Gent en zijn waterlopen: van verwensing tot verlokking

Gent en water gaan van oudsher hand in hand. Toch heeft de stad haar waterlopen in het verleden vaak stiefmoederlijk behandeld. Op sommige plekken belandden ze zelfs letterlijk onder de grond.

De Gras- en Korenlei, de Lievekaai, Portus Ganda: Gent bulkt van de aangename plekken aan de Leie en de Schelde, de twee rivieren die elkaar in de Arteveldestad ontmoeten. Heeft het water de jongste jaren een grote aantrekkingskracht op de inwoners en de bezoekers, dan was dat in het verleden net het omgekeerde.

Meer dan een eeuw heeft Gent de neus opgehaald voor zijn binnenwater. Letterlijk. Het water was lange tijd sterk vervuild en verspreidde een ondraaglijke stank door de stad. Vooral in de 19e eeuw nam dit probleem dramatische proporties aan. Gent groeide uit tot een industriestad met talrijke fabrieken in het centrum die afvalwater en andere viezigheid in de waterlopen loosden.

De massa arbeiders die in schabouwelijke beluikhuisjes woonde, was het grootste slachtoffer. Opnieuw: letterlijk. Met de regelmaat van de klok hielden cholera-epidemieën lelijk huis onder de bevolking, met duizenden doden tot gevolg.

Zollikofer-De Vigneplan

Naarmate de eeuw vorderde, groeide bij het stadsbestuur het inzicht dat maatregelen nodig waren om de stad te “saneren”. In 1880 ging zo het zogenoemde Zollikofer-De Vigneplan van start. Het plan had tot doel het gebied rond de Nederschelde op te waarderen en ook om het Zuidstation beter met het centrum te verbinden.

(Lees verder onder afbeelding)

Voor dat laatste gingen tientallen woningen tegen de vlakte om plaats te ruimen voor de Vlaanderenstraat, de Limburgstraat en de Henegouwenstraat, brede boulevards naar Parijs model. De Nederschelde verdween over een afstand van zowat honderdvijftig meter onder massieve gewelven (zie foto onder). Zo ontstond ruimte voor twee nieuwe pleinen die vandaag nog steeds bestaan: het François Laurentplein en het Lieven Bauwensplein.

(Lees verder onder foto)

Ringvaart

De twintigste eeuw bracht niet veel beterschap voor de waterkwaliteit. Toch bleven de Gentenaars tot hun vervuilde waterlopen veroordeeld omdat ze van groot economisch belang waren voor de scheepvaart.

Daarin kwam na WO II verandering met de aanleg van de Ringvaart, een kanaal even buiten de stad dat alle belangrijke waterwegen rond Gent met elkaar verbond. Scheepvaart moest niet langer door de stad, maar kon er rondvaren.

Terwijl het economische belang van het binnenwater in Gent zo gestaag wegsmolt, groeide het autoverkeer exponentieel. Tegelijk bleef het water sterk vervuild (foto onder: de Tichelrei vol afval in 1947). Door nog meer stukken Leie en Schelde aan het oog te onttrekken, konden beleidsmakers twee vliegen in een klap slaan: het stinkende water verdween en nieuwe ruimte verscheen om parkeerplaatsen aan te leggen.

(Lees verder onder foto)

Ajuinlei

Zo ging in 1960 het water aan de Ajuinlei dicht. Net als bij de aanleg van het Laurentplein tachtig jaar eerder koos men voor overwelvingen. Het nieuwe plein zou vervolgens meer dan dertig jaar dienstdoen als parkeerterrein (zie foto onder) voor de Grand Bazar of de Innovation in de Veldstraat.

(Lees verder onder foto)

Ook het stuk Nederschelde tussen de Reep en de Bisdomkaai moest er in datzelfde jaar aan geloven. Hier ging men drastischer te werk en vulde men het water op met zand dat was uitgegraven om de Ringvaart aan te leggen (zie foto onder). Met een boot rond de Kuip of het historische hart van Gent varen, was niet langer mogelijk.

(Lees verder onder foto)

Het dempen van de Reep.

Winkelwandelstraten

Tijden veranderen en ook geesten evolueren. De macht die koning auto in de jaren 1950 en 1960 nog had, kalfde in de jaren nadien af. Na de oliecrisis in de jaren 1970 smeedden de Gentse beleidsmakers de eerste plannen om het autoverkeer uit het historische centrum te weren. Zo kreeg Gent in 1976 met de Donkersteeg en de Mageleinstraat de eerste winkelwandelstraten.

De industrie die de binnenstad decennialang zwaar had vervuild, trok weg naar het havengebied in het noorden. Samen met de aanleg van betere rioleringen en het implementeren van waterzuiveringssystemen, leidde dit tot een betere kwaliteit van het binnenwater.

(Lees verder onder afbeelding)

Water als meerwaarde

Gent herontdekte zijn binnenwater en begon het te omarmen als een meerwaarde voor het leven in de stad. Zo legde het stadsbestuur de Ajuinlei in 1997 opnieuw open.

(Lees verder onder foto)

De Ajuinlei vandaag.

Toen al had het plannen om ook de Reep opnieuw uit te graven, maar die liepen niet van een leien dakje. Niet alleen waren nieuwe bruggen en een sluis nodig, ook de oude kaaimuren onder de grond vormden een groot probleem. Ze bleken te instabiel om het zand zomaar weg te scheppen. Uiteindelijk zou het tot het najaar van 2016 duren vooraleer de werken begonnen.

(Lees verder onder foto)

Ter hoogte van het Laurentplein even verderop moet dat over een afstand van zowat honderdvijftig meter voorlopig nog ondergronds. Ook daarin komt mogelijk verandering want schepen van Openbare Werken Filip Watteeuw (Groen) droomt om de overwelvingen uit de jaren 1880 af te breken en ook dit plein aan het water terug te geven.