1 op de 5 vrouwen heeft lichamelijke klachten na uitstrijkje

Een op de vijf vrouwen die een uitstrijkje laat nemen om baarmoederhalskanker in een vroeg stadium op te sporen, krijgt te maken met lichamelijke klachten na het onderzoek of na een vervolgbehandeling. Dat schrijft de Volkskrant op basis van een onderzoek van het Rotterdamse universitair Erasmus Medisch Centrum. Het is de eerste keer dat de bijwerkingen van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker op een rij worden gezet.

Meestal gaat het vlak na het uitstrijkje om relatief milde klachten. Vrouwen die worden doorverwezen voor een vervolgonderzoek of een behandeling, worden echter regelmatig met zwaardere bijwerkingen geconfronteerd, zoals (ernstige) buikpijn of bloedverlies. In totaal gaat het in Nederland om 20.000 klachten.

Volgens epidemioloog Dik Habbema van het Erasmus MC is die informatie erg belangrijk om de waarde van de screening te kunnen afwegen. "In bevolkingsonderzoeken draait alles om een vroege opsporing van de kanker en het redden van levens", zegt hij aan de Volkskrant. "Dat is bijzonder belangrijk, maar er moet ook aandacht zijn voor de klachten die erdoor worden veroorzaakt. Bijwerkingen van geneesmiddelen worden gemeld en bijgehouden, maar bijwerkingen van screening blijven onderbelicht." Wie zich wil laten testen, moet dus de relatief kleine kans op een groot voordeel - namelijk dat de kanker op tijd wordt gevonden - afwegen tegenover de grote kans op een klein nadeel, meent hij.

Wat zegt Vlaanderen?

Ook de Vlaamse overheid is sinds 2013 gestart met een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker, in samenwerking met het Centrum voor Kankeropsporing (CvKO). Het Centrum stuurt uitnodigingen uit op maat om vrouwen tussen de 25 en 64 jaar aan te moedigen elke 3 jaar een uitstrijkje te laten nemen.

"Wij houden alle klachten die binnenkomen nauwgezet bij", zegt dr. Eliane Kellen van het CvKO. "Al is er bij ons nog nooit melding gemaakt van bijwerkingen vlak na het uitstrijkje."

Na een vervolgbehandeling kunnen er echter soms wel lichamelijke klachten optreden, bevestigt Kellen. "Al moet je daarbij ook in het achterhoofd houden dat slechts 6 procent van de uitstrijkjes een afwijkend resultaat vertoont. Meer dan 90 procent van de vrouwen wordt meteen gerustgesteld en wordt niet doorverwezen."

De voordelen van het bevolkingsonderzoek wegen volgens het CvKO dus nog steeds ruimschoots op tegenover de eventuele bijwerkingen. "Het is onze taak de mensen ook over de nadelen correct te informeren", besluit Kellen. "Niets in de geneeskunde is heiligmakend. Toch zijn de voordelen van dit bevolkingsonderzoek nog steeds groter dan de nadelen. Een uitstrijkje is bovendien op dit moment de enige wetenschappelijke methode om baarmoederhalskanker tijdig op te sporen."

Bij een vroegtijdige diagnose kan 90 procent van de overlijdens door baarmoederhalskanker worden voorkomen. Als de ziekte in een voorstadium wordt opgemerkt, kan zelfs volledig worden vermeden dat de kanker zich ontwikkelt.