Meest recent

    Imposante Deen van bon vivant naar Korsakov

    Straathoekwerker Filip Keymeulen vertelt deze week de verhalen van vijf mensen die hij op zijn pad in Brussel tegenkomt en die hij probeert te helpen. Vandaag: de Deense man Knut die niet meer terug wil naar zijn vaderland.
    opinie
    Opinie

    Filip Keymeulen is straathoekwerker bij de Brusselse vzw Diogenes. De verhalen zijn zodanig aangepast dat de mensen niet herkenbaar zijn. De toestanden omschreven in deze teksten zijn dagelijkse kost in de straten van Brussel en alle andere grootsteden in Europa (en daarbuiten).

    Knut is Rock ’n Roll. Of Punk. Zoals je wil. Hij wàs dat eigenlijk. Vandaag, vergane glorie. Knut is Deens, jaren geleden aangemeerd in Oostende, voor de liefde. Liefde is uitgeblust. Te huiselijk volgens hem. Twee jaar volgehouden, zelfs even gewerkt in Oostende, horeca. Niet in het zwart. "I actually had a job." Je kan het maar moeilijk geloven als je hem ziet.

    Onze voertaal is Engels. Werkwoorden in infinitief en met een, denk ik, Deens accent. Soms wat West-Vlaams. Ik spreek nu ook Engels met een Deens accent en lijk er niet meer vanaf te geraken.

    Knut toen en nu. Een gigantisch verschil. 2009, pas aangekomen in Brussel. Met de George op een bank. George psychotisch en religieus als altijd. In een licht Gents accent: "Filip, in die brieven aan de Romeinen, wat stond daar feitelijk in jong?". "Klachten denk ik, George, klachten."

    Daar kan George weer een tijdje mee voort. Daarnaast de imposante figuur van Knut. Ik dacht toen dat het een éénmalige ontmoeting was. Of ik geen sigaret had of "a beer"? Een sigaret wel, geen bier, "nice to meet you anyway". Hij wil mijn kaartje voor als hij zou blijven hangen. Sommige dingen kondigen zich aan.

    Twee dagen later, een halve paniekerige telefoon van een algemeen onthaal. Knut zou daarbinnen zitten en was nogal dreigend, maar nu in slaap gevallen. Of ik meneer ken (hij had mijn kaartje afgegeven aan het onthaal: "Call him!") en of ik kon langskomen.

    Vanaf dan zie ik Knut heel regelmatig. Hij is een geboren verteller. Op zich aangenaam gezelschap. Vertelt over zijn pa die nog leeft, zijn ma die gestorven is toen hij klein was, zijn zussen… Hij zou nog ergens een zoon hebben en enkele exen.

    Meneer heeft geen uitkering en geen adres. Slaapt links en rechts. Parkings. Overleeft op charmes en winkeldiefstallen. Waarmee ik hem confronteer, telkens opnieuw. En ik verwittig hem dat hij ooit de rekening zal moeten betalen voor elke keer dat hij daarvoor is aangehouden.

    Meneer is ervan overtuigd dat hij rechten heeft in België: op een adres en een uitkering. Ik betwijfel dat, maar wil met hem wel de nodige sociale démarches doen. Hij slaagt er maar niet in om enkele afspraken na elkaar te doen en telkens we een vraag indienen voor een adres of gelijk wat, valt het weer in het water, omdat we niet alles kunnen aanbrengen wat nodig is.

    Drank, opnames in spoed en zijn plots verdwijnen zijn volgens mij de oorzaken. Volgens hem is het telkens de fout van een ander. "They don’t like me." Enkele keren de gevangenis in, telkens voor enkele maanden, telkens voor shopliften. Terecht. Ik vertel hem dat ook als ik hem ga bezoeken. Hij gaat zijn leven opnieuw in handen nemen.

    Ik stel hem heel vaak voor om terug te gaan naar Denemarken. We kunnen dat organiseren, eventueel zelfs zijn ticket betalen. Maar hij ziet dat niet zitten. "I can’t go back in these circumstances." Ik vertel hem dat we zijn omstandigheden hier niet kunnen verbeteren. Hij vindt van wel. "You can, if you try harder." We maken vaak ruzie.

    "Verveling en aanbod maken dat Knut snel hervalt"

    Daarnaast hebben we hem ook in contact gebracht met zijn zussen en papa. Via mail en af en toe via telefoon. Ze zijn blij om hem te horen. Maar meer lijkt er niet in te zitten. Ik oordeel daar niet over. Ik kan me voorstellen dat een persoonlijkheid zoals Knut heel wat gewicht kan zijn in een familie. Hij is, laat ik het mooi zeggen, nogal eisend.

    Er zijn ook enkele pogingen geweest die leken aan te slaan. Meneer volgde enkele ontwenningskuren en deed dat goed. Dan wordt hij heel aangenaam. Maar langer dan 3 weken kan hij nergens blijven. Een korte ontwenningskuur kan nog onder dringende medische hulp vallen, een langere therapie in "Sans Soucis" of "Le Domaine" niet.

    Korte kuren brengen even rust in het leven van iemand met een verslaving, maar als er niets op volgt, is het vaak toch maar een slag in het water. Knut moet nadien weer de straat op. Verveling en aanbod maken dat meneer heel snel hervalt.

    Dan heb je Knut nu. Zoveel jaar later, nog altijd op straat. Minder flamboyant. Niet dat hij niet probeert, dat zit erin gebakken. Maar er is Korsakov. Door al die jaren te drinken en periodes van comazuipen, heeft meneer een hersenletsel. Hij waggelt als hij wandelt, hij vergeet, kan zich moeilijk oriënteren, heeft problemen met tijd. Hij is vaak vuil, incontinent soms. Vooraan in de vijftig, maar hij ziet er veel ouder uit.

    Hij sukkelt ook met zijn fysieke gezondheid. Ongeveer twee jaar geleden is Knut in elkaar geslagen. Hij zou zo hard op de benen zijn geschopt dat hij trombosevorming had. Bloedklonters die aders kunnen verstoppen. Heel gevaarlijk.

    Hij is toen zelfs een tijd op intensieve zorg gebleven, we hadden schrik dat hij het niet ging halen. Door zijn gezondheidstoestanden is er een klein netwerk rond hem ontstaan. De Fontein om hem af en toe de douche onder te jagen en zijn wonden te verzorgen.

    Het Wijkgezondheidscentrum om de medische zorg te coördineren. Ik loop ziekenhuizen af en ren voor medicatie en om zijn medische kaart in orde te houden. Een heel boeiende en nauwe samenwerking met veel diensten.

    "Medicatie regelen gebeurt normaal niet op straat"

    Maar ontoereikend. Wat meneer aan de hand heeft, is vitaal. Dit wil zeggen dat hij er kan aan sterven. We kunnen niets structureel zodanig organiseren dat meneer stabiel kan worden. Zijn statuut van Europeaan zonder hier rechten te hebben opgebouwd, maakt dat hij, na al die jaren, geen recht heeft op een uitkering en dat hij niet volledig gedekt is voor alle medische zorg die nodig is.

    De medicatie regelen van iemand met Korsakov, dat gebeurt normaal in een gestructureerde setting. Niet op straat. Niet dat we niet proberen. Maar dat lukt niet. Zo regelden we na een eerste hospitalisatie zijn medicatie in een weekplanner. 6 verschillende pillen, 3 tijdstippen. Overzichtelijk.

    Volgende dag heeft Knut de verschillende pilletjes op een andere manier geordend. "Filip, what pill should I take now?" We lieten medicatie achter bij de dokter, meneer vond zijn weg niet, "too far for my leggs". We lieten medicatie achter bij een lokale handelaar, een dienstencentrum. Uiteindelijk, "I dont want to get addicted" en hij weigert nog medicatie in te nemen. Antibiotica moet worden uitgenomen, 3 keer per dag. Onmogelijke opdracht.

    Omdat én medicatie én zorg bijna niet te regelen zijn, wordt meneer meerdere keren opgenomen via spoed. Soms blijft hij een tijdje, enkele dagen, soms wordt hij direct weer weggestuurd. Veelal met een waslijst aan medicatie. Het lukt me maar niet om de spoedarts of de afdelingsarts uit te leggen dat dit onbegonnen werk is.

    Ik heb meerder keren alarm geslagen bij zijn familie. "Knut will be Knut", was hun antwoord. "He will never change." Ik confronteer hem met mijn bezorgdheid. Ooit ga ik zijn papa en zijn zussen moeten inlichten dat Knut is overleden. Of, misschien moet ik hem ooit inlichten dat zijn papa, diep in de tachtig, is overleden. Hoe krijg ik hem ooit ginder voor een begrafenis? Geen identiteitskaart meer, volgens mij niet capabel om nog alleen te reizen. "Don’t be such a drama, Filip."

    "Ik neem hem bijna niets meer kwalijk, maar toch maak ik me boos"

    Knut confronteert me. Ik kan me echt boos maken op hem. Niet dat hij er nu nog kan aan doen. Meneer is zo stuurloos door schade aan zijn hersenen, dat ik hem bijna niets meer kwalijk kan nemen. Maar toch maak ik me boos.

    Ik heb hem zien veranderen van de bon vivant, kennis van muziek en literatuur, "ne gladde", naar een oude man. En dat op een recordtempo. We kunnen door het gebrek aan rechten hier in Brussel, dat proces niet vertragen, noch goed opvangen voor hem. Onmacht, en dat maakt me boos.

    Als ik lang aan het werk ben met één iemand, zoals in het geval van Knut. Dan overvalt me wel eens het gevoel van "waar ben ik mee bezig?”. Het lijkt soms of ik echt maar iets aan het doen ben om maar iets te doen. Als ik wat afstand neem en bekijk wat er al gebeurd is met meneer en wat er nu aan het gebeuren is, dan lijkt dat gelukkig toch duidelijker.

    Ik zorg voor de communicatie tussen verschillende diensten, eventueel organiseer ik een groot overleg. Ik zorg ervoor dat meneer, ook al is het maar een medische kaart voor dringende medische hulp, administratief in orde is.

    Ik probeer nu meneer aan een Deens passpoort te helpen zodat we het zouden kunnen organiseren als hij het ooit toch zou zien zitten om terug te keren. Ik duid in nieuwe samenwerkingen wat al gebeurd is en wat werkt en wat niet. Ik zoek meneer wanneer hij gevonden moet worden en ik betrek zijn familie zo veel mogelijk.

    Knut is geen alleenstaand geval. Spanjaarden, Roemenen, Polen, Fransen… heel de Europese Unie is aanwezig in de straten van Brussel. Sommigen kunnen hun plan trekken. Die slagen er zelfs in om hier rechten te creëren door lang genoeg officieel te werken, anderen, zoals Knut dus, helemaal niet.

    Vrij verkeer van goederen en personen. Het klinkt mooi. Mooier zou zijn, dat diegene die zich vrij mogen verplaatsen, ook goed opgevangen worden wanneer ze de weg kwijt zijn. Ik vraag me af welke rol Europa voor deze mensen wil spelen? Mevrouw Thyssen, mogen we eens op koffie?

    Boodschap van vzw Diogenes

    Diogenes is een Brusselse vzw die aan straathoekwerk doet. Straathoekwerk is een heel eigen manier van werken. Dat is uit je kot komen, op het terrein in contact gaan met mensen om uiteindelijk concrete dingen aan hun situatie te veranderen. De mensen voor wie we dit werk doen, zijn straatbewoners of mensen die de publieke en semipublieke ruimte als privéruimte gebruiken, en dan nog vaak op een voor hen of voor anderen problematische manier.