100 jaar geleden: Dichter des Vaderlands omgekomen

Op 27 november 2016 is het precies honderd jaar geleden dat de Belgische schrijver en dichter Emile Verhaeren bij een tragisch treinongeval in de Franse stad Rouen om het leven kwam. Verhaeren, een van de grootste Belgische dichters ooit, veranderde bij het begin van de oorlog van pacifist in een fel anti-Duitse, Belgische patriot.

Emile Verhaeren werd op 21 mei 1855 in Sint-Amands aan de Schelde geboren.

In 1876 publiceerde hij in het maandblad Revue générale zijn eerste gedicht: Plus de poètes, een klassiek romantisch sonnet. Het duurde nog zeven jaar vooraleer zijn literair debuut Les Flamandes verscheen, een bundel met 37 gedichten, die niet meteen gunstig werd onthaald.

Zijn definitieve doorbraak kwam er pas in 1893 met de bundel Les Campagnes hallucinées, en werd bevestigd door de publicatie van Les Villages illusoires (met onder meer zijn meest bekende gedicht Le Passeur d’eau) en Les Villes tentaculaires in 1895, en van zijn misschien wel meest succesvolle dichtbundel Les Heures claires een jaar later.

Titelpagina van 'Les Heures Claires', een heruitgave uit 1943

Internationale beroemdheid

In 1900 kreeg Verhaeren de driejaarlijkse staatsprijs voor Franstalige dramatische poëzie voor zijn theaterstuk Le Cloître, en in 1903 de vijfjaarlijkse staatsprijs voor Franstalige literatuur voor de dichtbundel Les Visages de la Vie.

De internationale faam van Verhaeren was ondertussen sterk gegroeid. In de zomer van 1908 was er voor het eerst sprake van zijn kandidatuur voor de Nobelprijs voor de Literatuur, ook in de daaropvolgende jaren werd zijn naam genoemd, maar uiteindelijk was het de eveneens Franstalig-Belgische schrijver Maurice Maeterlinck die in 1911 de prijs ontving.

‘We kunnen ons de proporties van Verhaerens’ ‘tentaculaire’ beroemdheid amper inbeelden toen die op haar toppunt was en samenviel met de vooravond van de Groote Oorlog’, merkt Koen Stassijns terecht op in het voorwoord van zijn bloemlezing van het werk van Verhaeren.

Emile Verhaeren in zijn woning in Saint-Cloud bij Parijs

Van pacifist tot patriot

Met evenveel recht en reden stelt Stassijns dat het begin van de Eerste Wereldoorlog het ‘haast ontluisterend verval’ van Verhaeren inluidde:

‘Hij die avant la lettre een pleidooi hield voor een verenigd Europa dat zijn verscheidene culturen zou waarderen en respecteren; hij die vereerd werd als het geweten van Europa; hij die de cultuur van het enthousiasme en de verwondering predikte en een pacifist was, verzuurde tot een onkritische en onverdraagzame Dichter des Vaderlands, vriend van het Belgische koningshuis, die alles wat Duits was verketterde, en daarbij heel wat hechte vriendschappen op de proef stelde en ten slotte verbrak.’

De Duitse inval van augustus 1914 haalde inderdaad zijn wereldbeeld volledig onderuit. Verhaeren, die voor de oorlog bekendstond om zijn pacifistische idealen en zijn sympathie voor het socialisme en het anarchisme, ging nu zijn pen volledig ten dienste stellen van het bedreigde België.

Titelpagina van het anti-Duitse 'Les ailes rouges de la Guerre' en de eerste regels van het gedicht 'Un lambeua de patrie', ter ere van koning Albert en koningin Elisabeth

Verhaeren manifesteerde zich als dé patriottische oorlogsdichter, als de schrijver van haatproza tegen Duitsland en tegen al wat Duits was.

Hij verbrak zijn vriendschappelijke banden met zijn vooroorlogse Duitstalige vrienden als Rainer Maria Rilke en Stefan Zweig, en nam ook afstand van de Franse pacifistische schrijver Romain Rolland. Rolland kreeg in 1915 de Nobelprijs voor de Literatuur, misschien wel ten koste van Verhaeren.

Links, prent met Verhaeren verkocht voor een goed doel. Rechts Verhaeren aan het front (Provinciaal Verhaerenmuseum, Sint-Amands).

Een koninklijke vriendschap

Bij het begin van de oorlog schaarde Verhaeren zich ook meteen aan de zijde van koning Albert. De vriendschap tussen het koningspaar en Verhaeren dateerde al van lang voor de oorlog, sinds 1909 onderhielden ze een wederzijdse briefwisseling.

In november 1914 en augustus 1915 bracht Verhaeren - die in september 1914 naar Londen was uitgeweken - op uitnodiging van het koningspaar twee bezoeken aan de koninklijke villa in De Panne. Hij was zeer opgezet met deze ontmoetingen, ze versterkten zijn faam als ‘poète national’.

In zijn brieven aan de koning en de koningin gebruikte hij een gezwollen en verheerlijkend taalgebruik, hij ging zich steeds meer als een hoveling gedragen. De contacten met het koningspaar inspireerden hem ook tot zijn bekende gedicht 'Un lambeau de Patrie'.

Deze ode aan de koning en de koningin verscheen begin november 1916 in 'Les Ailes rouges de la guerre', een bundel met 34 oorlogsgedichten, waaronder ook 'La Patrie aux soldats morts', een hulde aan de gesneuvelde soldaten, en 'Soldats morts à la guerre', waarin Verhaeren de soldaten evoceert die met duizenden vallen aan het front.

'Les Ailes rouges de la guerre' kende meteen veel succes, ook pacifisten brachten begrip op voor Verhaerens poëzie.

Emile Verhaeren in De Panne, aan de zijde van koningin Elisabeth en koning Albert ( Archief Koninklijk Paleis en BnF Gallica)

Een rebelse vernieuwer

Hoe moeten we honderd jaar na zijn dramatisch overlijden de betekenis van ‘monstre sacré’ Verhaeren evalueren? Hij is en blijft zonder twijfel de meest befaamde dichter die ons land ooit heeft gekend.

Ook al klinken zijn gedichten vandaag soms gedateerd en is zijn poëzie geen verplichte lectuur meer in het secundair onderwijs, toch blijft zijn werk tot de canon van de wereldliteratuur behoren.

Als Vlaming die in het Frans schreef, kreeg hij ten onrechte geen plaats in de geschiedenis van de Vlaamse literatuur. De laatste jaren is zijn werk evenwel aan een revival toe.

Meer en meer komt de nadruk te liggen op het feit dat Verhaeren - in de woorden van Rik Hemmerijckx, conservator van het Provinciaal Verhaerenmusem in Sint-Amands - ‘een rebelse vernieuwer was, die zich aan de almacht van het katholicisme onttrok, die het academische in de kunst afbrandde, die de klassieke regels van de dichtkunst aan zijn laars lapte en de nieuwste stromingen op artistiek en politiek vlak aanhing.’

De vaststelling dat hij tijdens de Eerste Wereldoorlog verblind werd door patriottisme en onverdraagzaamheid, doet dan ook geen afbreuk aan het vernieuwend en nog steeds zeer lezenswaardig karakter van zijn oeuvre!

Emile Verhaeren heeft in zijn geboorteplaats, Sint-Amands, een monumentaal graf gekregen aan de oever van de Schelde

Uitgebreide herdenkingsactiviteiten

In dit Verhaerenjaar staan heel wat herdenkingsactiviteiten op het programma.

Verhaeren's geboortedorp Sint-Amands en het Provinciaal Verhaerenmuseum organiseren een reeks aktiviteiten.

In het voorjaar verscheen een (uitstekende) bloemlezing van Verhaerens gedichten door dichter en vertaler Koen Stassijns, Verhaeren/Veerman.

'Escaut!Escaut' is een tentoonstelling in het Letterenhuis, nog tot eind januari, gewijd aan Emile Verhaeren en vier andere Franstalige Vlaamse schrijvers. Benno Barnard schreef een boek over de vijf met dezelfde titel en Klara wijdde er een driedelige reeks aan die nog als podcast te beluisteren is.

In het Museum voor Schone Kunsten van Gent loopt nog tot half januari de tentoonstelling 'Verhaeren Verbeeld. De schrijver-criticus en de kunst van zijn tijd'.

En in De Panne besteedt de tentoonstelling "‘Elisabeth, de kunstzinnige koningin’ en het bijbehorende boek van Luc De Munck aandacht aan de relatie van Verhaeren met het koningshuid en zijn werk tijdens de oorlog.

Theo Van Rysselberghe, De Lezing door Emile Verhaeren, 1903 (MSK, Gent)