Slag bij Verdun beëindigd met een kort eindoffensief

In deze reeks geven we een overzicht van grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereloorlog, deze week honderd jaar geleden. Het Franse leger heeft de Slag bij Verdun beëindigd, na een kort en hevig eindoffensief. Het Duitse leger zette de aanval in bij Verdun 300 dagen geleden.

Op 15 december hebben de Fransen een kort maar hevig offensief ingezet. Daarbij werd het dorp Bezonvaux en de schans van Hardaumont veroverd.

De Duitsers voerden nog een tegenaanval uit, waarbij de hoeve Les Chambrettes werd heroverd, maar Franse zoeaven wisten die de dag daarop weer in te nemen.

Het laatste offensief is voor de Fransen een succes. Ze wisten 11.387 krijgsgevangenen te maken. Bovendien maakten ze meer dan 100 kanonnen en 170 machinegeweren buit.

Een groep Duitse krijgsgevangenen, met voorop een Franse soldaat (Albums Valois, BDIC)

Voor het Franse opperbevel is het een reden om een punt te zetten achter de aanvallen. Het gebied dat de Duitsers sinds februari hebben veroverd, werd met de Franse tegenoffensieven niet totaal teruggewonnen, maar men heeft wel stellingen bereikt die voldoende veilig geacht worden.

Ook de Duitsers lijken niet van plan om nog veel strijd te leveren, nu de winter is aangebroken.

Drie erg jonge en gewonde Duitse krijgsgevangenen (Albums Valois, BDIC)

In 300 dagen - bijna tien maanden - hebben 2,3 miljoen mensen gevochten bij Verdun. Daaronder meer dan 2/3 van alle Franse strijdende troepen.

In totaal sneuvelden er aan beide zijden meer dan 300.000 man en werden er meer dan 400.000 gewond.

Nooit eerder is zo zwaar gevochten op een zo beperkte oppervlakte. Meer dan 50 miljoen granaten werden afgeschoten. Op sommige plaatsen werden meters aarde omgewoeld. De beruchte heuvel 304, waarvoor tienduizenden zijn gesneuveld, is 7 meter lager geworden.

Groep Franse militairen bij de ingang van een ondergrondse schuilplaats, in het verwoeste landschap nabij Bezonvaux (Albums Valois, BDIC)

Vredesnota van president Wilson

De Amerikaanse president Wilson heeft een nieuw initiatief genomen dat misschien tot het einde van de oorlog kan leiden.

De Amerikaanse ambassadeurs in de voornaamste oorlogvoerende landen overhandigden hierover een uiterst voorzichtig geformuleerde nota van de president.

Wilson doet daarin geen vredesvoorstel. Hij zegt ook niet als bemiddelaar te willen optreden. Hij stelt enkel “peilingen” voor waaruit kan worden afgeleid “hoe dichtbij de hemel van de vrede kan zijn”.

'Verboden vredespropaganda', karikatuur uit het Weense satirische tijdschrift 'Muskete' van 21 december 1916.

1) De engel met de tekstbanier 'Eer aan god in de hemel en vrede voor de mensen op aarde' is bang door het Engelse afweergeschut te worden neergehaald

2) 'Eindelijk hebben we jou te pakken, engel van het kwade, met jouw banier 'Made in Germany' ', zeggen de Engelse soldaten

3) John Bull, de 'archetypische' Engelsman, breekt het tekstbanier in twee

4) De bedroefde engel keert terug, met alleen nog 'Eer aan god in de hemel'

Concreet vraagt de Amerikaanse president dat de oorlogvoerende landen hun standpunt laten weten over de voorwaarden waarmee de oorlog kan worden beëindigd en de vrede in de toekomst kan worden verzekerd. Hij wil, in andere woorden, dat iedereen duidelijk zijn oorlogsdoelen bekendmaakt.

Door die standpunten te vergelijken, hoopt de president een eerste stap te kunnen zetten naar een toekomstige vredesconferentie.

Hij wijst er op dat de staatslieden van beide zijden in de oorlog voornemens hebben geformuleerd die erg op elkaar geleken. Langs beide kanten wil men rechten van landen en volkeren beschermen en wil men zich beveiligen tegen toekomstige oorlogen.

'Het Duitse tuig', karikatuur uit Le Petit Journal Illustré, december 1916

'Wilt u geen klein verdragje van mij kopen?' vraagt de Duitser.

'Nee, ouwe. we willen niet weten van Moffen-waar', antwoorden de geallieerde soldaten.

Meeting tegen de deportaties uit België

In New York, in de Carnegie Hall, zijn duizenden mensen samengekomen om te protesteren tegen de 'misdaden van de Keizerlijke Duitse regering' in België.

De deportatie van tienduizenden arbeiders uit bezet België naar Duitsland en de frontstreek in Noord-Frankrijk veroorzaakt grote verontwaardiging in de Verenigde Staten.

Het imago van Duitsland, dat al zwaar was aangetast door de misdaden tegen burgers bij de inval in België, heeft er opnieuw zwaar onder geleden.

De Amerikaanse regering heeft de Duitsers al onder druk gezet om te stoppen met de praktijk.

Rechts de affiche waarin werd opgeroepen om deel te nemen aan de meeting, links de titelpagina van het boekje 'De slavernij van de Belgen' met de teksten van de toespraken die werden gehouden tijdens de meeting.

Executies in Hasselt

Op 16 december zijn in een kazerne in Hasselt tien burgers gefusilleerd. Ze waren door het Duitse krijgsgerecht ter dood veroordeeld wegens spionage

Het gaat om Céleste Balthasart uit Vaux-sous-Chèvremont bij Luik, Auguste Cosse uit Namen, Arnold De Munck uit Angleur, Léon Desmottes uit Luik, Michel Duchamps uit Luik, Edmond Honoré uit Marcinelle, Auguste Javaux uit Luik, Armand Miguet uit Fexhe-le-Haut-Clocher, Jan Segers uit Rekem en Liévin Van Hoffelen uit Luik.

Ze maakten deel uit van de “Service Bordeaux”, een netwerk dat vooral de spoortransporten in de gaten hield. Sommigen, zoals Cossen, Honoré en De Munck (in Gent geboren) werkten voor de spoorwegen. Anderen hielden vanuit hun huis de treinen in de gaten, zoals Van Hoffelen, een geboren Antwerpenaar, die vlak bij het station Luik-Guillemins woonde.

Nog andere leden smokkelden de inlichtingen naar Nederland. Een contactpersoon in Maastricht zond de informatie door naar een Brits officier in Rotterdam.

Lies Willaert

Tekening van de executie in Hasselt uit Le Petit Journal Illustré van 2 januari 1917. Met de overdrijvingen die eigen waren aan dit soort propaganda: op de tekening staat een vrouw tussen de slachtoffers, maar de vrouw, Laure Chevry, kreeg gratie en werd opgesloten in een Duitse gevangenis.

Segers passeerde regelmatig de grens, omdat hij werkte op de buurtspoorlijn Luik-Maastricht. Javaux verkocht kerkelijke gewaden en ornamenten en had een vergunning om die in Nederland te gaan verkopen. Als diepgelovige katholiek en oud-seminarist had hij die vergunning gekregen van een Duitse legeraalmoezenier…

Léon Desmottes coördineerde het netwerk. Hij wandelde met zijn vrouw regelmatig langs de versterkingen in Luik om nuttige informatie op te doen over de Duitse militaire installaties.

In de loop van de zomer werd het netwerk door de Duitse contraspionage opgerold en de leden een voor een gearresteerd.

Er werd ook een vouw ter dood veroordeeld, de Française Laure Chevry, die als koerierster optrad. Zij kreeg als enige gratie. Andere gearresteerden, waaronder nogal wat vrouwen en kinderen van de terdoodveroordeelden, hebben gevangenisstraffen gekregen.

Fernand Rikir, een van de stichters van het netwerk, wist op tijd te vluchten. Hij kreeg bij verstek de doodstraf.

De tien gefusilleerden werden in de kazerne in een massagraf begraven.

In oktober 1919 werden de gefusilleerden heropgegraven en ze kregen een plechtige begrafenis in Hasselt

Feministe Marthe Boël veroordeeld

Een Duitse militaire rechtbank in Charleroi heeft de prominente feministe Marthe Boël veroordeeld als leidster van een clandestien netwerk.

Marthe Boël, geboren de Kerckhove de Denterghem, komt uit een liberale adellijke familie uit Gent. Haar vader was senator en gouverneur van Henegouwen, haar grootvader burgemeester van Gent. Ze is bekend als voorvechtster van de vrouwenrechten.

Ze is getrouwd met de staalmagnaat Pol Boël, tevens liberaal volksvertegenwoordiger. Ook hij moest in Charleroi terechtstaan.

In totaal moesten 24 personen voor de rechtbank verschijnen, waaronder een tiental personeelsleden van de Boël-fabrieken.

Ze maakten deel van een organisatie die clandestien correspondentie verzorgde tussen de Belgische soldaten aan het front en hun families in bezet gebied.

Postzegel met de afbeelding van Marthe Boël en medaille ter harer ere (Collectie Liberaal Archief)

De brieven van het front werden vanuit Nederland in grote manden vis getransporteerd. Ze werden geleverd aan de Brusselse vishandelaar Antoine De Bueger. Hun komst werd per telegram aan De Bueger gemeld als “schelvis”.

Mogelijk werden op die wijze honderdduizenden brieven verstuurd. De Duitse politie heeft berekend dat deze dienst goedkoper werkte dan de officiële post!

Marthe Boël, die zich in het Duits verdedigde, zei dat ze die correspondentiedienst organiseerde nadat ze had ontdekt dat sommigen tegen betaling brieven bezorgden aan ouders van soldaten. Ze had een treurig geval meegemaakt van een oude moeder die de brief van haar zoon niet kreeg omdat ze geen geld had. Daarom organiseerde ze een gratis dienst.

Vijf beklaagden, waaronder mevrouw Boël, De Bueger en de secretaresse van Pol Boël, kregen twee jaar gevangenis en een geldboete. Ze zullen hun straf in Duitsland moeten uitzitten.

Pol Boël is vrijgesproken maar niet vrijgelaten. Ook hij kan als “ongewenste” naar Duitsland worden gedeporteerd.

Postkaart met een tekening van de vrouwengevangenis in het Duitse Siegburg. Marthe Boël verbleef er en ook de Française Laure Chevry, die in Hasselt ter dood was veroordeeld, maar gratie kreeg.

Alsmaar minder vlees in bezet België

Britten erkennen Hoessein als koning

De Britse regering erkent Hoessein ibn Ali, de sharif van Mekka, als koning.

Hoessein behoort tot de Hasjemietische dynastie, die afstamt van de profeet Mohammed. Als sharif beheert hij de heilige plaatsen van de islam.

Sinds juni leidt hij de Arabische opstand tegen de Turken, die tot dan toe over het Arabische schiereiland heersten. Hij werd hierdoor aangemoedigd door de Britten, die hem volop steun geven.

Op 29 oktober was Hoessein door zijn aanhangers uitgeroepen tot “koning der Arabieren”. De Britten zouden hem de macht over de Arabische gebieden in het Midden-Oosten beloofd hebben.

De Britten erkennen hem nu enkel als “koning van de Hidjaz”, dat is het deel van het schiereiland langs de Rode Zee. Dat gebied is nu voor het grootste deel in handen van de opstandelingen.

De Turken bezetten nog steeds Medina, de tweede heilige stad van de islam en het belangrijkste centrum van het schiereiland. Ze controleren ook nog altijd de spoorweg die Medina met Damascus verbindt.

Eerder deze maand probeerde een Turkse legermacht onder Fachri Pasja de havenstad Janboe te heroveren. De Arabieren wisten die aanval af te weren met de steun van Britse schepen en vliegtuigen.

Hoessein ibn Ali rijdt in een koets Jeruzalem binnen, met aan zijn zijde de mufti van Jeruzalem. Foto uit 1914 toen Hoessein zich nog niet had gekeerd tegen de Ottomanen en zich schaarde achter hun oproep tot een heilige oorlog tegen de Geallieerden (Library of Congress).

Roemenen en Russen steeds verder teruggedreven

De legers van de Centrale Mogendheden blijven in Roemenië succes boeken.

De Roemeense en de Russische troepen in Valachije (het zuiden van Roemenië) zijn teruggedreven tot de stad Braila.

Ze trekken zich geleidelijk terug achter de Sereth (Siret) een brede rivier die iets voorbij Brala in de Donau uitmondt.

Russische troepen trekken door een Roemeense stad

Meer naar het oosten, in de Dombroedzja worden ze steeds verder teruggedreven naar de Donau.

In de noordelijke Karpaten houden Russen en Roemenen wel stand.

Elders aan het oostfront hebben de Russen enig succes geboekt in de Oekraïne. Ze hebben hun posities tussen de steden Loetsk en Povel verbeterd. Beide steden waren eerder dit jaar door de Russen heroverd.

Russische kozakken en Roemeense soldaten verbroederen.