Enkel de aftakeling kreeg el comandante klein

Fidel Castro regeerde 47 jaar met ijzeren vuist over Cuba en vestigde er een socialistisch regime dat steeds meer geïsoleerd raakte. Tot de ernstig zieke comandante in 2006 de macht aan zijn broer moest overdragen. Sindsdien verscheen hij zelden in het openbaar.

Fidel Alejandro Castro Ruiz werd op 13 augustus 1926 geboren. Castro's vader, zelf een zoon van arme Spaanse boeren en in 1895 naar Cuba gekomen, verdiende flink wat geld in de suikerindustrie. Het liet zoon Fidel toe om in 1945 aan een studie rechten en sociale wetenschappen te beginnen aan de universiteit van Havana. Castro raakte in die periode politiek geëngageerd. Hij vormde uiteindelijk een linkse verzetsgroep tegen het regime van dictator Fulgencio Batista en tegen de invloed van de Verenigde Staten op Latijns-Amerika in het algemeen en Cuba in het bijzonder.

"De geschiedenis zal mij vrijspreken"

In 1953 concentreerde Castro zijn politiek engagement op Cuba zelf. Op 26 juli 1953 vielen 165 opstandelingen onder leiding van Castro de Moncada-kazerne (foto) in Santiagio de Cuba aan. Castro hoopte dat de aanval de aanleiding zou zijn voor een volksopstand tegen het regime van Batista, maar het draaide helemaal anders uit. Castro werd, net als zijn broer Raúl en een aantal anderen, gevangengenomen.

Op zijn proces verdedigde Castro zichzelf met de beroemde toespraak "De geschiedenis zal mij vrijspreken", waarin hij de misdaden tegen de gevangengenomen opstandelingen aanklaagde, het regime van Batista illegaal verklaarde en de gewelddadige acties om het regime omver te werpen, rechtvaardigde. Hij sloot af met de zin: "Veroordeel mij, het doet er niet toe, de geschiedenis zal mij vrijspreken." Castro kreeg vijftien jaar cel.

Na twee jaar opsluiting werden de Castro's in 1955 vrijgelaten in het kader van een amnestieregeling door Batista. Fidel Castro ging in ballingschap in Mexico, waar hij een gewapende opstand tegen Batista voorbereidde. In datzelfde jaar ontmoette hij, in Mexico, voor het eerst de Argentijnse arts Ernesto "Che" Guevara.

Cubaanse revolutionaire oorlog

Op 2 december 1956 meerden Fidel en Raúl Castro, Che Guevara en 78 anderen met een klein motorschip, de Granma, aan op een Cubaans strand. De "Barbudos" ("Bebaarde mannen") begonnen vanuit de Sierra Maestra aan een revolutionaire oorlog tegen het regime van Batista die twee volle jaren zou duren.

Vanuit het oosten van het eiland veroverden de rebellen de belangrijkste Cubaanse steden. Op 1 januari 1959 viel ook de hoofdstad Havana in handen van de revolutionairen, nadat Fulgencio Batista op de vlucht was geslagen. Een week later reden de Castro's, Guevara, Camilo Cienfuegos en hun gevolg onder luid gejoel Havana binnen.

Castro jaagt Amerikanen de gordijnen in

De eerste jaren van de Cubaanse revolutie werden gekenmerkt door massale nationaliseringen, onder meer van een aantal Amerikaanse bedrijven. De nationaliseringen schoten in het verkeerde keelgat bij de Verenigde Staten, die in 1961 alle diplomatieke relaties met Cuba verbraken en de Amerikaanse ambassade in Havana sloten.

De woede van de VS was dermate groot dat Castro in de loop der jaren het doelwit werd van tientallen al dan niet door de Amerikanen georkestreerde moordcomplotten, van vergiftigde drankjes tot ontploffende sigaren. De bekendste poging om Castro ten val te brengen, was de invasie van de Varkensbaai op 17 april 1969. 1.500 door de CIA opgeleide contrarevolutionairen strandden toen op Playa Girón, in een poging tot opstand. In minder dan 72 uur werden de contrarevolutionairen verslagen.

De Amerikanen moesten hun meerdere erkennen in een bijzonder strijdvaardige Castro, maar sloegen op economisch niveau snoeihard terug. In 1962 voerde de Amerikaanse president John F. Kennedy een economisch en handelsembargo in tegen het weerspannige Caraïbische eiland.

Internationaal isolement

Na de breuk met de VS begin jaren 60 richtte Castro zijn beleid op de Sovjet-Unie. Castro maakte in die tijd ook een ideologische ontwikkeling door en omschreef zich voortaan als "marxist-leninist". De sterke economische afhankelijkheid van de Sovjet-Unie leidde er na de implosie van de Sovjet-Unie begin jaren 90 toe dat Cuba in een nog groter internationaal isolement belandde. In drie jaar tijd moest de Cubaanse economie een verlies van 35 procent incasseren.

Castro lanceerde de "speciale periode", gekenmerkt door onder meer strenge beperkingen op de productie van brandstoffen en zware landbouw- en economische hervormingen. Midden jaren 90 kroop de Cubaanse economie lichtjes uit het dal, maar het zou nog tot 2007 duren voor ze op hetzelfde peil stond als in 1990. De VS bleef al die jaren vasthouden aan het embargo, dat in 1996 nog werd verstrengd, via de Helms-Burton Act.

Nieuwe, rode vrienden

In het eerste decennium van de 21e eeuw vond Fidel Castro nieuwe, linkse bondgenoten in Latijns-Amerika, met als belangrijkste de - inmiddels overleden - Venezolaanse president Hugo Chávez. Cuba kon aan een voordelige prijs Venezolaanse olie aankopen, terwijl Venezuela een beroep kon doen op medicijnen, medisch materiaal en Cubaanse artsen, die een uitstekende reputatie genoten.

Chávez noemde Castro een grote inspirator en later riep ook de Boliviaanse president Evo Morales zichzelf tot grote fan uit. Maar Castro kreeg ook steun uit een andere - omstreden - hoek. Zo had hij jarenlang goede banden met onder meer de Libische kolonel Khaddafi en de Iraanse president Ahmadinejad.

De overgave komt vanbinnen

Ook al had Castro meer vijanden dan vrienden, zijn macht werd uiteindelijk niet vanbuiten aangetast, maar vanbinnen. Letterlijk zelfs: Fidel Castro zag zich in juli 2006 verplicht om de feitelijke macht over te dragen aan zijn broer Raúl Castro (foto, rechts) wegens een ernstige darmziekte. In 2008 werd Raúl ook president.

Sinds de machtsoverdracht aan zijn broer is Fidel Castro maar zelden in het openbaar verschenen. Af en toe doken beelden of foto's op van een herstellende Castro, in die eerste jaren na het doorgeven van de fakkel vaak in trainingspak gehuld. In augustus 2010 sprak hij nog eens het parlement toe. Het was zijn eerste rechtstreekse toespraak sinds zijn ziekte. Het werd overigens een korte toespraak van nauwelijks iets meer dan 10 minuten. Ongewoon voor een man die decennialang bekend stond voor zijn marathontoespraken, die gemakkelijk 8 tot 10 uur konden duren.

Castro maakte een energieke indruk, maar van een comeback op het hoogste politieke trapje was geen sprake. Vanuit de coulissen moest hij vaststellen hoe zijn broer met piepkleine stapjes de Cubaanse revolutie in een vrijere en meer democratische richting probeerde te sturen. Al twijfelde niemand eraan dat hij in die coulissen nog heel wat macht uitoefende.

Begin 2014 woonde de oude Castro plots de inhuldiging van een kunstencentrum bij, meer dan negen maanden na zijn vorige publieke optreden. Een tenger ogende Castro baande zich met een wandelstok een weg door het centrum. De inhuldiging viel samen met de 55e verjaardag van de aankomst van Castro in Havana op 8 januari 1959. In augustus van dit jaar verscheen de Castro voor het laatst in het openbaar bij het feest voor zijn negentigste verjaardag.

Of de geschiedenis Fidel Castro daadwerkelijk heeft vrijgesproken? Hij is in elk geval een omstreden figuur gebleven. Tot aan zijn dood kon hij op fervente aanhangers rekenen, die hem als een icoon beschouwden, die naar derdewereldnormen uitgebreide sociale en medische voorzieningen uitbouwde, al rammelde de economie en bleef Cuba een arm land.

Tegelijk was zijn bewind erg autoritair, werden opposanten vervolgd en de mensenrechten op grote schaal geschonden. Democratisering en economische hervormingen bleven dan weer uit. Wellicht mede daarom vond het experiment van Fidel Castro op Cuba nauwelijks navolging in de wereld.