Meest recent

    Wanhopig op zoek naar mama met een vijftal valiezen - Filip Keymeulen

    Straathoekwerker Filip Keymeulen vertelt deze week de verhalen van vijf mensen die hij op zijn pad in Brussel tegenkomt en die hij probeert te helpen. Vandaag: Agnes en Sophie, het verhaal van een atypische moeder en dochter.
    opinie
    Opinie

    Filip Keymeulen is straathoekwerker bij de Brusselse vzw Diogenes. De verhalen zijn zodanig aangepast dat de mensen niet herkenbaar zijn. De toestanden omschreven in deze teksten zijn dagelijkse kost in de straten van Brussel en alle andere grootsteden in Europa (en daarbuiten).

    Enkele jaren geleden, kort na de winter, kwam ik Sophie tegen. Ik dacht eerst dat ze een stagiaire was in De Fontein, een sanitair dagcentrum voor daklozen. Ik was er met één van mijn mensen voor de wekelijkse douche.

    Terwijl ik wachtte, wanneer meneer onder handen werd genomen door de verpleging, werd ik aangesproken door haar. Of ik haar moeder niet kende: Agnes. Haar mama zou net 50 zijn, verward, lange grijze haren, heel waarschijnlijk heel vuil en met als signe-distinctif: een vijftal valiezen.

    Sophie was op alle mogelijke deuren aan het kloppen, wanhopig op zoek naar haar mama. Zo was ze die dag ook in de Fontein beland. Ook ik moest haar teleurstellen, net zoals de collega’s van de Fontein. We kenden Agnes niet.

    "Het zal je maar overkomen dat je moeder begint rond te zwerven"

    Die ontmoeting is voorbijgegaan, maar is me toch ook bijgebleven. Het zal je maar overkomen, je moeder die begint rond te zwerven. Het is zodanig blijven hangen, dat toen ik in november, zoveel maanden later de telefoon opnam, direct de stem van Sophie herkende en wist dat zij het was die haar moeder zocht.

    Ze had net haar mama gevonden in metrostation Rogier. Ik kon me op dat moment vrijmaken en ging er naartoe. Daar, op een bank, zat een dame voor zich uit te staren. Lange grijze haren, extreem lange nagels, kleding die precies huid aan het worden was en rond haar, als een muur, niet vijf maar minstens zeven valiezen en caddies.

    Dochter weende, want moeder keek los door haar heen en leek haar niet te herkennen. Toen ik haar naam vroeg, antwoordde ze Agnes, maar ze was er duidelijk niet mee opgezet dat ik haar over haar muurtje van bagage had aangesproken. En nu volgde er iets moeilijk: weggaan en de situatie laten zoals ze was, vooral niet bruuskeren en haar wegjagen.

    Dat is niet zo eenvoudig als er familie bij is. Hun verwachtingen zijn heel moeilijk in te schatten en dus vul ik die zelf in met wat ik zou verwachten: "Haal mijn moeder van de straat en verzorg ze, specialist!" Gelukkig zijn de families die we tegenkomen in hun zoektocht naar verwanten, meestal meer dan redelijk.

    Het had op dat moment geen zin om de politie of een ambulance te bellen. We gaan koffie drinken en Sophie huilt uit. Ik beloof dat ik haar moeder in de gaten zal blijven houden en nu ik weet wie ze is, ook actief op zoek zal gaan naar haar. Ik maak ook direct een afspraak met Sophie zodat ik haar zeker nog eens terugzie.

    "Ik ben bijna euforisch: ze wil handschoenen!"

    Door gelukkig toeval kom ik mevrouw tegen in metro IJzer, ze zou daar bijna al haar avonden doorbrengen. Geïntrigeerd door haar situatie, ga ik die winter wekelijk langs tijdens mijn avondronde. Soms slaapt ze, soms zit ze voor zich uit te staren.

    Elke keer weer stap ik uit aan de overkant, bekijk haar, wandel rond tot aan de plaats waar ze zit (tegen een drankautomaat met de bagage rond zich uitgestald). Ik zet me naast haar en meestal kijkt ze dan op.

    Ik ben in het begin jammer genoeg voorgesteld als sociaal assistent en dat zal ik voor haar dan ook blijven en dus speel ik die rol: Hoe voelt u zich? Niets nodig? Papieren in orde? En toch wat uitglijders: sigaret? Iets van de drankautomaat? Pintje? Altijd nee en altijd na vijf à tien minuten geeft mevrouw me de indruk: "verdwijn aub" en dan verdwijn ik.

    Na drie maanden wilde ze, en ik ben er nog altijd van overtuigd dat het was om eens geen nee tegen mij te zeggen, een paar handschoenen, einde winter en toch was ik bijna euforisch. Ik heb dat dan ook heel trots aan haar dochter laten weten: jouw moeder wil iets! Ik moet op dat moment echt idioot zijn overgekomen.

    Een keer ben ik ook te lang blijven zitten, signalen van "ga-als-je-blieft-weg tot rot-op!" niet gelezen en plots staat ze op, wringt zich tussen haar bagage en springt de metro in, deuren dicht en weg.

    De dochter breng ik in contact met het SMES-b (Santé Mental et Exclussion Social, een multidisciplinair team, gespecialiseerd in het werken met mensen met mentale problemen en sociale uitsluiting) met wie we pistes verkennen. Veel pistes zijn er niet: mevrouw voldoet niet aan de criteria voor een observatieplaatsing. Ze is technisch gezien geen gevaar voor zichzelf of een ander, en mevrouw heeft het recht hulp te weigeren.

    Dit is een pijnlijke vaststelling waarmee de dochter al heel vaak is geconfronteerd. Zo had ze als prille twintiger zelf een observatieplaatsing willen organiseren. Psychiaters hebben toen heel negatief gereageerd op haar en hebben haar in de verdere procedure, die slecht is afgelopen, niet betrokken.

    Er bleek ook geen vrederechter bereid om te helpen, omdat er al lange tijd geen adres was en men niet wist in welk kanton mevrouw verbleef. Bij de politie kreeg ze te horen dat zolang ze niet eens van de trap valt of mensen lastigvalt, de politie niets kan ondernemen. Je zult het als jonge twintiger maar moeten aanhoren over je eigen moeder.

    "Spelen met goestingskes en kleine dromen"

    Maar wat kunnen wij vanuit Diogenes dan wel doen? Naar Agnes toe: aanmodderen, het is te zeggen haar blijven ontmoeten en proberen iets los te krijgen, spelen met goestingskes, kleine dromen….

    Naar de dochter toe? Voort contact onderhouden met het SMES en haar uitnodigen contact op te nemen met Similes (organisatie voor familieleden van psychiatrische patiënten). Psycho-educatie en ondersteuning door mensen die hetzelfde meemaken, lijkt me altijd belangrijk.

    Maar het is telkens moeilijk om dit als piste aan verwanten verkocht te krijgen. Het is bijna of je een probleem bij hen legt. Mensen vragen meestal geen hulp voor zichzelf, maar voor hun familielid dat op straat zit.

    Een lente, zomer en herfst gaan voorbij. Ik zie Agnes wekelijks. Soms worden er woorden gewisseld, veelal niet. Korte ontmoetingen van nog geen kwartier.

    Als je iets niet kunt bewegen, als je niet iets kunt regelen, als er geen vraag is, in tegendeel, als alles wat naar sociaal démarche ruikt het effect geeft dat de andere zijn hakken in het zand zet, dan blijft er eigenlijk niets anders over dan zonder agenda, zonder doelstelling, die persoon te blijven ontmoeten. Hier stoppen veel andere diensten, en gaan wij door.

    Wanneer een situatie uitzichtloos lijkt, moet er eigenlijk net juist iemand in de buurt blijven. Sophie begint te wenen in nabijheid van haar mama en zit, begrijpelijk, ook met een zekere kwaadheid naar haar. Ze kan het niet aan om haar zo te zien. Ze wil praten met haar mama, ze wil een uitleg.

    Maar de ziekte van haar mama staat dat in de weg. Sophie's geduld is op. Ik blijf Agnes zien. Al was het maar om te waken dat ze niet achteruitgaat, en als het dan toch zo is, om op tijd te kunnen ingrijpen. Donderdagavond stond ze altijd geprogrammeerd in mijn ronde.

    ""Onopgemerkt dwaalt ze door de gangen van de winteropvang"

    Eind december verdwijnt Agnes. Niet meer in IJzer ’s avonds, niet meer in Rogier overdag. Wij ongerust, dochter ongerust... Politie? Ziet dochter niet zitten en ik wist ook niet goed of dat wel een goede piste zou zijn.

    We vragen aan de collega’s van andere diensten om mee uit te kijken en me te verwittigen. Begin januari kom ik haar stomweg tegen in de gangen van de winteropvang. Daar is ze bekend onder de naam Diana.

    Hoe ze daar binnen is geraakt, blijft nog altijd een raadsel, hoe ze de moed had gevonden om binnen te gaan nog meer. Mevrouw houdt niet van sociale contacten en in een gebouw van de winteropvang zitten al snel meer dan 200 mensen.

    Stilletjes, bijna onopgemerkt, dwaalde ze daar door de gangen, er zeker op lettend niemand tot last te zijn. Met haar profiel (diagnose van eerdere opnames en als dusdanig erkend door het SMES-b: onbehandelde schizofrenie) wist ik niet goed waarheen. Zijzelf ziet psychiatrie niet zitten, wil ook geen stappen zetten in administratie. Bewindvoerder en vrederechter leek me nog te vroeg en te indringend op dat moment. Zo gaat er een winter voorbij, zonder een oplossing voor later.

    Maar dat was buiten Agnes gerekend. Weeral verdwijnt ze, maart 2016, voor enkele weken, tot ik gebeld word door een onthaaltehuis voor vrouwen, of ik Agnes kende. Weeral, we weten niet hoe, heeft mevrouw plots toch de weg gevonden naar iets reguliers. We brengen haar en het onthaaltehuis in contact met de psychiater van het SMES-b. Het heeft een tijdje geduurd, een seizoen of twee, tot ze toch medicatie wou proberen.

    Vanaf het moment dat de mensen die we volgen in contact komen met andere diensten (huisarts, ziekenhuis, etc.), dan breidt onze rol uit. Dan zorgen we ervoor dat de rode draad van het parcours van de persoon duidelijk wordt, dat de verschillende hulpverleningsinstanties elkaar kennen.

    Dat bevordert niet alleen een samenwerking en maakt het werk niet alleen efficiënter, maar dat maakt ook dat we allemaal dezelfde richting uitgaan met meneer of mevrouw. Een coherent verhaal.

    Mevrouw communiceert duidelijk beter. Ze wordt wel nog als vreemd aanzien door andere bewoners, maar ze kan zich uitdrukken. Ze wenst nog niet te communiceren met haar dochter.

    Sophie zelf, die heeft even afgehaakt en is nu vooral met haar eigen verhaal bezig. De laatste jaren waren slopend en ze doet nu gelukkig aan zelfzorg.

    Agnes veroorzaakt geen problemen in het onthaaltehuis, alleen verblijft ze er al veel langer dan de gestelde termijn. Ze stelt ook geen vragen en jammer genoeg geeft dat problemen bij de evolutieverslaggeving die de sociaal assistent elke drie maanden moet opstellen.

    Dat in gedachten speel ik met Agnes met toekomstbeelden. Agnes: Een home? Een hobby? Een huisdier? Een huis? Een woonst? Hoe betalen? "Na nieuwejaar Filip, in 2017." Eind januari heb ik met Agnes afgesproken om samen naar Huis-Van-Vrede (Begeleid Wonen voor thuislozen in Brussel) te gaan en te spreken over woonbegeleiding. We schrijven voort....

    Boodschap van vzw Diogenes

    Diogenes is een Brusselse vzw die aan straathoekwerk doet. Straathoekwerk is een heel eigen manier van werken. Dat is uit je kot komen, op het terrein in contact gaan met mensen om uiteindelijk concrete dingen aan hun situatie te veranderen. De mensen voor wie we dit werk doen, zijn straatbewoners of mensen die de publieke en semipublieke ruimte als privéruimte gebruiken, en dan nog vaak op een voor hen of voor anderen problematische manier.

    Diogenes-vzw, Ninoofseplein 10, 1000 Brussel, 02/502.19.35, https://www.facebook.com/diogenesbxl, asbldiogenesvzw@hotmail.com, http://diogenes.wikeo.be/