Het trauma van de Amerikaanse verkiezingen - Erik De Soir

Traumatherapeut Erik De Soir pleit al jaren voor het restrictief gebruik van de term "trauma", maar bij zijn deelname aan een congres in de VS vorige week, kwamen hij en zijn collega's tot de vaststelling dat de verkiezingsuitslag de kenmerken van een trauma in zich draagt.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Erik de Soir is traumatherapeut.

Reeds vele jaren ijver ik voor een restrictief gebruik van het woord ‘trauma’ dat sedert het laatste decennium bij de man van de straat volledig ingeburgerd is geraakt. De term lijdt zelf aan inflatie en wordt ook steeds meer gebruikt als synoniem voor een tegenslag of verlies.

Ik had dan ook nooit gedacht dat ik dit woord zou gebruiken als titel van een stuk over de verkiezing van Donald Trump als nieuwe Amerikaanse president. Ik ben geen politiek commentator of activist en geraak niet geïnspireerd door de politiek, maar wat ik de laatste dagen aan indrukken heb opgedaan, doet me twijfelen…

Aanvankelijk ging ik in Dallas gewoon deelnemen aan het 32ste jaarcongres van de International Society for Traumatic Stress Studies, maar deze jaarlijkse hoogmis van een paar duizend traumaspecialisten begon deze keer onder een sombere stemming. Amerikaanse collega’s begonnen met zich te verontschuldigen voor de uitslag van de verkiezingen. Het bedienende personeel van het hotel en het conferentiecentrum kan er niet over zwijgen. Ze bestaan immers bijna exclusief uit Afro-Amerikanen en Latino’s, bevolkingsgroepen die zich sedert de uitslag van de verkiezingen in gevaar voelen. Ze lopen erbij als geslagen honden en zijn even het lachen verleerd. Ze voelen zich vooral terug de geschiedenis in gekatapulteerd.

Veterans Day Parade in Mainstreet

De dag begon nochtans mooi. Zonnig weer en een indrukwekkende parade die door de hoofdstraten van Dallas trok. Erg Amerikaans. Fanfares, tromgeroffel van de vele drilkorpsen van plaatselijke scholen waarvan de leerlingen voor de gelegenheid keurig uitgedost waren in militair aandoende uniformen, in de pas stappend onder het luide geroep van drilsergeanten die zo uit een film over het Marine Corps komen, oorlogshelden die in sportwagens worden rondgereden, oude militaire voertuigen en clowns die Amerikaanse vlaggetjes uitdelen. Ik stond naast een kranige oude man die een pet met opschrift ‘US Army Veteran’ droeg. Talloze voorbijgangers kwamen hem een hand of een knuffel geven, steevast met de woorden: ‘Thank you for your service’. Even had ik zin om Amerikaan te zijn. Het land en zijn bevolking sluit militairen en veteranen in de armen en bedankt hen voor hun dienst. Iets wat we in België niet kennen. Maar het venijn van deze mooie dag zou in de staart zitten.

‘This is not my President’

Aan het einde van een lange dag gevuld met wetenschappelijke sessies over psychotrauma, nieuwe inzichten, behandelrichtlijnen, neurobiologisch onderzoek bij traumagetroffenen en psychotherapie, zou een ontspannen avond moeten volgen. Maar we kregen de waarschuwing om voorzichtig te zijn. Om 7 uur ’s avonds zou er immers een grote protestbetoging tegen de uitslag van de verkiezingen plaatsvinden. We konden er maar beter wegblijven.

Enkele ogenblikken later stond ik op een steenworp van mijn hotel tussen zo’n duizend betogers met diverse opschriften als ‘This is not my president’, ‘Against normalizing hate’, ‘Protect our women’ en ‘Climate change is real’. Een jonge zwarte man sprak de menigte toe met de bevlogen woorden van een nieuwe Martin Luther King. Eredoctoraten zal hij in deze tijdsgeest voor zijn betoog wel niet meer krijgen, maar hij kreeg de massa duidelijk op zijn hand. Zijn moeder was dertien jaar toen hij geboren werd. Zelf werd hij grootgebracht in verschillende gezinnen. Toen hij eindelijk het goede spoor vond, overleed de oom die de voogdij over hem had genomen: een zwarte politieagent die stierf in een vuurgevecht.

In zijn vlammende speech schreeuwde hij zijn onbegrip uit voor het feit dat Dallas de AT&T University herbergt, maar er blijkbaar in een groot deel van South Dallas geen internet is, gewoon omdat de voorzieningen niet voor handen zijn. Kinderen in bepaalde arme delen van de regio rond Dallas en Forth Worth drinken water dat verontreinigd is door de olie-industrie en het grote geld vloeit steeds naar de bron terug. Dat was de kern van de boodschap die telkens op gejuich werd onthaald. Een volgende spreker stelde zich voor als een biseksuele communist die in de huidige sfeer waarschijnlijk niet meer zou mogen uitkomen voor zijn geaardheid.

De toespraken volgden elkaar in een hoog tempo op: een veteraan die zich bedreigd voelde omdat hij moslim was, een leraar die getuigde hoe zijn gekleurde leerlingen de laatste zestien maanden steeds banger waren geworden, een ‘concerned citizen’ die zich wilde verzetten tegen het feit dat Amerika in scholen nooit de verantwoordelijkheid opgenomen hebben voor de genocide die ze op de inheemse bevolking hebben uitgevoerd – terwijl in Duitse scholen de Holocaust wel aan bod komt (sic), een Latino vrouw die pleitte voor deelname aan de ‘one million women-mars die vrouwen de dag na ‘inauguration day’ willen houden, enz.

Ik stond tussen de menigte met collega’s psychologen en psychiaters uit verschillende landen en we waren het erover eens: deze verkiezingsuitslag draagt de kenmerken van een trauma in zich.

Traumasymptomen in een verdeelde samenleving

Een psychotrauma kenmerkt zich door indringende (onvrijwillige) symptomen van herbeleving, symptomen van vermijding, een verandering van de cognities over de wereld, een stemming van negatieve emoties die samenhangen met het gebeurde en een blijvende overmatige hyperactiviteit.

De uitslag van de Amerikaanse verkiezingen triggert bij de gekleurde minderheden en de ‘Native Americans’ de pijn van de uitspattingen uit de geschiedenis van de VS. De zwarte bevolking wordt herinnerd aan de tijd van de slavernij, de vervolgingen, de roep om gelijkheid en de emancipatie naar gelijkwaardigheid. Op indringende wijze komt de pijn terug op de voorgrond. Niets kan worden geheeld zolang er niet tenminste een soort van ‘accountability’ voor de wandaden van het verleden ontstaat. Zoals de Australische regering zich ooit verontschuldigde aan het adres van de Aboriginals voor het aangedane leed en de Stolen Generation: talrijke Aboriginal kinderen die gedwongen werden om ‘opgevoed’ te worden in strenge protestantse internaten waarin ze mishandeld werden en aanzien als een soort minderwaardig ras

De vermijding van bepaalde plekken, personen en activiteiten die herinneren aan het traumatisch gebeuren, kan worden teruggevonden in de reactie van holebi’s en immigranten die zich opnieuw willen wegstoppen in een steeds minder verdraagzame samenleving. Deze toegenomen intolerantie bleek nu reeds uit de tegenbetogers die rond de protestbijeenkomst stonden met borden als ‘You crying babies’, ‘Trump won, deal with it’ and ‘Respect democracy’. Alsook uit de talrijke verslagen van toenemend rassengeweld.

De verandering van de cognities over de Amerikaanse samenleving moet niet ver gezocht worden, zowel de media als de publieke opinie en mensen die geïnterviewd worden, herhalen telkens opnieuw hoe opgedeeld de bevolking nu wel is. Ze roepen uit hoe dringend het herstel van de nationale eenheid is, wil het klimaat niet helemaal ontsporen.

Als vanzelfsprekend volgt daaruit een hele resem van negatieve emoties: angst, verdriet, schuld, schaamte, boosheid, enz. Een veel gehoorde frustratie is dat Hillary Clinton de ‘popular vote’ had gewonnen, maar Donald Trump gewoon meer kiesmannen had. Dat weet nu stilaan iedereen.

Iedereen wil nu iets doen, in gang schieten, met een gedrevenheid die doet vermoeden dat de hoop bestaat dat deze uitslag nog kan worden teniet gedaan… liefst nog voor ‘inauguration day’.

Hoe moet het nu verder?

Hoe het nu verder moet, weet niemand. De Amerikaanse media berichten uitvoerig over de wijze waarop dit trauma kan ontsporen in geweld. Beelden van nazikentekens op openbare plaatsen, moslimvrouwen wiens hoofddoek wordt afgerukt, een schoolcafetaria met blanke kinderen die zingen ‘build that wall’ en latino’s die op de schoolplaats te horen krijgen dat ze nu maar moeten opkrassen.

Wat gezaaid werden in een vernietigende campagne, wordt nu geoogst op de straat. De verkiezingstaal en de beledigende slogans worden overgenomen door de man van de staat en de polarisatie neemt steeds meer gevaarlijke proporties aan.

Net zoals de presidentskandidaten de bevolking hebben geleerd dat een bepaald taalgebruik tegen mensen kan, dat je een tegenstander zomaar mag uitschelden, zullen ze nu zo snel mogelijk publiekelijk bakzeil moeten halen en diezelfde bevolking terug tot bedaren moeten zien te brengen. Anders riskeert dit hoofdstuk een moeilijke, beschadigende en triestige passage in de Amerikaanse geschiedenis te worden.

Meest gelezen