Nederland nomineert landloperskolonies voor Unesco-Werelderfgoedlijst

De voormalige landloperskolonies van Wortel en Merksplas in Vlaanderen en Frederiksoord, Willemsoord, Wilhelminaoord, Ommerschans en Veenhuizen in Nederland zijn officieel door Nederland voorgedragen voor de Werelderfgoedlijst van Unesco. Nederland dient in januari het dossier in, in naam van Vlaanderen en Nederland en gesteund door drie provincies, zeven gemeenten en tal van andere organisaties.

De zogenoemde Koloniën van Weldadigheid uit de eerste helft van de 19e eeuw hadden als doel om armen uit de steden in hun eigen onderhoud te laten voorzien door hen aan landbouw te laten doen in onontgonnen delen van het platteland.

De combinatie van arbeid in landontginning en landbouw enerzijds en het systeem van opgelegde normen en discipline, maar ook beloningen en algemeen verplicht onderwijs anderzijds, maakt de landloperskolonies als grootschalig uitgevoerd sociaal experiment volgens Vlaanderen en Nederland uniek in de geschiedenis en de wereld.

Het Unesco-dossier van de landloperskolonies wordt al vier jaar lang voorbereid. De beslissing van de Nederlandse ministerraad om ze officieel te nomineren voor de Werelderfgoedlijst is de laatste stap voor de effectieve indiening van het dossier. Dat zal in januari gebeuren in Parijs.

In 2018 wordt het verdict van het Werelderfgoedcomité verwacht. "Dat is precies 200 jaar na de oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid én 25 jaar na de afschaffing van de wet op de landloperij in België", zegt Inga Verhaert, gedeputeerde van de provincie Antwerpen en covoorzitter van Kempens Landschap, de vzw die aan Vlaamse zijde het project trok. "Een plaats op de Werelderfgoedlijst wordt nu alvast steeds tastbaarder."