Meest recent

    Donkere materie-pionier, Vera Rubin, overleden

    De Amerikaanse astronome Vera Rubin is op 88-jarige leeftijd overleden. Ze was bekend voor haar werk rond sterrenstelsels en de snelheid waarmee sterren bewegen. Rubin was een pionier in het bestuderen van donkere materie, een onzichtbare materie in het heelal.

    Carnegie Institution of Washington

    Vera Rubin onderzocht sterrenstelsels en vond dat die heel anders bewegen dan eerder voorspeld. De sterren aan de rand van het stelsel bewegen sneller dan wat de zichtbare materie kan verklaren. Ze dacht dat er een andere, onzichtbare materie een invloed had op de rotatie van sterrenstelsels: donkere materie. Sindsdien is het een belangrijk begrip in de sterrenkunde.

    Gevierd, maar geen Nobelprijs

    Tijdens haar carrière bestudeerde Rubin meer dan 200 sterrenstelsels. Heel wat collega's van de wetenschapster vonden dat ze de Nobelprijs had moeten krijgen voor Natuurkunde, maar die kreeg ze nooit. Ze ontving wel heel wat andere belangrijke prijzen. Ze was ook de tweede vrouwelijke astronome die opgenomen werd in de Amerikaanse Nationale Academie voor Wetenschappen.

    Op zoek naar donkere materie

    Donkere materie is een hypothetisch soort materie in het universum, die niet zichtbaar is met optische middelen. Daarom wordt ze donkere materie genoemd. Men neemt aan dat de zichtbare materie slechts 4 à 5 procent uitmaakt van alles wat er is in het heelal. Donkere materie zou zo'n 22 tot 27 procent voor haar rekening nemen en donkere energie (een hypothetische vorm van energie) 68 tot 74 procent.

    Het bestaan van donkere materie (en energie) is nodig om de baanbewegingen van verre sterren en afgeplatte spiraalvormige sterrenstelsels die we waarnemen, te verklaren. De zichtbare materie in die sterrenstelsels heeft namelijk niet genoeg massa om de bewegingssnelheid van de sterrenstelsels in hun baan om het gemeenschappelijk zwaartepunt te verklaren. Om de bewegingssnelheid met de bestaande zwaartekrachttheorie en de relativiteitstheorie te verzoenen, veronderstellen astronomen dat er extra materie aanwezig is, die ze al decennia lang proberen waar te nemen. Zonder die materie zouden de sterrenstelsels niet rond het centrum blijven draaien maar wegvliegen uit hun baan.