konden vervolgens prima conserveren dankzij de hoge zuurtegraad en een gebrek aan zuurstof.

Een worst omringd door bloedvaten

Vooral de hersenvliezen van het fossiel wijzen op grote gelijkenissen met hersenen van de moderne verwanten van dinosauriërs, met name vogels en krokodillen. Reptielen hebben hersenen in de vorm van een worst die met een dicht netwerk van bloedvaten is omgeven. Hun eigenlijke hersenen nemen vaak slechts de helft van de schedel in.

De fossiele dinohersenen vertonen sporen die aantonen dat ze direct tegen de schedel waren aangedrukt. Mogelijk vulden ze meer ruimte in de schedel en waren hersenen van dinosauriërs dus groter dan gedacht. Toch hoeden de wetenschappers zich voor conclusies over de intelligentie van de dieren op basis van dit ene fossiel.

Ze vermoeden veeleer dat het hoofd van de dinosaurus in kwestie na zijn dood ondersteboven in het sediment terechtkwam waarna de hersenen door de zwaartekracht en verval direct tegen de schedel kwamen te zitten.