Prehistorische mens hield langer dan gedacht aan verdronken Doggerland vast

Ook toen de zeespiegel tienduizend jaar geleden begon te stijgen, bleef de prehistorische mens in het zogenoemde Doggerland tussen Engeland en Denemarken wonen. Dat hebben Nederlandse archeologen ontdekt na analyses van botten uit de Noordzee. Tot nu toe dachten wetenschappers dat de mens de laaggelegen vlakte aan het einde van de laatste ijstijd al snel verliet.

Te voet van de oostkust van Engeland naar Denemarken stappen en onderweg even halt houden in Nederland? Tijdens de meeste ijstijden die onze planeet heeft gekend, was het praktisch perfect mogelijk. Omdat de zeespiegel toen telkens veel lager stond, kwamen laaggelegen vlaktes droog te staan.

Ook tijdens de laatste ijstijd was dat het geval. Wat nu de (zuidelijke) Noordzee is, was toen een uitgestrekte vlakte die het hedendaagse Engeland en Denemarken via Nederland en ook ons land met elkaar verbond. Vandaag noemen wetenschappers die vlakte van weleer Doggerland.

(Lees verder onder afbeelding)

Jager-verzamelaars

De prehistorische mens was op dat moment nog een jager-verzamelaar en waarde duizenden jaren in Doggerland rond. Toen de zeespiegel zowat tienduizend jaar geleden aan het einde van de laatste ijstijd begon te stijgen, liep dat Doggerland langzaam onder.

Lange tijd dachten wetenschappers dat de mens hierdoor relatief snel zijn toevlucht tot hoger gelegen gebieden zocht, maar uit Nederlands onderzoek blijkt nu dat hij nog enkele duizenden jaren op de vlakte bleef rondzwerven.

Het onderzoek is uitgevoerd door wetenschappers van de universiteit van Groningen, het Rijksmuseum van Oudheden, de Stichting Stone en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. De resultaten zijn verschenen in het Journal of Archaeological Science.

(Lees verder onder afbeelding)

Isotopen

Concreet hebben de onderzoekers menselijke botten geanalyseerd die uit de Noordzee zijn opgevist. Dat laatste gebeurt regelmatig, nu eens door vissers, dan weer bij het opspuiten van zand voor landwinning. Hun analyse spitste zich toe op botten van mensen die tussen 10.500 en 8.000 jaar geleden aan het begin van het Mesolithicum in Doggerland leefden.

De wetenschappers onderzochten deze botten op stabiele isotopen. Die vertonen lichte variaties al naargelang het voedsel dat iemand tot zich neemt. De isotopen in botten van iemand die hoofdzakelijk vlees eet, geven bijvoorbeeld een andere waarde aan dan iemand die hoofdzakelijk vis eet.

(Lees verder onder afbeelding)

Zoetwatervis

Uit dat isotopenonderzoek blijkt dat de mensen van Doggerland aan het einde van de laatste ijstijd van een dieet met hoofdzakelijk vlees overschakelden op een dieet met hoofdzakelijk vis. Rond 8.000 jaar geleden aten ze nog steeds vooral zoetwatervis uit rivieren. Dat wijst erop dat ze ook toen nog in moeraslanden in de delta's van rivieren woonden en zich dus niet uit Doggerland lieten wegjagen.

Uiteindelijk moest de prehistorische mens toch het onderspit delven tegen de stijgende zeespiegel die in die tijd tot wel twee meter per eeuw steeg, veel sneller dan vandaag. Rond 6225-6170 voor christus veroorzaakten enkele kolossale onderzeese aardverschuivingen in de noordelijke Atlantische Oceaan gigantische tsunami's die Doggerland de doodsteek gaven. De mens zag zich alsnog genoodzaakt naar hogere gebieden te trekken en de vlakte finaal aan de zee over te leveren.