De dunne lijn tussen zaken en politiek: deze 4 deden het Donald Trump voor

Vastgoedmiljardair Donald Trump ziet geen enkele reden om tijdens zijn presidentschap niet aan zaken te doen. Enkele voorbeelden uit het verleden leren echter dat de combinatie zaken en politiek niet zelden leidt tot onfrisse situaties.

Bernard Tapie: de man van Adidas

De Franse zakenman Bernard Tapie wordt in 1992 minister onder impuls van de toenmalige socialistische president Mitterrand. Tapie is op dat moment niet alleen een populaire televisiefiguur, maar vooral ook een van de rijkste mensen van Frankrijk, dankzij een indrukwekkend imperium dat hij in de jaren 80 had opgebouwd. Zo is Tapie eigenaar van het Duitse sportmerk Adidas, maar dat verkoopt hij omdat hij van Mitterrand uit de zakenwereld moet stappen om eventuele belangenconflicten te vermijden.

Desalniettemin baadt het ministerschap van Tapie meteen in een schandaalsfeer. Lang duurt het ministerschap van Tapie dan ook niet. Na drie maanden en twee dagen moet hij al ontslag nemen - een van de kortste ministermandaten uit de Vijfde Republiek -  omdat hij in verdenking wordt gesteld van misbruik van vennootschapsgoederen.

Het is slechts een van de vele schandalen waarin de naam van Tapie opduikt. Zo wordt de multimiljonair in 1995 veroordeeld voor corruptie en omkoping als toenmalig voorzitter van voetbalclub Olympique de Marseille. In 2015 wordt Bernard Tapie dan weer verplicht om 404 miljoen euro schadevergoeding terug te betalen aan de Franse overheid, een schadevergoeding die eerder aan Tapie op onfrisse manier was toegekend in de nasleep van de verkoop van Adidas.

Eind vorig jaar kondigt Bernard Tapie zijn terugkeer op het Franse politieke toneel aan. Hij wil de strijd aangaan met het extreemrechtse Front National. Een strijd die hij in zijn eerste carrière ook al voerde, wat toen vaak leidde tot pittige televisiedebatten (zie video onderaan, waar de presentator als grap bokshandschoenen bovenhaalt). En laat het net dat showelement zijn waar Tapie zo van houdt.

Silvio Berlusconi: de man van de media

In 1993 wordt Italië geplaagd door een grote politieke crisis. De heersende partijen gaan gebukt onder corruptieschandalen en de Italianen hebben het gehad met het politieke establishment in Rome. Dat merkt ook een rijke zakenman uit Milaan op, die meteen zijn kans grijpt: Silvio Berlusconi richt zijn partij Forza Italia op en belooft het land te besturen met fris ondernemerschap. De boodschap slaat aan, Berlusconi wordt meteen premier. Met enkele tussenpozen zal hij dat mandaat tot 2011 bekleden.

De belofte om het anders te doen dan de gecorrumpeerde traditionele partijen houdt niet stand, integendeel. Zo bezit Berlusconi de populairste televisiestations van Italië, een machtspositie die hij nog uitbreidt dankzij op maat gemaakte wetgeving. De Internationale Federatie van Journalisten bekritiseert de "bedreiging van de diversiteit van de berichtgeving" nadat kritische journalisten ontslagen worden.

Het machtsmisbruik van Berlusconi leidt ook tot enkele anekdotische verhalen. Zo wordt een drukke bushalte voor het Palazzo Grazioli van Berlusconi in Rome onder zijn impuls verwijderd, tot ongenoegen van de pendelaars. Maar er zijn vooral toch ernstige zaken. Tijdens de politieke carrière van Berlusconi lopen diverse onderzoeken voor fraude en corruptie tegen hem, onderzoeken die de Italiaanse premier probeert te ondermijnen met wetgevende manoeuvres. In 2012 komt het toch tot een veroordeling voor belastingontduiking, een jaar later voor omkoping. In de fameuze "Rubygate" over wilde seksfeestjes wordt Berlusconi wel vrijgesproken.

De politieke carrière van Berlusconi neemt zo goed als een einde in 2013, wanneer hij uit het parlement wordt gezet wegens de veroordeling voor belastingfraude. Maar de eens zo blinkende ster van Berlusconi was door de schandalen al enige jaren tanend: het ongenoegen was bij sommige mensen zo groot, dat iemand in 2009 een miniatuurversie van de Milaanse duomo tegen het gezicht van de premier gooide. De beelden van een bloedende Berlusconi gingen de wereld rond.

Thaksin Shinawatra: de man van de telecom

Thaksin Shinawatra was premier van Thailand van 2001 tot en met 2006. Hij stamt uit de rijkste familie van Thailand en maakte verder fortuin als hoofd van de grootste Thaise mobiele telefoonmaatschappij. In 2006 werd Shinawatra echter van de macht verdreven door een staatsgreep van het leger. Eerder dat jaar had de premier nog vervroegde verkiezingen uitgeschreven na massale betogingen tegen zijn figuur. (zie video onderaan).

Er was protest tegen de zakenman-premier omdat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan machtsmisbruik en conflicterende zakenbelangen. Zo zouden onderdelen van het Shinawatra-imperium lucratieve zakendeals hebben kunnen sluiten dankzij een zetje van premier Thaksin Shinawatra.

Uiteindelijk werd hij in 2008 veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf voor corruptie. De ex-premier zat toen al enige tijd in het buitenland, omdat het in eigen land te heet onder de voeten was geworden.

Toch bleef zijn familie de Thaise politiek domineren: in 2011 werd zus Yingluck Shinawatra premier. Maar ook zij werd uiteindelijk afgezet door een militaire coup in 2014. De politieke onrust was begonnen omdat zus Shinawatra een amnestiewet door het parlement probeerde te krijgen waardoor broer Shinawatra zonder risico op een verblijf in de cel naar Thailand zou kunnen terugkeren. Dat leidde tot heel wat protest in de straten van Bangkok.

Paul Vanden Boeynants: de man van de ontvoering

Zoonlief zou advocaat worden, dat was althans de droom van vader Vanden Boeynants, een slager uit Mechelen. Het draaide anders uit: voetbal, het zakenleven en de politiek lagen VDB beter. In 1958 kreeg de toen 40-jarige Paul Vanden Boeynants zijn eerste ministerpost voor de christendemocratische partij. Er zouden er nog heel wat volgen. Later werd hij twee keer premier: van 1966 tot 1968 en van 1978 tot 1979.

VBD groeide uit tot een van de meest kleurrijke, maar ook controversiële Belgische politici, niet het minst door de connecties tussen zijn bestaan als zakenman en als machtige politicus. De manier waarop Vanden Boeynants de Brusselse Noordwijk liet platleggen - in nauwe connectie met grote projectontwikkelaars uit "zijn Brussel" - roept tot op vandaag vragen op en tekent de hoofdstad.

De bekende uitspraak "Trop is te veel en te veel is trop" deed Paul Vanden Boeynants na aantijgingen dat hij een rol zou hebben gespeeld bij seks- en drugsfeestjes. De ex-premier werd ook vaak genoemd in de meest diverse fraudeaffaires, maar pas in 1986 werd VDB tot een voorwaardelijke celstraf en geldboete veroordeeld voor belastingontduiking.

Uiteindelijk is het ook het fortuin dat Paul Vanden Boeynants kon verzamelen met zijn zaken dat zal leiden tot zijn spectaculaire ontvoering in januari 1989. De misdaadgroep Brigade Socialiste Révolutionnaire van onder anderen Patrick Haemers had naar eigen zeggen geld nodig en vond een gemakkelijk slachtoffer in de oud-premier en rijke zakenman. Een maand na de ontvoering werd VDB vrijgelaten, na het betalen van ettelijke miljoenen losgeld.