Kerststal en onze waarden: de N-VA zit fout - Jurgen Slembrouck

Na de discussie over Zwarte Piet duikt een nieuw debat op over onze "normen en waarden": mag een gemeente een kerststal in het gemeentehuis plaatsen? Of moet die gemeente alle overtuigingen respecteren en daarom neutraal blijven?
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Jurgen Slembrouck werkt bij de Vrijzinnige dienst – Universiteit Antwerpen.

’s Winters worden dieren op stal gezet. De afgelopen dagen leek dat ook het geval te zijn voor de neutraliteit van de overheid. In Kortrijk-Dutsel nabij Holsbeek en Leuven ontstond afgelopen weekend commotie omdat de kerststal uit het gemeentehuis werd verwijderd.

Schepen van Cultuur Annelies Vander Bracht (Groen) meent dat de scheiding tussen kerk en staat strikt geïnterpreteerd moet worden. "Om zo neutraal mogelijk te blijven, hebben wij dat kerststalletje weggenomen." De lokale N-VA afdeling riep de bevolking daarom op om tijdens de volgende gemeenteraad een kerststalletje mee te nemen. "Het is tijd om onze normen en waarden te verdedigen", zo luidde het devies.

Een gelijkaardige "normen"-discussie in Brussel

In Brussel bleek dat Alain Courtois (MR) als schepen van burgerlijke stand reeds acht keer weigerde om een huwelijk te sluiten omdat de bruiden hem niet de hand wouden schudden.

De bruiden beriepen zich op hun geloof dat hen verbiedt om als vrouw de hand te schudden van een man. Volgens Courtois is het Brusselse stadhuis een lekengebouw waar de burgerlijke omgangsvormen primeren op de religieuze omgangsvormen en getuigt het van elementair respect om daar rekening mee te houden.

Hij kreeg steun van de Brusselse burgemeester Yvan Mayeur (PS) "Over de gelijkheid van mannen en vrouwen doen we geen toegevingen. Er kan geen sprake van zijn onze waarden overboord te gooien."

Waarden en normen

‘Onze waarden en normen’ worden dus door alle partijen ingeroepen om hun zaak te bepleiten. Zowel Courtois en Mayeur als de N-VA afdeling van Holsbeek hebben ongelijk.

Een strikt neutrale overheid weigert geen dienst aan burgers die om religieuze redenen geen handdruk geven en laat ook na om religieuze symbolen in haar gebouwen te plaatsen.

De gelijkwaardigheid van man en vrouw mag dan wel een grondwet zijn, er is geen wet die burgers verplicht om bij een begroeting iemand de hand te drukken. Je kan van je medeburgers dus geen handdruk eisen.

Ook niet wanneer dat tot de ‘normale’ - of misschien beter ‘traditionele’ - omgangsvormen behoort. Traditie vormt dus geen excuus om de neutraliteit van de overheid te schenden. Ook niet wanneer het verwerpen van die traditie knaagt aan het geweten.

Dit geldt a fortiori voor ambtenaren die geacht worden om op een strikte manier de beginselen van neutraliteit te eerbiedigen en die bij het uitoefenen van hun ambt hun persoonlijke levensbeschouwelijke overtuiging tussen haakjes moeten plaatsen.

Dat blijkt voor sommigen niet zo evident. De weigering van Courtois - als schepen is hij een ambtenaar - om de huwelijksplechtigheid te voltrekken doet denken aan die andere Brusselse ambtenaar ‘Jean-François’ die zich tot de islam had bekeerd en in 2013 geweigerd had om schepen Karin Lalieux de hand te schudden.

De man werd terecht ontslagen. Iets gelijkaardigs deed zich voor toen Koning Boudewijn weigerde om de abortuswet te ondertekenen. De koning werd in de onmogelijkheid gesteld om gedurende 36 uur te regeren.

Schijn van partijdigheid vermijden

Alle aspecten die de overheid kenmerken moeten getuigen van neutraliteit. Dat is de beste garantie opdat burgers zich in hun vrijheid gerespecteerd zouden weten en ze het gezag van de overheid zouden erkennen.

Neutraliteit heeft dan ook op meer betrekking dan alleen maar op de dienstverlening. De wetten die de overheid uitvaardigt, de gebouwen die ze beheert, de dienst die ze verleent en de ambtenaren die ze te werk stelt moeten elke schijn van partijdigheid vermijden.

Voor religieuze symbolen zoals bijvoorbeeld een kruisbeeld is er geen plaats in overheidsgebouwen. Je kan de christelijke traditie niet inroepen om een bepaald beleid al of niet te voeren.

Ter illustratie: het behoort niet tot de christelijke traditie om het huwelijk open te stellen voor mensen van hetzelfde geslacht. Maar een neutrale overheid hoeft met die traditie geen rekening te houden en kan het zogenaamde homohuwelijk wel legaliseren.

De neutraliteit van de overheid is het meest belangrijke instrument van een liberale rechtstaat om de vrijheid en de gelijkheid van haar burgers te beschermen. Precies door het feit dat de overheid zelf niet discrimineert op levensbeschouwelijke gronden geeft ze haar burgers alle kansen om zich van hun vrijheid te bedienen. Bijvoorbeeld om homoseksualiteit wel of niet zondig te vinden.

Nuance

Toch is de concrete toepassing van het neutraliteitsbeginsel geen kwestie van zwart of wit. Veel zal afhangen van het grensoverschrijdend effect dat symbolen kunnen uitoefenen. Precies omdat dergelijke symbolen verwijzen naar de sterk moreel beladen waarheids- en universaliteitspretentie die levensbeschouwingen claimen kunnen ze een invloed uitoefenen op de perceptie van de dienstverlening en op de vrijheid van de burger.

Het grensoverschrijdend effect van sterke symbolen zoals kruisbeelden, keppeltjes en hoofddoeken is evident. Twee voorbeelden ter illustratie:

De bouwaanvraag voor een nieuwe moskee wordt geweigerd. De islamitische architect gaat verhaal halen bij de bevoegde ambtenaar die uiterlijk duidelijk herkenbaar is als een orthodoxe jood.

Een man werd jarenlang misbruikt door een priester. De politieagent bij wie hij een klacht wenst neer te leggen draagt een halsketting met een houten kruis.

Kerstboom?

Voor andere symbolen en gebruiken is dat effect door de tand des tijds afgezwakt en hebben ze hun exclusief levensbeschouwelijke connotatie verloren.

Er is dus geen probleem met Sinterklaas en Zwarte Piet die de kinderen toespreken vanaf het balkon van het Antwerpse Stadhuis.

Ook sommige feestdagen zoals 1 november hebben een algemeen karakter gekregen en zijn niet zo problematisch. Te meer omdat het gemeenschappelijk in acht nemen van bepaalde gebruiken, voorbij de levensbeschouwelijke grenzen, bevorderlijk kan zijn voor de sociale cohesie.

Sommige gebruiken zitten op de wip. De kerststal verwijst naar de geboorte van Jezus maar ‘Kerst’ is een periode waar samenzijn in familiaal verband centraal staat en waar we elkaar laten delen in onze rijkdom.

Een kerstboom - waar de pakjes onder liggen - is in een gemeentehuis daarom allicht minder problematisch dan een kerststal. Op termijn zullen we door het multiculturele karakter van onze samenleving meer bewust aandacht moeten hebben voor de die zaken die ons met elkaar verbinden. De kerststal heeft allicht haar beste tijd gehad.