Francesca Borri: "Rebellen herken je aan hun teenslippers"

"Ik heb niet naar de beelden van de evacuatie van Aleppo zitten kijken, nee." Francesca Borri klinkt fel als ze het heeft over de gebeurtenissen in Syrië van de afgelopen week. "Ik ben geen journalist geworden om begrafenissen te verslaan, ik ben journalist geworden om de geschiedenis te verslaan. En de geschiedenis kun je veranderen, oorlogen kunnen nog altijd worden gestopt." Geen oorlogsverslaggever is ooit zo lang in Aleppo geweest als de Italiaanse Francesca Borri. Meer dan een jaar bracht ze er door, in de periode 2012-2013.

"Aleppo was toen al onleefbaar. We dachten dat het niet erger kon worden. Maar het is nog veel, veel erger geworden." Toen moesten de vaatbommen van het regimeleger nog komen, en de luchtbombardementen van de Russen. "Er is geen precedent voor deze oorlog, het is met niets te vergelijken. Vijf jaar lang non-stop bombardementen, élke dag: op den duur werd er alleen nog maar puin gebombardeerd."

De mensen die ze deze week belde in Aleppo, konden amper nog praten, zegt ze. Ze konden hun zinnen niet meer afmaken, ze wisten amper wat ze zeiden. Te getraumatiseerd. En toch waren er nog mensen: "De allerarmsten, die het geld niet hadden om te vluchten. De activisten: de White Helmets, de media-activisten. En de strijders natuurlijk, de rebellen. Die zijn sowieso ten dode opgeschreven. Kijk maar naar Homs een paar jaar geleden: alle activisten daar zijn nadien verdwenen."

Veel misverstanden en complottheorieën over Syrië"

Het is één van Borri's grote frustraties: hoeveel misverstanden en complottheorieën er de ronde doen over de situatie in Syrië. "Het grote publiek denkt dat er daar een oorlog bezig is tussen het leger van Assad enerzijds en IS en Al Qaeda anderzijds."

"Maar de meeste Syriërs wilden geen ideologische strijd voeren, ze wilden gewoon een beter leven. De media hebben veel te weinig oog gehad voor die mensen, voor de burgeractivisten. Ze wilden de spectaculairste verhalen van het front brengen, ze hebben te veel gefocust op het bloed."

Vijf jaar heeft ze geprobeerd om de wereld te vertellen wat er aan de hand was, zucht ze, maar er was altijd wel wat belangrijkers. De media hebben gefaald.

Of de propaganda-oorlog het nieuws over Syrië ook niet vertroebeld heeft? "Propaganda-oorlog? Oekraïne, dàt was een propaganda-oorlog. In Syrië is er evenveel oorlogspropaganda als in elke andere oorlog. Maar daar dienen journalisten nu net voor: ze moeten maar ter plaatse gaan."

"Wandaden van Assad zijn 100 keer erger"

Dat heeft Borri dus zelf gedaan. Haar boek beschrijft de chaos, de ontreddering. Niets is nog zeker in een stad in oorlog. Elke minuut kan je laatste zijn. En tegelijk zit de werkelijkheid vol absurditeit. Hoe herken je de rebellen van het Vrije Syrische Leger? Ze lopen op teenslippers.

"De rebellen hebben er een zootje van gemaakt. In de periode dat zij Aleppo in handen hadden, waren er plunderingen, en checkpoints waarvan je nooit wist wat er zou gebeuren. Op den duur vonden de mensen IS nog beter: die hadden tenminste regels. Daar hebben de rebellen de oorlog verloren. En ze hebben misdaden begaan. Maar hun verantwoordelijkheid is in niets te vergelijken met die van Assad: zijn wandaden zijn honderd keer erger," zegt Borri.

"De sleutelfiguren moeten weg"

En diezelfde Assad is nu dus aan de winnende hand. De gedachte dat hij aan zou blijven, is onverdraaglijk, vindt ze. "Hij is een oorlogsmisdadiger volgens het internationaal recht. Zo iemand kan toch niet doodleuk blijven zitten?".

Borri hoopt dat de wereld voor één keer toch een vuist kan maken. "Van Amerika verwacht ik niks meer. Maar Europa heeft nog wel macht: geen politieke, maar economische. Syrië moet worden heropgebouwd, het kan dat niet alleen. Kan er dan geen druk op Assad uitgeoefend worden zodat hij over een half jaar, een jaar, van het toneel verdwijnt? Je kunt niet het hele regime vervangen, maar de sleutelfiguren moeten weg."

Want de gevluchte Syriërs zullen terugkeren, zegt ze. Misschien niet meteen, maar ze zullen terugkeren.

"Malediven tellen hoogste aantal jihadisten"

En tegelijk is dit niet het einde van de oorlog, zegt Borri. Niet letterlijk (het strijdperk gaat zich nu verplaatsen naar Idlib, voorspelt ze) en niet figuurlijk: "Een oorlog is niet wat er gebeurt aan het front, een oorlog is datgene wat de frontlinie veroorzaakt. Alle politieke, sociale en economische problemen die er zes jaar geleden waren, bij het begin van de Arabische Lente, zijn er nog steeds. En als je daar niks aan doet, zul je oorlog blijven hebben. Van Aleppo tot Brussel en Parijs."

Francesca Borri verwijst in dat verband naar haar huidige project: ze werkt aan een boek over jihadisten. Vorige week nog bracht ze een bezoek aan Molenbeek, en ze reisde ook naar de Malediven. "Wij kennen de Malediven als een paradijselijke vakantiebestemming. Maar de bevolking zelf verdient niks aan dat toerisme, alles verdwijnt in de zakken van enkele rijke zakenmensen. De Malediven, met hun 400.000 inwoners, tellen momenteel het hoogste aantal jihadisten: jongeren van daar zakken nu af naar Syrië en Irak om er te gaan vechten."

"Alle oorlogen eindigen ooit"

En die cocktail van sociaal-economische factoren wordt nog verergerd door een vertrouwenscrisis. "De wereld heeft geen vinger uitgestoken om de Syriërs te helpen. Een groot deel van de moslimbevolking in de wereld denkt dat dat was omdat ze moslims waren, net zoals in Bosnië bijvoorbeeld. Het doet er niet toe of dat terecht is of niet: zo voelen ze het aan."

Toch heeft Francesca Borri ook nog hoop. Alle oorlogen eindigen ooit. En: "Er zijn mensen die ontmoedigd zijn, die denken dat het geen zin heeft om in opstand te komen, want niemand zal je komen helpen en het loopt slecht met je af. Maar er zijn ook mensen die daardoor net denken: ik heb niks meer te verliezen, ik wil niet meer leven zonder vrijheid, zonder rechten." De kiemen van de Arabische Lente liggen onder een dikke laag puin, maar ze zijn er nog. Vooral dan in Egypte, zegt Borri: "Egypte is de plek waar de Arabische Lente opnieuw zal beginnen."

De neerslag van dat jaar kun je lezen in haar ijzingwekkende boek "Onze vrouw in Aleppo", dat recent ook in het Nederlands vertaald werd.