Oostenrijks-Hongaarse keizer overleden

In deze reeks geven we een overzicht van de grote en kleine gebeurtenissen deze week 100 jaar geleden. Frans Jozef, keizer van Oostenrijk en koning van Hongarije, de langst regerende vorst ter wereld, is overleden. Na de Titanic is nu ook zusterschip Britannic gezonken. En de Geallieerden zetten hun aanvallen aan de Somme stop.

Frans Jozef, keizer van Oostenrijk en koning van Hongarije, is op 86-jarige leeftijd overleden op het kasteel Schönbrunn bij Wenen.

De keizer had een longontsteking gekregen, maar ondanks hoge koorts werkte hij in de voormiddag van de 21ste november nog zijn dagelijkse agenda af. In de namiddag werd hij bedlegerig en rond 21 uur stelde de hofarts de dood vast.

Frans Jozef heerste 68 jaar over de Habsburgse monarchie. Geen enkele grote mogendheid werd zolang door dezelfde persoon geregeerd.

De laatste jaren van zijn regering verliepen somber, vanwege de oorlog, die hij mede in gang heeft gezet door de oorlogsverklaring aan Servië.

Frans Jozef bij een bezoek aan Bosnië-Herzegovina in 1910 (Bildarchiv Austria)

Begintekening: Frans Jozef op zijn sterfbed, uit de Duitse Illustrirte Zeitung, november 1916

Het gaat intussen helemaal niet goed met Oostenrijk-Hongarije, dat enkel met de hulp van de machtige bondgenoot Duitsland kan standhouden.

Frans Jozef leek een bindmiddel tussen zijn 52 miljoen onderdanen, die samen meer dan een dozijn talen spreken. Zijn dood in deze sombere tijden komt voor velen over als een voorbode van het einde van het eeuwenoude rijk.

Frans Jozef zag drie troonopvolgers voor hem overlijden: zijn enige zoon Rudolf pleegde zelfmoord in 1889, zijn broer Karel Lodewijk stierf in 1896 en zijn neef Frans Ferdinand werd in 1914 in Sarajevo vermoord. Frans Ferdinands kinderen hebben geen recht op de troon.

Karikatuur uit De Amsterdammer van mei 1903: een vertwijfelde Frans Josef ziet zijn bondgenoten, de Duitse keizer en toen nog de Italiaanse koning, afdruipen, terwijl zijn onderdanen in vele talen ruziën

Daarom wordt Frans Jozef opgevolgd door de 29-jarige aartshertog Karel, een kleinzoon van Karel Lodewijk. Hij wordt keizer “Karl I” in Oostenrijk en koning “IV. Károly” in Hongarije.

De nieuwe keizer-koning is zelf veldmaarschalk en voert momenteel het bevel over een legergroep aan het Roemeense front.

Karel is gehuwd met de 24-jarige prinses Zita van Bourbon-Parma.
Opmerkelijk is dat twee van Zita’s broers officier zijn in het Belgisch leger. Haar moeder is een tante van de Belgische koningin Elisabeth.

De nieuwe keizer-koning Karl I bij een bezoek aan een legereenheid in Villach in het voorjaar 1916 (Bildarchiv Austria)

Einde Slag aan de Somme

Er lijkt een einde te zijn gekomen aan het aanslepende offensief aan de Somme.

Op 18 november bestormden Britten en Canadezen nog de Duitse linies aan de oevers van de Ancre. Sindsdien zijn de gevechten gestopt. Het weer is dan ook steeds slechter geworden.

Ook de laatste golf van aanvallen heeft niet het beoogde doel bereikt. Er moesten vier dorpen op de Duitsers worden veroverd, maar het werden er slechts drie.

140 dagen lang vond aan de Somme een reeks gevechten plaats die even eentonig als bloedig waren.

Britten en Fransen bleven ondanks zware verliezen aanvallen over de Picardische velden. Uiteindelijk zijn ze nergens verder dan een tiental kilometer opgerukt.

Britse en Franse soldaten verzamelen geweren die door de Duitsers zijn achtergelaten in Saint-Pierre-Divion, een van de laatst ingenomen dorpen (Albums Valois, BDIC)

De zo gehoopte doorbraak in het front is er niet gekomen. Zelfs de Duitse transport- en communicatielijnen zijn niet aangetast.

De steden Bapaume en Péronne, die al in de eerste dagen hadden moeten worden ingenomen, liggen nog altijd enkele kilometers achter de Duitse linies.

Ook de hoop dat de Duitsers door de massale aanvallen gedemoraliseerd zouden raken is niet vervuld, hoewel ook zij zeer zware verliezen leden.

In totaal sneuvelden er aan beide zijden meer dan 300.000 man. De totale verliezen worden geschat op zowat een half miljoen Duitsers, evenveel Britten en ongeveer 200.000 Fransen

Toch weigeren de Geallieerde generaals om van een mislukking te spreken. Ze vonden het offensief nuttig om de vijand zoveel mogelijk onder druk te zetten.

Duitse krijgsgevangenen in Saint-Pierre-Divion (Albums Valois, BDIC)

Zusterschip Titanic vergaat nabij Griekenland

In de Egeïsche Zee is de Britse oceaanreus ‘Britannic’ vergaan.

Dit 275 meter lange hospitaalschip was op weg van Engeland naar het Griekse eiland Lemnos om gewonden op te halen.

Het voer in de ochtend van 21 november tussen het eiland Kea en Kaap Sounion toen het door een explosie werd getroffen.

De ‘Britannic’ was een zusterschip van de legendarische ‘Titanic’, eveneens eigendom van de White Star Line en nog iets groter. Men wilde hem eerst ‘Gigantic’ noemen, maar na de ondergang van de ‘Titanic’ leek die naam hoogmoedig.

De Britannic op de scheepswerf in Belfast net voor de tewaterlating (postkaart)

De Britannic heeft nooit als passagiersschip dienstgedaan. Door de oorlog werd het bij zijn voltooiing in 1915 meteen omgebouwd tot hospitaalschip.

Het was nog in aanbouw toen de ‘Titanic’ verging en werd vanwege die ramp extra beveiligd. Zo kreeg het schip een dubbele romp en lagen de waterdichte schotten aan boord een stuk hoger.

Ondanks dat zonk de ‘Britannic’ in omstandigheden die deden denken aan die van zijn zusterschip. Het schip liep vooraan vol, vertoonde snel slagzij en verdween na iets meer dan een uur onder de golven.

Gelukkig waren er voldoende reddingsboten aan boord. Maar het verlaten van het schip gebeurde in grote chaos.

Twee sloepen werden te water gelaten voordat daartoe bevel was gegeven. Ze werden aangezogen en kapotgeslagen door de schroeven, die nog draaiden (want de kapitein wilde nog het schip op Kea doen stranden).

De Britannic als hospitaalschip

Griekse vissersboten en een Britse kruiser waren snel ter plaatse. De meeste gewonden werden op Kea verzorgd door het medisch personeel.

Er waren 1065 mensen aan boord (de bemanning, 315 militairen van de medische dienst en 70 verpleegsters). Dertig van hen zijn omgekomen, 45 zijn gewond.

De ‘Britannic’ was voorzien om 3000 patiënten te transporteren, maar daarvan waren er – gelukkig – geen aan boord.

Opmerkelijk is dat drie overlevenden van de ‘Titanic’ ook deze ramp hebben overleefd. Verpleegster Violet Jessop, een voormalige hostess van de ‘Titanic’, zat in een kapotgeslagen sloep en raakte gewond maar werd gered.

Verpleegsters aan boord van de Britannic

De ‘Britannic’ was het grootste schip dat tijdens de oorlog verging. Het wrak, ontdekt door commandant Cousteau in 1975, is het grootste passagiersschip dat op de zeebodem rust.

Over de oorzaak van de ramp is er nooit zekerheid gekomen. Waarschijnlijk liep het schip op een mijn die door een vijandige onderzeeër was geplaatst, maar het blijft een raadsel waarom het zo snel is kunnen zinken.

Geallieerden veroveren Monastir

De bijna mythische Balkanstad Monastir is in Geallieerde handen.

Monastir (Bitola in het Servisch) is de grootste stad van Servisch Macedonië, met een zeer gemengde bevolking, en een belangrijk verkeersknoppunt.

De verovering is het grootste succes van het twee maand oud offensief van Franse, Servische, Russische en Italiaanse strijdkrachten in Macedonië onder de Franse generaal Sarrail.

Op 10 november moesten de Bulgaren zich terugtrekken van de rivier de Cerna, na dagenlange gevechten tegen de Serviërs. Voor de Geallieerden lag de weg naar Monastir open, dat zowel door Duitse als Bulgaarse troepen werd verdedigd.

De Franse generaal Sarrail, de bevelhebber van de Geallieerde strijdkrachten in Macedonië, en prins Alexander van Servië rijden Monastir binnen

De gevechten rond de stad woedden nog in volle hevigheid toen de Duitse generaal Winckler op 18 november bevel gaf zich terug te trekken in het gebergte rond Monastir.

De Bulgaarse opperbevelhebber Zjekov protesteerde daartegen maar kon de ontruiming van de stad niet meer verhinderden.

De dag daarop rukte de Franse cavalerie Monastir binnen.

Bulgaarse krijgsgevangenen worden afgevoerd in Monastir

(Bijna) geen Nobelprijzen dit jaar

Op één na worden er voor 1916 geen Nobelprijzen toegekend.

Dat heeft zeker iets met de oorlog te maken. De instellingen die de prijzen toekennen behoren tot de neutrale landen Zweden en Noorwegen. Een keuze maken is voor hen delicaat.

De naam van de Nobelprijswinnaar voor de Vrede blijft voor het derde opeenvolgende jaar blanco.

Alleen bij de Nobelprijzen voor letterkunde zijn er laureaten, zowel voor 1916 als voor 1915 (met een jaar uitstel).

De Nobelprijs voor 1916 gaat naar de Zweedse dichter en romancier Verner von Heidenstam. Dat nieuws is in het buitenland met enige verwondering ontvangen.
 

Heidenstam is buiten Zweden nauwelijks bekend. Bovendien was deze neoromanticus een tegenstander van de beroemde, maar controversiële Zweedse schrijver August Strindberg, die zelf nooit de Nobelprijs mocht ontvangen.

Kenners vinden de keuze van de Zweedse Academie niet onlogisch. Heidenstam is in eigen land bekender dan zijn landgenote Selma Lagerlöf, die de prijs in 1909 kreeg.

De winnaar van de prijs voor 1915 is beter bekend. Het is de Fransman Romain Rolland, een overtuigd pacifist, die sinds het uitbreken van de oorlog in Zwitserland woont. Hij is vooral beroemd door zijn tiendelige roman ‘Jean-Christophe’.

Kort na het uitbreken van de oorlog had Romain Rolland in een Zwitserse krant een opvallend artikel geschreven: ‘Au-dessus de la melée’, waarin hij het oorlogsgeweld langs beide kanten veroordeelt. Dat kan een bijkomende reden zijn om hem nu de prijs te geven.

Romain Rolland op het balkon van zijn appartement in Parijs (BnF, Gallica)

Meest gelezen