Meest recent

    2016 wordt een recordjaar op het vlak van stakingen

    We dreigen 2016 af te sluiten als een van de zwaarste stakingsjaren van de voorbije twee decennia. In de eerste zes maanden waren er al 253.200 stakingsdagen, meer dan in het hele vorige jaar. Daarmee bereikte de sociale onrust in het tweede kwartaal met voorsprong het hoogste niveau in 25 jaar tijd. Dat blijkt uit cijfers van de Rijksdienst Sociale Zekerheid (RSZ), waarover De Tijd bericht.

    In de cijfers houdt de overheid bij hoeveel werkdagen er verloren gingen doordat werknemers staakten of betoogden. Eén stakingsdag geldt als één werknemer die één dag het werk neerlegt.

    Van april tot en met juni waren er maar liefst 247.300 stakingsdagen. Daarmee bereikte de sociale onrust in het tweede kwartaal met voorsprong het hoogste niveau in 25 jaar tijd.

    2014, het debuutjaar van de regering-Michel, klokte af op 760.300 stakingsdagen, met voorsprong het zwaarste protestjaar in een kwarteeuw.

    Na een rustiger 2015 hernam het vakbondsprotest dit jaar in alle hevigheid. Het werk werd in het tweede kwartaal verschillende keren neergelegd bij het spoor, en in die periode brak ook de cipiersstaking uit. Op 24 mei legden ook zo'n 60.000 mensen het werk neer voor een nationale betoging tegen het rechtse regeringsbeleid, en een week later betoogden zo'n 10.000 ambtenaren en leerkrachten tegen de bezuinigingen, gevolgd door een nationale staking op 24 juni.

    "Die staking verklaart mee het recordniveau in het tweede kwartaal", zegt Kurt Vandaele, onderzoeker bij het Europees vakbondsinstituut ETUI. "De sectoren waar het meest gestaakt werd tussen april en juni zijn de metaalindustrie, de transportsector met de NMBS en de overheid met de cipiersstaking."