Nederlands gerecht vervolgt Wilders "vol overtuiging"

In het proces-Wilders heeft de openbare aanklager zijn requisitoir gehouden. Officier van Justitie Wouter Bos zei dat de beslissing om Wilders te vervolgen enkel gebaseerd is op de wet, "niets meer en niets minder". Het Openbaar Ministerie heeft volgens Wouters "vol overtuiging" besloten om tot vervolging over te gaan.
De rechters in het proces-Wilders en officier van Justitie Bos (links).

Geert Wilders van de populistische anti-islampartij VVD staat terecht voor "groepsbelediging" en het "aanzetten tot discriminatie". Het gaat meer bepaald over twee uitspraken van Wilders uit maart 2014.

Op 12 maart zei Wilders dat "als het even kan, er in Den Haag minder Marokkanen moeten komen" en een week later, op 19 maart, vroeg hij in een café in Den Haag of er meer of minder Marokkanen moeten komen. Het publiek scandeerde daarop "minder, minder", en Wilders antwoordde daarop: "Dan gaan we dat regelen."

Met die uitspraak is WIlders volgens aanklager Bos verder gegaan dan met zijn uitspraken over moslims en de islam, en "zet hij nu een hele bevolkingsgroep weg". Ook waren de uitspraken van 19 maart volgens de aanklager geen spontane ingeving van het moment, maar vooraf gepland en doordacht. Uit verklaringen van getuigen blijkt volgens de aanklager dat Wilders zijn speech zorgvuldig opgesteld had, volgens de regels van de klassieke retorica.

De beslissing om Wilders te vervolgen is "gebaseerd op een grondige analyse van de wet, de specifieke omstandigheden van deze zaak, en het benutten van al de expertise van het kantoor van het Openbaar Ministerie, niets meer en niets minder", zo zei aanklager Bos aan de drie rechters in de zaak.

"Politiek proces"

Geert Wilders, die het in de peilingen goed doet met zijn partij PVV, is niet aanwezig op het proces. Hij weigert het bij te wonen, omdat het volgens hem een "politieke heksenjacht" is. Gisteren tweette hij nog: "Morgen vervolg heksenjacht met requisitoir Wouter Bos die - net als in Turkije - in opdracht van de regering politici de mond wil snoeren". In een verklaring die zijn advocaat eerder in het proces voorgelezen heeft, zei Wilders: "Het is mijn recht en mijn plicht als politicus om te spreken over de problemen in ons land."

Aanklager Bos zei dat in het proces twee fundamentele waarden om voorrang strijden: het discriminatieverbod en de vrijheid van meningsuiting. De vrijheid van mening wordt evenwel begrensd door het discriminatieverbod, zo zei hij, en het Openbaar Ministerie is stafrechtelijk verplicht om het discriminatieverbod te handhaven. Het is dan ook "vol overtuiging" dat het OM besloten heeft om tot vervolging van Wilders over te gaan.

Het handhaven van de democratisch vastgelegde strafwet is de drijfveer van het Openbaar Ministerie in deze zaak, en overwegingen zoals dat het proces te laat komt, of dat het van Wilders een martelaar zou maken, spelen voor het OM niet mee, zei Bos. Hij wees er ook nog op dat Nederland verschillende internationale verdragen heeft ondertekend, zoals de Rassenwet van de Verenigde Naties, waarin discriminatie verboden wordt en die Nederland verplichten om op te treden in deze zaak.

Verwacht wordt dat het Openbaar Ministerie morgen zal bekendmaken welke straf het eist, voor de advocaten van Wilders hun slotpleidooi houden. De maximumstraf is twee jaar gevangenis, maar mensen die schuldig bevonden worden in dergelijke zaken krijgen meestal een boete of een taakstraf.

Wilders noemt het proces een "heksenjacht in opdracht van de regering".

Meest gelezen