Meest recent

    Roemeense hoofdstad Boekarest bedreigd

    In deze reeks geven we een overzicht van grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog deze week 100 jaar geleden. Amper 3 maanden nadat het de oorlog heeft verklaard aan Oostenrijk-Hongarije en zijn bondgenoten, zit Roemenië zowat overal in het defensief. Duitse en Bulgaarse troepen rukken op vanuit het noorden en het zuiden, en bedreigen de hoofdstad Boekarest.

    Een Duits-Bulgaarse troepenmacht onder veldmaarschalk von Mackensen is erin geslaagd om de Donau over te steken aan de zuidelijke grens van Roemenië.

    Dat gebeurde nabij de Bulgaarse stad Sisjtov (Sistova), minder dan 100 kilometer ten zuidwesten van de Roemeense hoofdstad Boekarest.

    Deze zuidelijke grens werd maar zwak verdedigd, omdat het gros van het Roemeense leger was ingezet aan het front van de Karpaten. Maar ook hier heeft het Duitse leger onder generaal von Falkenhayn de Roemenen terug gedrukt.

    Beide legers nemen daardoor Walachije (het zuidelijke deel van Roemenië) in de tang. Op 29 november maken ze contact, na in recordtempo enkele steden te hebben ingenomen.

    Veldmaarschalk von Mackensen schouwt zijn troepen die de Donau oversteken.

    Beginillustratie: Duitse militairen rukken op in Roemenië

    Boekarest is nu rechtstreeks bedreigd. De Roemeense legerleiding smeekt om hulp. Rusland stuurt een cavaleriekorps, maar dat moet meer dan 600 km afleggen over slechte wegen.

    Een teken van hoop voor de Roemenen is de aanwezigheid van de energieke generaal Henri Berthelot aan het hoofd van een talrijke groep Franse militaire adviseurs.

    Berthelot was de naaste medewerker van generaal Joffre tijdens de slag aan de Marne (1914), waarbij de Duitsers vlak voor Parijs werden verslagen. Hij zou een plan uitwerken om Boekarest te redden. Een "Roemeense Marne", zo hopen sommigen.

    Twee illustraties uit het Franse tijdschrift Le Petit Journal Illustré, december 1916. Rechts een portret van generaal Berthelot, links een anti-Bulgaarse prent: Bulgaarse vrouwen zouden hun troepen volgen en meehelpen bij slachtpartijen en plunderingen.

    Beroemde Belgische dichter omgekomen

    De beroemde Belgische dichter Emile Verhaeren is in Rouen omgekomen.

    Verhaeren was in de Normandische hoofdstad voor een lezing en wilde ’s avonds terugkeren naar Parijs, waar hij woont. Op het perron wilde hij op een rijdende trein stappen, viel en kwam onder de trein terecht. Zeer zwaargewond werd Verhaeren weggevoerd. Hij overleed kort daarop.

    Emile Verhaeren was samen met Maurice Maeterlinck de bekendste Belgische naam in de literaire wereld. Hij was een van de belangrijkste dichters van het symbolisme.

    Emile Verhaeren op het strand van De Panne tijdens een van zijn bezoeken aan Albert en Elisabeth (Archief Koninklijk Paleis)

    De in Vlaanderen opgegroeide Verhaeren schreef in het Frans. Dat neemt niet weg dat zelfs Vlaamsgezinde publicaties hulde brengen aan "de zoon van Vlaanderen" en wijzen op "zijn gulle warmte, zijn klank, zijn kleur en zijn liefde voor Vlaanderens prachtige steden".

    Verhaeren had sinds het begin van de oorlog blijk gegeven van zijn patriottisme. Hij brak met zijn Duitse vrienden en bewonderaars, en drukte zijn verontwaardiging over Duitsland uit in geschriften als "La Belgique sanglante" en "Le crime allemand".

    Hij was een graag geziene gast van de koning en de koningin in hun villa in De Panne.

    Ten teken van rouw is meteen een tentoonstelling van Belgische kunstenaars in Rouen gesloten.

    De Franse president Poincaré heeft een officier naar mevrouw Verhaeren gestuurd om zijn deelneming te betuigen. Ook de Belgische regering drukt haar rouwbeklag uit.

    Een Frans senator heeft zijn regering gevraagd om het stoffelijk overschot van Verhaeren bij te zetten in het Pantheon in Parijs, in afwachting dat het naar België kan worden teruggebracht.

    Voorpagina van Verhaeren's "Le Crime Allemand" en een propaganda tekening uit het boek: "De Duitsers door henzelf gezien"

    Frans slagschip met man en muis vergaan

    Het Franse slagschip "Suffren" is op de Atlantische Oceaan ter hoogte van Lissabon getorpedeerd.

    Het 126 meter lange slagschip was 12 jaar in gebruik.

    De "Suffren" had in maart 1915 deelgenomen aan de aanval op de Dardanellen en werd toen zwaar beschadigd. Daarna was het schip vooral actief in de Griekse wateren.

    Het slagschip was op weg naar Lorient in Bretagne voor reparaties toen het door een Duitse onderzeeër werd aangevallen. Door de eerder opgelopen schade was de snelheid van het schip beperkt. Het werd ook niet geëscorteerd.

    De "Suffren" werd door een torpedo in de machinekamer getroffen en zou binnen de minuut zijn gezonken.

    De Duitse U-boot zocht nog naar overlevenden, maar het weer was bijzonder slecht. Alle 648 man aan boord zijn omgekomen.

    De voorpagina van de Franse krant Le Petit Journal van 9 december 1916 meldt de ondergang van de Suffren. Het nieuws werd maar met enige weken vertraging vrijgegeven door het  Franse ministerie van Oorlog.

    Verschuiving aan de top van de Britse marine

    Admiraal Sir John Jellicoe wordt de nieuwe First Sea Lord, de chef van de Britse marinestaf. Hij vervangt daarmee admiraal Sir Henry Jackson.

    Admiraal Jackson bekleedde de hoogste post van de Royal Navy sinds mei 1915, toen zijn voorganger Lord Fisher moest opstappen na de mislukte vlootaanval op de Dardanellen. Jackson had gewaarschuwd voor die mislukking.

    Jackson had vooral ervaring in technische en administratieve kwesties, maar niet zozeer als chef van operaties. Er kwam steeds meer kritiek op de marineleiding vanwege de aanhoudende U-bootaanvallen op koopvaardijschepen.

    De recente raids van Duitse torpedoboten op het Kanaal vormden de druppel die de emmer deed overlopen. Hoewel minister van Marine Balfour goed met Jackson kon opschieten, moet hij hem nu laten vallen.

    Jacksons opvolger Jellicoe was tot nu toe opperbevelhebber van de Grand Fleet, de hoofdmacht van de reusachtige Britse oorlogsvloot.

    Ook Jellicoe is het voorwerp van kritiek. Hij kon eerder dit jaar in de Slag bij Jutland geen overtuigende overwinning behalen op de Duitse vloot, hoewel hij in die reuzenslag een groot overwicht aan oorlogsschepen had.

    Jellicoe’s benoeming tot First Sea Lord lijkt dan ook een elegante manier om hem van de Grand Fleet weg te halen.

    Jellicoe heeft de reputatie voorzichtig te zijn. Zijn opvolger aan het hoofd van de Grand Fleet wordt viceadmiraal Sir David Beatty, een heel ander figuur.

    Beatty is de jongste Britse admiraal sinds Nelson. Hij staat bekend om zijn stoutmoedig en rebels karakter. Hij toonde zijn moed bij Jutland, waar zijn eigen slagkruiser zwaar getroffen werd.

    Links Henry Jackson, rechts David Beatty

    Weer een nieuwe premier in Rusland

    De Russische regeringsleider Boris Stürmer is door de tsaar ontslagen. De hoveling Stürmer was nog geen tien maanden premier. De laatste maanden was hij ook minister van Buitenlandse Zaken.

    De proclamatie door de Duitsers van een onafhankelijk Polen (d.w.z. het door de Centralen bezette Russische deel van Polen) vorige week, was een streep door de rekening van Stürmer. Hij had de Polen autonomie willen beloven als onderdeel van een compromisvrede.

    Hij bekwam dat Roemenië aan de oorlog ging deelnemen, maar die deelname lijkt intussen op een ramp uit te lopen.

    Stürmers val komt een goede week nadat in de Rijksdoema een storm van protest tegen de regering was losgebarsten.

    De vergaderzaal van de Doema, een foto uit 1907

    Volgens de oppositie in de Doema wordt de regering beïnvloed door "duistere krachten". Daarmee wordt vooral Raspoetin bedoeld, de mystieke intrigant die bevriend is met de tsaar en de tsarina.

    De socialist Kerenski noemde in de Doema de ministers huurmoordenaars en lafaards. De liberale leider Miljoekov hield een indrukwekkende rede waarin hij één voor één de mislukkingen van de regering opsomde en telkens vroeg: “Is dit dwaasheid of verraad?”.

    Uiteindelijk verlieten de ministers de zitting van de Doema, iets ongezien in de nog jonge Russische parlementaire geschiedenis.

    De nieuwe premier wordt minister van Spoorwegen Aleksandr Fjodorovitsj Trepov. Hij is in tegenstelling tot Stürmer geen voorstander van een compromisvrede.

    Van links naar rechts: Kerenski, Miljoekov en Trepov

    Duitse spoormaatschappij met Belgische wagons

    In Berlijn is een nieuw exploitatiebedrijf van slaap- en restauratiewagens opgericht onder de naam Mitteleuropäische Schlaf- und Speisewagen Aktiengesellschaft (Mitropa) .

    Mitropa is een initiatief van de spoorwegbedrijven van de verschillende Duitse deelstaten en van Oostenrijk-Hongarije. Het moet een einde maken aan het monopolie van de Frans-Belgische Compagnie Internationale des Wagons-Lits, waarvan de hoofdzetel in Brussel was gevestigd.

    De Centrale Mogendheden hebben sinds het begin van de oorlog hun banden met Wagons-Lits. verbroken. In de praktijk zal Mitropa vooral werken met het materiaal van Wagons-Lits dat in België geconfisqueerd werd.

    De 'keizerlijke' slaapwagen van Mitropa

    Mitropa zal meteen beginnen met de exploitatie van de Balkanzug of Balkan Express die Berlijn met Constantinopel verbindt. Die komt er in plaats van de Orient Express van Wagons-Lits, die vanwege de oorlog niet meer functioneert.

    Het geheel past in de Duitse ‘Weltpolitik’. Duitse ingenieurs werken in het Midden-Oosten aan een spoorlijn die Berlijn met Bagdad moet verbinden.

    Mitropa-posters uit 1928 en 1929