Flitspalen vanaf nu negeren? Geen goed idee! - Michel Maus

Niemand wist het gisteren. Is vanaf nu een foto van een flitspaal ongeldig als bewijs voor te snel rijden? Hoogleraar Michel Maus duikt in wetteksten en rechtspraak en besluit: "Het staat in de sterren geschreven dat rechters de foto's van flitspalen zullen aanvaarden als je te snel rijdt."
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Michel Maus is hoogleraar (VUB) en advocaat gespecialiseerd in fiscaal recht.

Deze week kwam er heel wat juridische ophef naar aanleiding van 4 arresten van het Hof van Cassatie van 13 december 2016 waarbij de rechtsgeldigheid van de flitsboetes werd bediscussieerd. In deze arresten werd gesteld dat het feit dat de politie overtredingen op de verkeersreglementen moet opsporen, niet tot gevolg heeft dat de politie zonder machtiging van het Sectoraal Comité van de Privacycommissie de gegevens van de nummerplaathouder bij de Dienst Inschrijving Voertuigen zou mogen opvragen.

Meteen werd in bepaalde media gesteld dat alle flitsboetes onwettelijk zouden zijn. Maar is dat wel zo? 

Een woordje juridische achtergond ...

De discussie rond de flitsboetes gaat over de toepassing van artikel 18 van de Wet op de kruispuntbank van voertuigen. Dat artikel bepaalt dat een machtiging van het Sectoraal comité van de Privacycommissie vereist is voor elke toegang tot de persoonsgegevens van de kruispuntbank.

Dit betekent per definitie dat de identiteit van een nummerplaathouder slechts kan worden opgevraagd door openbare besturen of privé instanties die in het bezit zijn van de vereiste machtiging van dit Sectoraal Comité.

Aangezien de politiediensten klaarblijkelijk niet over een dergelijke machtiging beschikken oordeelde het Hof van Cassatie dat de politie onwettelijk handelt door toch deze persoonsgegevens op te vragen.

Fout bewijs, foute boete?

Ach zult u zeggen, als de politie bij het onderzoeken van een snelheidsovertreding de Privacywet overtreedt om bewijzen te verzamelen, dan zijn flitsboetes allicht onwettelijk. Wel zo simpel is het juridisch echter niet.

Het klopt inderdaad dat er sprake is van een onrechtmatige bewijsinzameling door de politie, maar dat betekent per definitie nog niet dat het bewijs, zijnde de identiteit van de nummerplaathouder, niet in een rechtszaak zou kunnen worden gebruikt. 

Antigoon-arrest

Dat is het gevolg van een ander arrest van het Hof van Cassatie van 14 oktober 2003, in juridische middens gekend als het Antigoon-arrest. In dit arrest stelde het Hof van Cassatie dat wanneer er sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs, dit bewijs enkel moet worden geweerd wanneer de wet dit bepaalt, wanneer het bewijs onbetrouwbaar is, of wanneer het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.

De rechter die een onrechtmatigheid in het bewijs vaststelt zal dus op basis van deze criteria moeten nagaan of het bewijs bruikbaar is of niet voor de procesvoering.

Afwegen hoe groot de fout is ...

Dit is ook de afweging die zal moeten gemaakt worden bij de beoordeling van de flitsboetes door de politierechter. En in dit verband is er een belangrijk precedent in de dossiers met betrekking tot de parkeerheffing.

In een aantal zaken rond de parkeerheffing werd ook vastgesteld dat gemeenten en parkeerbedrijven persoonsgegevens van parkeerovertreders hadden opgevraagd bij de overheid, zonder dat zij over een machtiging beschikten van het Sectoraal comité van de Privacycommissie.

Op basis van deze vaststelling oordeelde Justitiewatcher Jan Nolf, destijds als vrederechter van Roeselare in een vonnis van 25 mei 2011, dat er sprake was van een onwettige bewijsvoering en de parkeerheffing niet diende te worden betaald door de parkeerovertreder.

Zijn collega Vrederechter uit Veurne oordeelde echter op basis van de Antigoon-rechtspraak in een vonnis van 9 augustus 2011, dat een schending van de Privacywet niet tot gevolg heeft dat de bekomen identiteitsgegevens hun bewijswaarde zouden verliezen, aangezien het recht op een eerlijk proces niet in gedrang komt.

In dit vonnis oordeelde de Vrederechter dus dat de parkeerovertreding wel bewezen was en de parkeerheffing diende betaald te worden.

Dezelfde discussie zal zich nu ook voordoen in de dossiers rond de flitsboetes, en het ligt in de lijn der verwachtingen dat meestal door de Politierechters zal worden geoordeeld dat het onrechtmatig bewijs mag worden toegelaten.

Case closed en much ado about nothing?

Wel niet helemaal. We mogen immers niet vergeten dat we nog steeds in een rechtstaat leven en dat burgers, maar ook de overheid onze wetten moeten respecteren.

Indien de politie zonder de vereiste machtiging identiteitsgegevens opvraagt bij de Kruispuntbank Voertuigen, dan schendt de politie de wet, punt aan de lijn.

Er valt maatschappelijk zeker iets voor te zeggen dat wetsovertredingen door overheidsdiensten niet altijd tot bewijsuitsluiting aanleiding moeten geven, maar mag in een rechtstaat wel worden verondersteld dat deze wetsovertredingen toch op de een of andere manier worden beteugeld.

Minder straf of schadevergoeding

Dit is nu niet het geval. De discussie beperkt zich tot een zwart wit verhaal, waarbij onrechtmatig bewijs wel of niet kan worden gebruikt bij de bewijsvoering.

We moeten echter ook durven nadenken over alternatieven om onrechtmatigheden bij de bewijsvoering toch ergens in rekening te brengen.

Als de rechter oordeelt dat het bewijs ondanks het onrechtmatig karakter ervan, toch mag worden gebruikt bij de bewijsvoering, dan zou men dit feit kunnen later doorwegen bij het bepalen van de strafmaat of men zou ook een schadevergoeding kunnen toekennen voor bijvoorbeeld de onrechtmatige schending van de privacy.

Indien we dit niet doen, dan gaan we wetsovertredingen door de overheid eigenlijk zo maar door de vingers gaan zien en dat is op lange termijn nefast. Checks and balances, daar draait het om in een rechtstaat. Stof tot nadenken.