De Wever: "Met het spookbeeld van het gele gevaar is niemand gebaat"

De Antwerpse burgemeester Bart De Wever is met een handelsmissie van de Sinjorenstad op bezoek in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoel en in Sjanghai. Een 70-tal bedrijven is mee op de missie, alsook onze journaliste Veerle De Vos. Ze houdt voor ons een dagboek bij. De tweede halte is het Oorlogsmuseum in Seoel en de haven van Sjanghai.

65 kilometer, dat is de afstand die Seoel scheidt van de DMZ, het niemandsland tussen Noord- en Zuid-Korea. Technisch gezien zijn beide landen nog steeds in oorlog. Op 27 juli 1953 werd wel een staakt-het-vuren overeengekomen, maar een echt vredesbestand is nooit getekend.

In het moderne en welvarende Seoel is er van die oorlogsdreiging weinig te merken. Tot er op dag drie van deze handelsmissie in Seoel een bezoek aan het Oorlogsmuseum op het programma staat. Een hele wijk in het centrum van de stad is omringd door prikkeldraad, binnenin ligt de grootste Amerikaanse militaire basis in Korea. Compleet met scholen, een hotel, restaurants en winkels.

Bijna 30.000 Amerikaanse militairen zijn nog altijd gestationeerd in Zuid-Korea, als buffer tegen de dreiging van de nucleaire buur in het noorden. Veel Zuid-Koreanen houden hun hart vast nu de nieuw verkozen Amerikaanse president Donald Trump ermee gedreigd heeft fors te bezuinigen op die troepenmacht.

Het Koreaanse Oorlogsmuseum ligt aan de rand van deze zone. Een gespleten halve wereldbol aan de ingang symboliseert het verscheurde Korea. Binnenin worden de soldaten geëerd die meegestreden hebben in de Koreaanse oorlog, die uitbrak toen de Noord-Koreanen, gesteund door de Sovjet-Unie en China, in juni 1950 het zuiden binnenvielen.

De Amerikanen, maar ook de Britten, de Turken, de Fransen, de Belgen en nog een handvol andere landen schoten Zuid-Korea ter hulp onder de VN-vlag. Zwart-wit foto’s tonen een kapotgeschoten en grauw land met hongerige kinderen. Een groot contrast met de honderden weldoorvoede scholieren die nu door het museum slenteren.

"Zo zag Korea eruit toen ik opgroeide als kind", zegt de gids aan het Antwerpse gezelschap. "Toen de buitenlandse veteranen in 1988 voor het eerste terugkwamen ter gelegenheid van de Olympische Spelen herkenden ze niets meer. Alles was groen, en de heuvels waren begroeid met bomen."

"Belgische militairen waren allemaal vrijwilligers"

In een eregalerij van het museum houdt de delegatie halt bij een gedenkplaat met daarop de namen van de 106 gesneuvelde Belgische militairen. Bijzonder aan de Belgische bijdrage is dat de 3.000 militairen allemaal vrijwilligers waren.

"Dit is voor een deel ook een goodwill missie", zegt De Wever. "De rest van de wereld is die Koreaanse oorlog vergeten, maar de Koreanen zelf niet. Dus is het belangrijk om ook naar hier te komen." Als de Zuid-Koreaanse gids even halt houdt bij de kast met de vlaggen van alle landen die deel uitmaakten van de coalitie, reikt hij de burgemeester de Belgische vlag aan. Er klinkt gelach bij het aanwezige publiek en fototoestellen flitsen. "Haast jullie maar, dit gaan jullie niet vaak zien", is de droge repliek.

Goede banden met Sjanghai, zusterstad van Antwerpen

Op woensdag zet de delegatie koers naar Sjanghai, zusterstad van Antwerpen sinds 1984, toen er van economische liberalisering nog geen sprake was. "We waren er erg vroeg bij", zegt De Wever. "In die tijd was het socialistische stadsbestuur in Antwerpen er bijzonder happig op om de banden aan te halen met linkse en extreemlinkse regimes. En daar plukken we nu ironisch genoeg de vruchten van."

De grootste winnaar van die goede banden is de haven van Antwerpen. Niet toevallig heeft het havenbestuur de eerste avond in Sjanghai zowat al haar Chinese relaties uitgenodigd voor een feeërieke boottocht op de Huangpu rivier, compleet met een traditionele leeuwendans.

Volgens de nieuwe CEO van de haven, Jacques Vandermeiren, is het belang van Sjanghai voor de Antwerpse haven niet te onderschatten. "Het gros van alle vracht die vanuit Azië naar Antwerpen komt, vertrekt vanuit Sjanghai. Het is voor ons belangrijk om een paar keer per jaar naar hier te komen en de vinger aan de pols te houden. De Chinezen hechten veel belang aan de bereikbaarheid van de haven voor de allergrootste schepen maar ook aan een vlotte verbinding met de rest van Europa. Op dat vlak is het geen vijf voor twaalf maar vijf na twaalf."

"De Vlamingen maar ook de Antwerpenaren zelf beseffen veel te weinig hoe belangrijk de haven van Antwerpen en alle industrie daarrond wel is voor de Vlaamse en Belgische economie en onze welvaart", zegt De Wever. "We gaan daar veel te lichtzinnig mee om. Het hinterland laten dichtslibben en cruciale projecten zoals de Oosterweelverbinding of het Saefthinge-dok niet uitvoeren, brengt de toekomst van die haven in gevaar. En dat is onvergeeflijk."

Zijn nieuwe Chinese investeringen trouwens nog welkom in de haven, na alle heisa rond de afgesprongen Eandis deal? "Absoluut", zegt De Wever. "Strategische infrastructuur mag je nooit volledig uitverkopen aan een ander land, aan geen enkel land. Maar je kan niet verwachten hier in China zaken te doen en dan aan de Chinezen te vertellen dat ze bij ons niet welkom zijn. Met het spookbeeld van het "gele gevaar" is niemand gebaat."

Vrijdag volgt deel 3 van het dagboek van Veerle De Vos.