Kalme Kerst aan de oorlogsfronten

In deze rubriek geven we een overzicht van grote en kleine gebeurtenissen deze week honderd jaar geleden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Voor de derde keer al wordt Kerst gevierd tijdens deze oorlog, het blijft rustig aan de fronten, maar de vooruitzichten op een doorbraak blijven zwak.

Voor de derde keer wordt er deze oorlog kerstmis gevierd. Met steeds minder illusies dan de vorige jaren.

De zware en zeer bloedige maar nutteloze offensieven, bij Verdun (door de Duitsers) en aan de Somme (door de Geallieerden), hebben bij velen de hoop doen vervliegen dat de oorlog nog door een overwinning beëindigd kan worden.

Van verbroederingen over de loopgraven heen, zoals bij de kersbestanden van 1914, is dan ook geen sprake.

De middernachtsmis in het pas door de Fransen heroverde fort van Douaumont bij Verdun (Library of Congress)

Wel gaat het er overal meestal kalm aan toe, zowel aan het westelijk als het oostelijk front.

Dit is echt niet de tijd voor gevechten. Wel zou de artillerie op sommige plaatsen klaar staan om het vuur te openen, mochten er contacten met de vijand zijn.

Het Duitse opperbevel heeft voor de kerstperiode verlof verleend aan alle soldaten die in 1916 nog geen verlof hadden kunnen krijgen. Door de langdurige offensieven van dit jaar was dat voor velen niet het geval.

Britse kerstkaarten uit 1916: in de loopgraaf, thuis wordt het glas geheven op de afwezigen

Kerst in de loopgraven volgens de tekenaar van het Duitse Illustrierte Zeitung, december 1916

Overleg over Amerikaanse vredesnota

De vredesnota van de Amerikaanse president Wilson heeft de Europese diplomatie in gang gezet.

De regering van het neutrale Zwitserland heeft laten weten dat ze wil meewerken aan het initiatief zonder uiteraard haar eigen neutraliteit in gevaar te brengen.

De Scandinavische landen, die eveneens buiten de oorlog staan, reageren op dezelfde wijze.

Duitsland en zijn bondgenoten steunen de vredesnota. Ze verwijzen daarbij naar hun eigen vredesvoorstellen van 12 december. Berlijn wil dat er zo snel mogelijk een vredesconferentie wordt samengeroepen.

Langs Geallieerde zijde is nog niet gereageerd. In Londen houden Britten en Fransen overleg over een gemeenschappelijk antwoord. Maar over het algemeen is de houding sceptisch. Dat geldt ook in Rusland.

President Wilson tweemaal op de voorpagina van de Kersteditie van  Weense tijdschriften. "Een ster uit het Avondland", hoopt Kikeriki, "en  geen dwaalster". In de Illustrierte Kronen Zeitung klopt Wilson met een vredesengeltje voorzichtig op de deur van de oorlogsgod Mars (Oostenrijkse Nationale Bibliotheek, ANO)

Geallieerde kranten en politici betreuren het dat Wilsons nota er gekomen is zo vlak na het Duitse vredesvoorstel. De Amerikanen benadrukken dat beide initiatieven niets met elkaar te maken hebben.

Op het Duitse voorstel is nog niet officieel op gereageerd, maar aan Geallieerde zijde gelooft niemand dat Duitsland echt een rechtvaardige vrede wil.

Dat strookt immers niet met de harde woorden die in de Duitse pers te lezen zijn. Zo pleitte een Duits parlementslid zopas openlijk voor de annexatie van België.

Een Frans commentator spreekt in deze kersttijd schamper van “Vrede op aarde aan alle mensen van slechte wil”.

In het bezette België reageren de burgers gelaten. In hogere kringen hebben sommigen een sprankeltje hoop dat de vredesnota een licht in de duisternis kan zijn. De gewone mensen hebben echter al zoveel meegemaakt dat ze fatalistisch zijn geworden.

De Duitse soldaten in België toonden zich opgetogen over “hun” vredesaanbod, maar bij de Belgen op straat had die vreugde een averechts effect.

De Weense satirische weekbladen hebben er weinig vertrouwen in.
Op de voorpagina van'Kikeriki' begeleiden de 'Centralen' het Kerstekind dat vrede wil brengen bij de 'Geallieerden', en waarschuwen dat er hem een weg vol doornen wacht. Bij 'Die Muskete' wil een engeltje de vredesengel meenemen naar het kerstfeest, maar die laat weten dat hij 'hemelarrest' heeft.

Joffre maarschalk van Frankrijk

De onlangs afgetreden Franse generalissimus Joseph Joffre wordt maarschalk van Frankrijk.

Het was 46 jaar geleden dat deze hoogste militaire waardigheid nog werd verleend, en voor het eerst sinds Frankrijk een republiek is. Tot nu toe hadden alleen koningen en keizers maarschalken benoemd.

Toch moet het voor Joffre een schrale troost zijn. Toen hij nog geen drie weken eerder moest opstappen als opperbevelhebber, had premier Briand hem toegezegd dat hij als adviseur van de regering nog een invloed op het beleid zou hebben.

Maar de pas aangestelde minister van Oorlog, generaal Lyautey, wil daarvan niets weten. Lyautey is allesbehalve een vriend van Joffre en had eerder al zware kritiek op hem geleverd.

Joffre vereren met de maarschalksstaf lijkt de meest elegante wijze om hem helemaal aan de kant te schuiven.

Joffre in gesprek met Koning Albert in Hoogstade, oktober 1916 (Albums Valois, BDIC)

Nieuwe Oostenrijks-Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken

De nieuwe Oostenrijks-Hongaarse monarch Karel heeft graaf Czernin benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken. Hij volgt baron Burián von Rajecz op, die zelf de nieuwe Oostenrijks-Hongaarse minister van Financiën wordt.

Ottokar, graaf Czernin von und zu Chudenitz is een diplomaat en grootgrondbezitter uit de oude Boheemse adel. Hij is gezant in Den Haag geweest en gold als een vertrouweling van de in 1914 vermoorde troonopvolger Frans Ferdinand.

De benoeming van Czernin geeft de indruk dat keizer Karel een andere koers wil varen dan zijn overleden voorganger Frans Jozef.

Formeel wordt Czernin “minister van het Keizerlijke en Koninklijke Huis en van Buitenlandse Zaken”. Als zodanig is hij ook voorzitter van de gemeenschappelijke ministerraad van Oostenrijk-Hongarije. De “dubbelmonarchie” heeft maar drie gemeenschappelijke ministers.

Links graaf Czernin, rechts zijn voorganger, Das Interessante Blatt, 27 december 1916

Post voor de gedeporteerde arbeiders

De Duitse bezetter heeft een reglement uitgevaardigd voor het postverkeer tussen Belgische gedeporteerde arbeiders en hun familie in België. Ze mogen elkaar een maal per week een voorgedrukte kaart opsturen.

De tekst moet in het Duits, Frans of Vlaams worden geschreven, in grote, duidelijke letters. Mededelingen van "politieke of militaire aard" zijn verboden.

De families mogen een maal per maand een pakket opsturen van maximaal 5 kilo. In het pakket mogen geen brandbare of bederfelijke waren zitten.

De Duitsers hebben intussen ook ruim een tekst verspreid waaruit moet blijken dat Belgische vluchtelingen in Engeland misbruikt worden. De tekst is gebaseerd op de getuigenis van een Zwitser en oorspronkelijk gepubliceerd in een Duits legertijdschrift. Veel indruk maakt hij niet.

Arbeiders worden onder dwang afgevoerd uit Gent. Prent van de Nederlandse, fel anti-Duitse tekenaar Louis Raemaekers. Zijn tekeningen verschenen in zowat alle Geallieerde landen als in de Verenigde Staten.

Een kerstpakket voor zoon-man-vader, tekening uit de kersteditie van Le Petit Journal Illustré, 1916

Meest gelezen