Ziekenhuizen in belegerd Aleppo werken niet meer

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn de ziekenhuizen in het oosten van de Syrische stad Aleppo te zwaar beschadigd om nog patiënten te kunnen helpen. De voorbije dagen werden twee ziekenhuizen in het door de rebellen gecontroleerde deel van de stad bij regeringsbombardementen nog hard getroffen. Naar schatting een kwart miljoen mensen heeft nu geen toegang meer tot gespecialiseerde medische verzorging.

Het Syrische leger verhoogde de voorbije dagen zijn aanvallen op het oosten van Aleppo. Twee algemene ziekenhuizen in het centrum van de brandhaard werden daarbij zo zwaar getroffen dat ze in het midden van een bombardement het werk moesten stilleggen. De luchtaanvallen beschadigden ook het enige nog opererende kinderziekenhuis in de stad.

Volgens de WHO is de ravage zo groot dat het maar zeer de vraag is of de ziekenhuizen nog zullen heropenen. Naar schatting meer dan een kwart miljoen mensen hebben daardoor geen toegang meer tot gespecialiseerde zorg voor hun zware verwondingen. Belangrijke operaties of raadplegingen voor ernstige aandoeningen zijn niet meer mogelijk.

"Het is alsof we in de hel leven", vertelde de laatste neurochirurg in het oosten van de stad aan journalisten. "Onze wijken staan in brand en het regent bommen vanuit de hemel. Wij doen een dringende oproep aan de internationale gemeenschap om hulp."

Ziekenhuizen geviseerd

Hulporganisaties zijn ervan overtuigd dat het Syrische leger tijdens zijn bombardementen ziekenhuizen en medische centra viseert, in een poging om de rebellen te isoleren.

Regeringstroepen hebben het oosten van de stad omsingeld. Voedsel, medicijnen, brandstof zijn schaars en er is nog nauwelijks water.

Aleppo is de grootste stad van Syrië en is al verdeeld sinds 2012. Sinds afgelopen zomer is het geweld er toegenomen. Na een korte pauze wordt de stad sinds vorige week weer zwaar gebombardeerd.