Donald Trump: piraat of diplomaat? - Frank Gerits

De uitspraken vannacht van president-elect Donald Trump over het toekomstige buitenlandse beleid illustreren dat Trump als een piraat in de internationele wateren enkel zal kijken naar de directe winst. Waarden zoals democratie of vrijheid zijn niet langer de maatstaf. En dat zal de wereld veranderen.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina
Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved. This material may not be published, broadcast, rewritten or redistribu

Frank Gerits is docent conflict studies aan de Universiteit van Amsterdam en een research fellow aan de University of the Free State in Bloemfontein, Zuid-Afrika.

Donald Trump’s verkiezing heeft in Europa heel wat stof doen opwaaien omdat hij de “verplichting tot bijstand”, de grondslag van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), in vraag stelt. Zijn telefoontje met president Tsai Ing-wen van Taiwan – door China beschouwd als een opstandige provincie, niet als een onafhankelijk land – is tekenend voor het merkwaardige beleid dat de nieuwe president zal voeren in Azië.

Trump betekent dan ook het einde voor Obama’s buitenlands beleid dat, in historische termen, buitengewoon voorzichtig was. Zijn plaats wordt ingenomen door een ‘dealmaker’ zonder kennis van de internationale politiek die, in de lijn van het kortetermijndenken in de moderne bedrijfswereld, kortzichtig beslissingen zal nemen. 

Rechtse commentatoren stellen dat Trump zich zou kunnen ontpoppen tot een vredespresident die de VS niet langer als politieagent wil laten ingrijpen en isolationistisch zal zijn.

Linkse commentatoren hopen dat Trump zal vervellen tot een Ronald Reagan die het wapenarsenaal uitbouwde, maar toch wilde onderhandelen met de Sovjets.

Trumps wereldbeeld en zijn gebrek aan historisch inzicht sluiten evenwel beide opties uit.

De prijs van allianties en de Koude Oorlog

De doctrine van Amerikaanse presidenten is gebaseerd op hun evaluatie van de Koude Oorlog. Bill Clinton zag de val van de Berlijnse muur in 1989 als een kans om de democratie te verspreiden en in te grijpen op plaatsen waar er een humanitaire crisis dreigde, zoals Somalië of Koeweit.

Met George W. Bush werd de neoconservatieve lens op de wereld scherp gesteld. Waarom had Clinton geen gebruik gemaakt van het Amerikaanse militaire overwicht om het ‘American informal empire’ verder uit te bouwen?

Obama daarentegen was vastbesloten om de puinhopen van de Koude Oorlog te ruimen. Door zijn opvallend interculturele achtergrond is hij veel gevoeliger geweest voor de - onbedoelde - effecten die het Amerikaanse ingrijpen na 1945 heeft gegenereerd.

De toenadering tot Cuba is gebeurd om een einde te maken aan een onproductief handelsembargo dat het Castroregime alleen maar politieke munitie gaf, maar ook omdat het de relatie met Latijns-Amerika beschadigde.

Verder was Obama het beu om als politieagent te blijven optreden in het Midden-Oosten, nog zo een legaat van de Koude Oorlog. Door Iran terug in het internationale systeem te betrekken – een ongelooflijk staaltje diplomatie – wilde Obama het door Iran gesponsorde terrorisme afremmen alsook een tegenwicht creëren voor Israël en Saudi-Arabië.

Beide landen hebben zich immers in regionale avonturen gestort, wetende dat de VS hen uit de brand zou komen helpen als een ‘stabilizer of last resort’.

Winst

Trump bouwt op een geperverteerde manier op Obama verder. Hij gelooft dat de Verenigde Staten betrokken geraakt zijn in een slechte ‘deal’, toen het land in functie van de Koude Oorlog de liberale orde, gebaseerd op democratie en de vrije markt, uitbouwde.

Trump heeft verklaard dat de VS enkel die landen zou moeten helpen die voldoende bijdragen aan het NAVO defensiebudget. Bovendien stelt hij dat olie uit Irak moet worden meegenomen, wil hij de Irandeal ongedaan maken en pleit hij ervoor om landen zoals Japan en Zuid-Korea hun eigen nucleaire slagkracht te laten ontwikkelen.

Die uitspraak is tekenend voor zijn transactioneel wereldbeeld: de VS moet zich enkel moeien in de internationale politiek als daar direct financieel gewin uit te halen valt.

Internationale normen

De indirecte, minder tastbare effecten van het Amerikaanse ingrijpen worden daarbij als onbelangrijk opzij geschoven: nucleaire proliferatie normaliseert het atoomwapen, een gedwongen olie-export uit Irak transformeert de VS in een uitbuitende koloniale grootmacht, een verzwakking van de NAVO verzwakt het liberaal-democratische project.

Die effecten van de ‘deals’ die Trump wil sluiten zijn een probleem. Het internationale systeem wordt immers niet enkel samengehouden door oorlogen en handelsverdragen, maar ook door internationale normen.

Na de Tweede Wereldoorlog hebben President Harry Truman en zijn opvolgers liberale internationale principes – democratie en vrijhandel – verankerd in instellingen zoals de Verenigde Naties en de NAVO. Vanuit die verlichte zelfinteresse werd ook West-Europa herbouwd en de nucleaire paraplu uitgetrokken.

Daarbij werden stabiele democratieën met vrij markten gecreëerd. De dekolonisatie toont hoe belangrijk die vroege ingrepen waren: nieuwe Afrikaanse en Aziatische landen konden enkel volop deelnemen in het internationale systeem als ze zich naar die internationale normen – mensenrechten en democratie – schikten.

Piraatdiplomatie

Vandaag opeens stellen dat die normen behangpapier zijn waarachter rauwe machtspolitiek schuilgaat is niet enkel onjuist, maar ook gevaarlijk. Democratie en vrijhandel zijn internationale normen die vaak geschonden zijn door veel verschillende actoren, maar ze werden wel als ijkpunt aanvaard.

Door Trump’s beperkt begrip van het internationale systeem, als een verzameling handelsschepen waar buit te halen valt, kunnen andere landen andere normatieve modellen naar voor schuiven. Het autoritaire management model - zeg maar dictators - is daarbij een aantrekkelijk alternatief geworden.

Het einde van de Koude Oorlog bracht het communistische model dan wel in diskrediet, autoritaire ontwikkelingsmodellen – waarbij de bevolking economische vooruitgang wordt beloofd in ruil voor leiderschap – hebben wereldwijd alleen maar aan populariteit gewonnen.

China als voorbeeld

De spectaculaire groeicijfers van China hebben bij velen het idee doen rijpen dat democratie en de vrije markt niet noodzakelijk moeten samengaan. De Chinese handelsverdragen met Afrikaanse landen zijn daarom ook niet louter een investering, maar ook een manier om het centralistische autoritaire ontwikkelingsmodel te promoten.

In Afrika is er aan steun voor dat systeem geen gebrek. Leiders in Ethiopië, Kenia, Rwanda en Congo proberen om die deal met hun bevolking af te sluiten. Het is ook geen toeval dat landen zoals Zuid-Afrika en Rusland zich nu terugtrekken uit het internationaal strafhof in de Haag: die norm schenden leidt immers niet meer tot een morele veroordeling.

Democratie?

Democratie wordt in de niet-Europese delen van de wereld vaak als luxeproduct en niet als fundamentele voorwaarde voor menselijke vooruitgang gepresenteerd.

In Ethiopië werd me deze zomer immers meermaals op het hart gedrukt, door Ethiopiërs en andere ambtenaren bij de Afrikaanse Unie, dat democratie niet werkt voor Afrika. Hoe sterk deze stemmen internationaal zullen worden alsook de gevolgen voor Europa zijn moeilijk in te schatten.

Belangrijk is echter om te begrijpen dat wollige begrippen als democratie en openheid niet louter lovenswaardige aspiraties zijn, maar ook normen die cultureel worden ingevuld en internationaal handelen fundamenteel vormgeven.

In welke wereld wilt u leven? Iets om over na te denken…

Meest gelezen