Meest recent

    Terugblik 2016 - Militair Niels: "22 maart haalde het beste in mijn jongens naar boven"

    2016 was een jaar als geen ander. Dat zag u al in ons Jaaroverzicht op Eén, waarin Wim De Vilder en Goedele Wachters gingen praten met mensen voor wie het afgelopen jaar een keerpunt was. Een aantal van die verhalen krijgt hier extra aandacht. Vandaag is dat eerste luitenant Niels. Oftewel: de man die de leiding had op Brussels Airport, vlak na dat ene bewuste moment in maart.

    22 maart, iets voor 8 uur ‘s ochtends. Eerste luitenant Niels * ligt net als zijn ploeg militairen te slapen op de luchthaven van Zaventem. Zij hadden net 24 uur gepatrouilleerd en waren twee uur eerder afgelost door een ander team. Het was de normale gang van zaken, tot die bewuste ochtend. Het team werd wakker door een luide knal.

    “Ik dacht dat er een ongeluk was gebeurd op de parking. Dat een bus tegen onze container (waarin de militairen sliepen, nvdr.) was gereden. Ik was mij heel rustig aan het klaarmaken om een kijkje te gaan nemen”, zegt Niels. Vrij snel volgde een tweede knal. “Op dat moment had ik door dat er iets aan de hand was. Iedereen werd meteen geactiveerd.”

    Het team bleef nog even ter plaatse. “We waren volledig blind, we wisten niet wat er aan de hand was. De eerste informatie van de politie en van onze eigen mensen sprak over ontploffingen en veel slachtoffers, maar meer konden zij nog niet zeggen. Ik stuurde daarop zelf een team binnen. Dat bevestigde vrij snel dat het hier om een aanslag ging.”

    Even later beslist Niels om met het hele team de container te verlaten en het gebouw binnen te gaan. Vier militairen bleven achter om de parking te beveiligen en rugdekking te geven. “Pas toen ik binnenkwam, drong het door. Het was een oorlogssituatie. Overal lagen er plassen bloed, afgehakte handen, benen, voeten. Je zou denken dat er heel wat paniek was, maar eigenlijk was er een panische angst. Er heerste een doodse stilte.”

    “De militairen die aanwezig waren op het moment van de aanslag zijn eigenlijk vrij snel begonnen met het toedienen van de eerste zorg aan de slachtoffers. Hen heb ik laten doen”, zegt Niels. Het team waarmee hij naar binnen is gegaan, focuste zich vooral op “het zoeken naar mogelijke vijanden”.

    De militair ging in het midden van de eerste explosie staan. “Van daaruit had ik een overzicht. Wij hadden namelijk het bericht gekregen dat er schutters aanwezig waren. Mijn jongens stonden klaar met de vinger aan de trekker. Bij de minste dreiging waren wij bereid om te vechten. Na een tiental minuten werd duidelijk dat er geen extra dreiging was.”

    Hoewel Niels nog maar 27 jaar is, had hij de leiding over alles wat op Brussels Airport gebeurde. “Dat is mijn job”, zegt hij. “Ik ben vrij rustig gebleven en heb eigenlijk geen enkele emotie getoond. Natuurlijk was ik wel kwaad, vooral op de mensen die hier stonden te filmen met hun gsm.”

    Na 14 uur - rond 22 uur ‘s avonds - werd de ploeg van Niels afgelost. “Heel wat van mijn soldaten waren kwaad, omdat ze zo het gevoel kregen dat ze hun job niet goed zouden hebben gedaan.” De vrees was onterecht, want eens in de kazerne werden ze ontvangen als helden. “Iedereen keek ons vol ontzag aan. We begrepen niet goed wat er aan de hand was.”

    Wanneer de eerste luitenant nu terugkijkt op de bewuste dag, is hij fier op de prestaties van zijn soldaten. “Die dag heeft het beste in mijn jongens naar boven gehaald. Er is niemand die kan zeggen dat we het niet goed hebben gedaan.”

    De dag na de feiten ging het team van Niels nog niet aan de slag. Ze zaten samen om alles te laten bezinken. “Veel soldaten hebben pas hun klop gekregen toen ze de beelden op televisie zagen. Op het moment zelf zaten we in een tunnel. Het dringt pas veel later door.”

    “Twee dagen na de aanslagen zijn we wel weer beginnen werken. In het begin was ik daar vrij kritisch over, maar achteraf bekeken was dat zeer goed. Als je van je paard valt, kruip je daar onmiddellijk weer op. Het was belangrijk om samen te zijn en om het samen te verwerken.”

    De aanslagen van 22 maart hebben alleszins heel wat veranderd voor Niels. “Het is niet langer “als het zou gebeuren”, waar wel “het zal gebeuren, wees voorbereid”. Tijdens briefings werden vroeger de maatregelen bij een aanslag pro forma meegegeven. Nu doe je dat omdat je weet dat het kan gebeuren. Het is geen spel. Dat is het nooit geweest, maar de waarschijnlijkheid is erg gestegen.”

    “Het is verschrikkelijk wat hier is gebeurd, maar tegelijkertijd besef ik dat het op verschillende plaatsen in de wereld elke dag oorlog is”, besluit hij. “Ik heb nu één zo'n dag meegemaakt. Wat moet het niet zijn om jaren aan een stuk terreur en de bijhorende slachtoffers te zien? Voor veel mensen is het dagelijkse realiteit.”

    * op vraag van het leger brengen we de volledige naam van de eerste luitenant niet.