Willy Naessens: "Als Ardense salami niet meer mag, wordt het salami van de Vlaamse Ardennen"

Ardense salami mag binnenkort alleen die naam dragen als de salami ook gemaakt wordt in de Ardennen. Zakenman Willy Naessens is hiermee niet opgezet, maar gaat er zich wel bij neerleggen.

De Europese Commissie gaat Ardense salami beschermen als geografische aanduiding. Dat kondigde de Waalse minister van Landbouw René Collin (CDH) vorige week aan bij een bezoek van koning Filip aan de vleesfabriek van Marcassou in Champlon. Door die bescherming zullen Vlaamse bedrijven hun salami geen Ardense salami meer mogen noemen.

Zakenman Willy Naessens is hoofdaandeelhouder van een vleesfabriek in Aartselaar die sinds twee jaar “Ardense salami” maakt, maar dat dus binnenkort niet meer mag. Hij zal zich bij de beslissing neerleggen, al snapt hij ze niet. “Het is niet logisch, want de salami in Wallonië en Vlaanderen wordt gemaakt met Belgisch varkensvlees. Met mager vlees, vet vlees en de toevoeging van kruiden. Het komt er gewoon op aan om de juiste kruiden na te bootsen om de specifieke smaak te krijgen. Waarom moeten we daar een verschil in maken? Het zijn dezelfde varkens en dezelfde producten.”

“De wet is de wet”

Naessens is dus niet opgezet met de bescherming, “maar de wet is de wet en als Europa dat vraagt, gaan we er ons bij neerleggen.” “Wij gaan niet doen zoals de Belgische politici”, zegt hij in een reactie waarin hij impliciet verwijst naar de visumrel.

Een paar grote Vlaamse vleesbedrijven die ook vestigingen in de Ardennen hebben, kunnen de regels handig omzeilen. Naessens kan dit vooralsnog niet, maar hij broedt op een creatieve oplossing. “Ik heb ook een bedrijf aan de voet van de Vlaamse Ardennen. Wij kunnen ons product misschien salami van de Vlaamse Ardennen noemen."