Meest recent

    Wie heeft er écht gewonnen in Oostenrijk? - Jeroen Reygaert

    Vanochtend reageerden meerdere Europese politici opgelucht. Oostenrijk krijgt een president die vóór Europa is. De anti-Europese kandidaat verloor. Maar is deze euforie niet te voorbarig? Collega Jeroen Reygaert bekijkt de uitslag wat diepgaander.
    analyse
    Analyse

    AFP or licensors

    Jeroen Reygaert is VRT-verslaggever, vooral buitenland. Hij is nu in Oostenrijk om verslag uit te brengen over de verkiezingen.

    “Er valt Europa een pak van het hart”, de woorden van de Duitse vicekanselier Sigmar Gabriel na de Oostenrijkse verkiezingen dit weekend. Ook vanuit verschillende andere Europese hoofdsteden was een zucht van opluchting te horen.

    Niet de eurokritische stem van FPÖ-kandidaat Norbert Hofer - de man die dreigde met een öxit - heeft het gehaald, maar de Europavriendelijke Alexander Van der Bellen. Maar Weense vreugdewalsen zou Europa toch beter achterwege laten.

    Als we voor deze verkiezingen van de voetballogica uitgaan dat “op het einde van de match het resultaat telt”, dan is er inderdaad wel reden tot feest. De wedstrijd eindigde op een felbevochten overwinning voor de groene Van der Bellen, de fans waren euforisch want de winst was verre van zeker.

    Maar als we de resultaten verder analyseren, blijft het moeilijk volhouden dat de eurofiele Van der Bellen echt de verkiezingen gewonnen heeft en met glans de nieuwe president van de Alpenrepubliek wordt.

    Eigenlijk is “niet-Hofer” de uiteindelijk winnaar van het moddergevecht dat een jaar lang duurde.

    Wie heeft nu eigenlijk echt gewonnen?

    Om Oostenrijks president te worden, moet je worden verkozen en een absolute meerderheid behalen. Lukt dat niet in één ronde, zoals deze keer, dan volgt er een tweede ronde tussen de beste twee kandidaten.

    Een echte politieke weerspiegeling van de verhoudingen in het land kan je dus het best waarnemen in de eerste ronde. Die werd met de vingers in de neus gewonnen door de rechts-populisten van de FPÖ: 35 procent haalde Norbert Hofer, Alexander Van der Bellen haalde 21,3 en mocht zo naar de tweede ronde.

    Zowat alle andere kandidaten schaarden zich achter Van der Bellen, het grootste deel van hun kiezers volgden de raad, met het bekende resultaat.

    Maar het was niet altijd uit liefde.

    Op de Oostenrijkse televisie getuigde een jonge vrouw hoe ze haar grootmoeder moest overtuigen “om met lange tanden voor die groene professor te stemmen, omdat de andere een nazi is”.

    Een beeld dat bij de Van der Bellen-aanhang wel eens meer gebruikt werd om twijfelaars over de streep te trekken.

    Maar als het nu parlementsverkiezingen zouden zijn, dan hadden de koppen iets geweest als “Rechts-populistische FPÖ wint parlementsverkiezingen Oostenrijk, Europa in shock”.

    Diep gespleten perceptie

    De openbare omroep ORF peilde ook naar de manier waarop kiezers naar hun kandidaten kijken. Enkele opmerkelijke cijfers:

    1. Meer dan vier op de tien Oostenrijkers die het bolletje Van der Bellen aankruisten, deden dat niet om voor Van der Bellen te stemmen, maar om te vermijden dat Hofer president zou worden, uit een soort schrik voor het rechts-populisme.

    2. Bij de Hofer-stemmers zijn acht op de tien wel degelijk overtuigd van dat rechtse, populistische, eurosceptische gedachtegoed van hun presidentskandidaat.

    De realiteit komt erop neer dat - op een na - alle politieke strekkingen in Oostenrijk er samen in geslaagd zijn die ene andere nipt te overwinnen.

    Als de Nederlandse sterke man van Groen-Links, Jesse Klaver, gisteren euforisch tweet “in Oostenrijk is het rechts-populisme verslagen, op 15 maart doen we in Nederland hetzelfde”, lijkt me dat niet alleen fout maar ook erg voorbarig.

    Als we de cijfers dan verder ontleden, zien we dat achter de resultaten een diepe sociale tegenstelling zit.

    De krant Die Presse publiceerde onder meer de resultaten per sociale groep.

    3. Het meest homogeen stemden de arbeiders: 85 procent, maar liefst, stemde voor Norbert Hofer.

    4. Bijna even overtuigend waren de professoren, 83 procent stemde voor collega Van der Bellen.

    Algemeen komt het erop neer: hoe werkzekerder, hoger opgeleid en meer sociaal beschermd, hoe overtuigender Van der Bellen; hoe minder van dat, hoe meer Hofer. 

    "Verliezers van de globalizering"

    Hier in Oostenrijk spreekt men van de “verliezers van de globalisering”, degenen die het nu al niet breed hebben en vrezen dat open grenzen, vrijhandel en arbeidsmobiliteit een extra bedreiging vormen. Of de goedkope arbeidskrachten nu uit Polen of Syrië komen, is niet eens zo belangrijk: ze zullen Oostenrijk veranderen en voor hen niet ten goede, is de perceptie.

    En die perceptie is niet eenvoudig om te buigen. Kort na de bekendmaking van de uitslag zei Van der Bellen dat hij wil luisteren naar Hofers kiezers en hun verzuchtingen. Een nobel plan, maar uiteindelijk is de macht van de president vrij beperkt.

    Als hij er niet in slaagt om werkelijk iets te bewegen, dan kan dat zelfs extra munitie geven aan de vele potentiële FPÖ-kiezers.
    Even ademen.

    Eén zwaluw maakt de lente niet

    Na het slechte nieuws van de brexit en het Italiaanse referendum kan je het anderzijds Europa niet kwalijk nemen dat het blij is dat het in Oostenrijk geworden is wat het is. Het geeft wat ademruimte.

    Maar wat als Nederland op 15 maart echt Geert Wilders’ PVV de meeste zetels in stemt? Wat als Marine Le Pen even daarna de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen wint? Wat als Italië niet rond Beppe Grillo kan? Nee, mijnheer Klaver, de buit is nog niet binnen.