Wat hebben wij te maken met het geweld van Kabila? - Peter Verlinden

Bij het eerste mandaat van de Congolese president Kabila was er hoop voor de Congolezen. Maar stilaan ging het van kwaad naar erger. Nu zien we geweld en persoonlijke verrijking van Kabila, terwijl wij, het Westen, wegkijken.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina
Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved.

Peter Verlinden is VRT- journalist gespecialiseerd in buitenland. Hij volgt al een kwart eeuw Centraal-Afrika.

Alleen al dit najaar zijn in de ‘Democratische’ Republiek Congo zeker honderd doden en een veelvoud aan gewonden gevallen bij de repressie van het politieke protest tegen het aanblijven van president Kabila. Die moest ten laatste in november verkiezingen organiseren om dan de fakkel door te geven aan zijn opvolger, op 19 december, want die nacht liep zijn tweede en grondwettelijk laatste presidentsmandaat af.

De verkiezingen zijn er niet gekomen, de verplichte machtswissel dus ook niet.

Bij de vorige verkiezingen, in 2011, had de hele Westerse wereld, België incluis, ervoor gezorgd dat Joseph Kabila aan de macht zou blijven. Toch was het toen al duidelijk dat hij een slechte bestuurder was en er niet in slaagde om het leven voor de gewone Congolees ook maar een heel klein beetje te verbeteren.

Maar het Westen beschouwde hem als een factor van stabiliteit in het onrustige Centraal-Afrika. En dus mocht hij blijven, neen, moést hij blijven. Zelfs al stemde een ruime meerderheid van de Congolezen Joseph Kabila toen al weg.

Je zou als Congolees van minder gefrustreerd, verbitterd, zelfs woedend worden. Ook op de steeds weer beter-wetende blanken, de Belgen incluis.

Het failliet van de Congolese politiek dateert niet van de afgelopen maanden. Elke ernstige waarnemer, dus ook de Europese politici, kon de tragedie van dit najaar zien aankomen, zelfs met dichtgeknepen ogen.

In januari 2001 kwam zoon Joseph Kabila aan de macht na de moord op zijn vader Laurent-Désiré. Hij had dus al bijna zes jaar presidentschap achter de rug, toen hij in december 2006 de eed aflegde als democratisch verkozen president na verkiezingen die al bij al behoorlijk correct verlopen waren.

Een beter leven?

Toegegeven, tussen 2001 en 2006 was hij erin geslaagd, met forse buitenlandse steun en vingerwijzingen, ook van zijn Belgische mentor Louis Michel, om een vredesproces af te werken, de oorlog (formeel) te beëindigen en een democratische bestuursvorm voor zijn land uit te tekenen. Zijn verkiezing in 2006 betekende de kers op de taart.

Maar in dit nieuwe, nu formeel ‘democratische’, Congo bleek Joseph Kabila niet in staat om een gezonde economie op gang te trekken, het staatsapparaat te doen functioneren, de diepgewortelde corruptie aan te pakken, het oproerige Oost-Congo werkelijk te pacificeren, echte vrede te sluiten met de begerige buurlanden Rwanda en Oeganda die de Congolese grondstoffen bleven en blijven plunderen, ...

Kortom: enige hoop op een beter leven op te bouwen voor alle Congolezen.

Kabila weggestemd

Wel integendeel. Het aanzwellende academisch en journalistiek onderzoek bewees slag om slinger dat de ‘jonge president’ zich in enkele jaren tijd bekwaamd had in de Congolese kunst van de persoonlijke (en familiale) verrijking ten koste van een verder verarmende bevolking.

En de meest bewusten onder die bevolking wisten en weten dat bijzonder goed. (Een heel groot deel van de Congolezen heeft zelfs niet de tijd en de energie om zich te verdiepen in deze politieke tragedie, want moet elke dag wroeten om te overleven.)

En dus stemden de Congolezen bij de volgende democratisch-bedoelde verkiezingen, die van 2011, hun president massaal weg.
Dat was natuurlijk niet de bedoeling, niet van Joseph Kabila zelf, maar evenmin van zijn Westerse broodheren, de oude kolonisator België incluis.

De eeuwige Etienne Tshisekedi

Zij gruwden ervan om de bejaarde legendarische oppositieleider Etienne Tshisekedi, de belangrijkste en populairste uitdager van Joseph Kabila, op de Congolese troon te zien. Het Westen koos voor de ‘stabiliteit’ in plaats van voor de stem van het Congolese volk.

De vaudeville van de vervalste tellingen na de stembusdag, de getrukeerde uitslagen in ver afgelegen kiesdistricten (met op sommige plaatsen een opkomst van meer dan 100% en een meerderheid voor Kabila van meer dan 95%) … niets kon de goedkeurende Westerse toppolitici op andere gedachten brengen: Joseph Kabila moest en zou aan de macht blijven, precies zoals al voor de verkiezingen afgesproken was.

Ook de Belgische vice-premier Didier Reynders, toen al op Buitenlandse Zaken, liet het allemaal welwillend over zich heen gaan.

Hold up

Toen al, in december 2011, beschreef ik als een van de weinige journalisten deze hold up op de Congolese democratie. Meer nog. Ik waarschuwde uitdrukkelijk voor de gevolgen van de frustratie van de Congolese bevolking die zeer goed wist dat zij beroofd was van haar politieke keuze en dus ook van haar vrije stem.

Dat woog en weegt extra zwaar als er tegelijk geen schijn van een kans is op enige verbetering op het vlak van, zeg maar, gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid, de werking van het staatsapparaat, de corruptie, enzovoort.

Maar het werd en wordt nog erger.

Opleiding voor repressie

Vijf jaar geleden konden de voorbereidingen voor de verkiezingen van 2016 al beginnen. Vijf jaar lang kwam er van verkiezingsplannen niets in huis.

Het aantal afleidingsmanoeuvres en sluikse pogingen om de wetgeving te wijzigen en de zetelende president zo ook na 2016 in het zadel te houden is te lang om op te sommen. Al die tijd hadden de Westerse donoren en collaborateurs blijkbaar wat anders te doen dan het regime-Kabila bij de democratische les te houden.

Intussen begonnen de enkele stroken gloednieuwe asfaltwegen alweer te verslijten, bij gebrek aan goed beheer. Tegelijk groeide de koperproductie naar ongekende hoogten, dankzij de Chinese grondstoffenjagers.

Met de alweer aftakelende wegen, of nooit herstelde infrastructuur, werden en worden de Congolezen elke dag geconfronteerd. Van de winsten op de export van het koper en andere grondstoffen krijgen ze niets te zien.

De min of meer gulle Westerse donoren verzorgden intussen wel de uitrusting en training van de Congolese ordetroepen, leger en politie. De beste technieken werden aangeleerd om ‘de orde te handhaven’, dus ook het volksprotest in te dijken. Die investering heeft alvast geloond, is de afgelopen dagen alweer gebleken …

Persoonlijke verrijking

Academici en enkele journalisten, in Congo zelf en in het schaarse geïnteresseerde buitenland, deden intussen hun werk en beschreven vakkundig de falende staat en de zich verrijkende elite: de familie Kabila en haar entourage, samen met zowat de volledige politieke klasse in Kinshasa.

Om maar enkele cijfers te noemen: het imperium van Joseph Kabila werd twee jaar geleden geschat op zo’n 15 miljard dollar, terwijl Congo voor 2017 een staatsbudget heeft van amper 4,5 miljard dollar. (Het land is 77 keer zo groot als België met zo’n 70 miljoen inwoners en heeft ongeveer het laagste inkomen per inwoner van de hele wereld.)

Toen naderde alsmaar dichter: de sleuteldatum van 19 december 2016, middernacht, het einde van het laatste Kabila-mandaat. En Joseph Kabila blijft gewoon zitten, zoals perfect te voorspellen was naarmate zijn afgelopen en laatste presidentsmandaat vorderde.

Frustratie en woede

De Congolese bevolking beseft dus heel goed wie verantwoordelijk is voor dit politieke debacle en de menselijke tragedies die daarvan het gevolg zijn: de honderden doden en gewonden bij de protesten, en het veelvoud daarvan als slachtoffers van de economische en sociale puinhoop die dit regime-Kabila veroorzaakt en/of wetens en willens in stand houdt.

Voor de meest bewuste Congolezen ligt de verantwoordelijkheid overduidelijk bij hun eigen politieke klasse, eerst en vooral die van de presidentiële meerderheid maar ook de andere nationale en lokale machthebbers die maar al te graag mee graaien uit de pot die de president hen voorhoudt.

Maar ook ‘het Westen’, en bij uitbreiding ‘de blanken’, krijgen striemende verwijten te horen. Dat zij dit alles maar laten gebeuren, mee het spel van het regime spelen en de gewone Congolezen in de steek laten.

De frustratie en de woede, nu al zeker vijf jaar lang, verscherpen de toon waardoor de essentie soms verloren dreigt te gaan, namelijk dat ‘het Westen’ ook gefaald heeft in deze kroniek van een aangekondigde tragedie.

Internationale gemeenschap?

Hoe langer de welwillende donoren de ontsporingen van het regime-Kabila hebben gedoogd, des te moeilijker wordt het nu om de geest van de dictatuur weer in de fles te krijgen.

Precies zoals twintig jaar geleden in Rwanda, met het regime-Kagame, en de afgelopen jaren in Burundi, heeft de internationale gemeenschap ook nu weer in Congo veel te laat en veel te zwak gereageerd op de repressie, de ontluikende dictatoriale systemen, de afnemende vrijheden van pers en vergadering, de voortwoekerende corruptie, de schaamteloze verrijking van de heersende klasse.

Geloof in de politieke klasse?

Het geloof in de politieke klasse is in Congo dan ook ingestort. De jonge generatie moet zelfs niet meer weten van de legendarische opposanten uit ver vervlogen tijden die zichzelf nog altijd onmisbaar vinden.

Tegelijk voelen vele jongeren zich in de steek gelaten door de Westerse politieke wereld die al decennia lang doof blijft voor de echte stem van het Congolese volk.

Moet er alweer een gefrustreerde generatie verloren gaan in Congo, en op zoveel andere plaatsen in Afrika, vooraleer de machtigen van deze aarde begrijpen dat de belangen van mensen zwaarder mogen wegen dan de belangen van staten?