Meest recent

    Terugblik 2016 - Peter: "Abrini liep hier, ik had hem -bij wijze van spreken- kunnen pakken"

    2016 was een jaar als geen ander. Dat zag u al in ons Jaaroverzicht op Eén, waarin Wim De Vilder en Goedele Wachters gingen praten met mensen voor wie het afgelopen jaar een keerpunt was. Een aantal van die verhalen krijgt hier extra aandacht. Vandaag laten we Peter Daelemans aan het woord. Hij is de securityagent die - zonder het te beseffen - op enkele meters van "de man met het hoedje" stond.

    Toen op 22 maart de bommen ontploften op Brussels Airport, zat Peter Daelemans in het Sheraton-hotel, waar hij al jaren het hoofd van de security is. Aangezien het hotel op amper enkele stappen van de luchthaven ligt, heeft hij alles van dichtbij meegemaakt.

    “We hoorden een knal, maar ik dacht niet meteen aan een bom. We zitten immers in België”, zegt Daelemans. “Ik ben meteen naar buiten gelopen en zag aan de overkant van de straat schreeuwende en bebloede mensen en veel rook. De tijd staat even stil. Je beseft niet goed wat er aan de hand is.”

    De man begint samen met de andere medewerkers meteen te helpen. Ze vangen onder meer gewonden op in het hotel. “Al onze mensen die getraind zijn in het geven van eerste hulp hebben zich spontaan aangeboden. De apotheker aan de overkant van de straat is ook meteen komen helpen.”

    Twee weken na de bewuste feiten is de politie nog steeds op zoek naar “de man met het hoedje”, een van de daders van de aanslagen die is kunnen ontkomen. Wanneer Daelemans de opsporingsbeelden op televisie ziet, schrikt hij behoorlijk. De terrorist - die later zou worden geïdentificeerd als Mohamed Abrini - is net na de feiten op enkele meters van hem gepasseerd.

    Op de beelden is te zien hoe Daelemans aan het bellen is. Naar zijn baas, zo blijkt. “Hij was in het buitenland voor een meeting. Ik was hem op de hoogte aan het brengen van de feiten. Ik heb hem gezegd dat er twee bommen zijn ontploft, dat het hotel oké is en dat we er alles aan doen om mensen te helpen.”

    “Toen ik de beelden later zag, heb ik mijn slag gekregen”, zegt de bewaker. “Die man (Abrini, nvdr.) is hier voorbij mij gelopen. Ik kon hem - bij wijze van spreken - pakken. Een paar vrienden hebben daarmee gelachen, maar er liepen hier zoveel mensen voorbij. Bovendien wisten we toen nog niet wie ze aan het zoeken waren. Maar achteraf had ik wel een soort van schuldgevoel.”

    Daelemans voelt behoorlijk wat haat ten opzichte van Abrini. “Waarom? Waarom is dit nodig?”, vraagt hij zich luidop af. “Dit heeft niets te maken met geloof. Dit is gewoon destabilisatie. Ze maken mensen bang om te reizen.”

    Toen het hotel voor het eerst weer openging na de aanslagen was dat allerminst evident. “Er was heel wat wantrouwen bij het personeel. Zo kwam er een van de eerste dagen iemand binnen met twee grote koffers. Dat is niet ongewoon voor een hotel tegenover de luchthaven. En toch zag je het personeel met een angstgevoel kijken. Het was mijn taak om de mensen ervan te overtuigen dat niet iedereen een slecht mens is.”

    “Loslaten gaan de bewuste beelden mij nooit doen”, besluit de bewaker. “Ik denk wel dat het uiteindelijk geparkeerd zal raken in mijn achterhoofd. Maar altijd zal ik beseffen dat ik er bij was en dat ik het heb zien gebeuren. Het zal mij altijd bijblijven.”