Oorlog tekent kinderen van Syrië voor het leven

Kinderen die opgroeien in de oorlogsgebieden in Syrië lopen een groot risico op blijvende gezondheidsschade. Dat blijkt uit een onderzoek waaraan het UZ Brussel heeft meegewerkt.
AFP or licensors

Wat is de impact van de oorlog op de familiale toestand van gezinnen in Syrië? Wat zijn de gevolgen op vlak van de gezondheid en de scholingsgraad van kinderen? Op deze en andere vragen heeft het UZ Brussel samen met de Rode Halve Maan een antwoord gezocht door in mei vorig jaar duizend kinderen in de oorlogsgebieden in Syrië te onderzoeken.

41 procent van de kinderen woonde in Aleppo, de stad die sinds eergisteren weer onder controle van de Syrische president Bashar al-Assad staat. 36 procent woonde in Idlib, 15 procent in Hamah en 8 procent in Lattakia. Gemiddeld waren de betrokken kinderen 6 jaar.

Uit de resultaten blijkt dat de gezondheid van de kinderen het meeste onder de oorlog heeft te lijden. Zo beschikt 64 procent niet meer over een kinderarts en is intussen 72 procent van de kinderen niet meer door vaccinatie beschermd. 16 procent van de kinderen moet gezonde voeding missen en 15 procent heeft geen toegang tot drinkbaar water.

Het onderzoek toont nog aan dat de helft van de kinderen geen onderwijs krijgt. Een vijfde van de kinderen is bovendien dakloos en woont in tentenkampen. Eén op twintig verloor minstens één ouder in de oorlog.

"Syrische kinderen lopen in deze omstandigheden enorme risico's op blijvende gezondheidsschade en een te grote leerachterstand", zegt dokter Gerlant van Berlaer van het UZ Brussel. "Dit zijn gevolgen die de toekomst van Syrië langdurig compromitteren."