Meest recent

    Opvang slachtoffers en medewerkers van 22 maart tot nu

    Op 22 maart kwamen niet alleen massaal veel medische hulpverleners naar Brussels Airport, de luchthaven heeft de dag zelf verschillende psychologen laten komen om hun medewerkers en slachtoffers op te vangen. De start van een psychologische hulpverlening die tot op de dag van vandaag nog bestaat. Want ongeacht of iemand op de luchthaven aanwezig was op 22 maart, die dag maakte een impressie op elk van de 20.000 werknemers op de luchthaven. Het is belangrijk een oog te hebben voor wie dat moeilijk verwerkt krijgt en naar hen te luisteren. Dat zegt Marc Hoppenbrouwers, diensthoofd Health & Safety van Brussels Airport Company.

    “22 en 3 zijn geen gewone nummers meer. In combinatie is het een datum die nooit meer uit mijn geheugen zal gaan. Veel personeelsleden, ook niet-medisch personeel, gingen spontaan helpen met het evacueren van slachtoffers en het toedienen van de eerste zorgen. Anderen waren in paniek en wilden weg, liefst naar huis. In vaktermen noemen ze dat 'coping', het invullen van het moment zoals je het zelf ervaart.”

    “Omgekeerd had je mensen die nog thuis waren en koste wat het kost naar de luchthaven willen komen om te helpen. Enkel hulpverleners en mensen met een bepaalde functie binnen het crisismanagement werden nog op de luchthaven binnengelaten. Dat mensen niet mochten komen, was voor sommigen ook moeilijk”, zegt Hoppenbrouwers.

    “Ongeacht of werknemers aanwezig waren op de plaats van de aanslag, in de omgeving van de luchthaven of thuis heeft deze aanslag een grote indruk nagelaten. Elk individu verwerkt de impressies op zijn eigen manier. De ene verwerkt het voor zichzelf, terwijl iemand anders wel ondersteuning kon gebruiken bij de verwerking van de ervaring.”

    Psychologen gingen op dag 1 aan de slag

    “De dag van de aanslag heeft de directie van Brussels Airport Company meteen beslist om een groot psychologisch opvangnet voor alle medewerkers van de luchthavengemeenschap op te zetten. Iedereen besefte dat de psychologische schade omvangrijk zou zijn en dat het onze plicht was mensen daarbij te helpen. De dag zelf nog zijn vijf psychologen gestart met collectieve praatsessies en individuele gesprekken. Daarnaast werd een 0800-nummer actief waarnaar werknemers konden bellen om te praten met een psycholoog.”

    “In de dagen en weken na de aanslagen was één van de grootste teams van psychologen bezig met de opvang van slachtoffers, nabestaanden, werknemers en hulpverleners. Een immens team dat zeer belangrijk werk verrichte. Opgeleid en ervaren. Psychologen van het Rode Kruis, de federale politie, slachtofferhulp maar ook psychologen die de praktijk sloten om de noodzakelijke hulp te bieden”, aldus Hoppenbrouwers.

    Time – Tears - Talk

    “De eerste psychologische opvang van mensen die met een trauma geconfronteerd worden, is cruciaal en moet zo snel mogelijk gebeuren. We hebben daar procedures voor, op de luchthaven moet je op alles voorbereid zijn en dankzij deze procedures konden we ook snel reageren en ook een gerichte opvolging organiseren. Want een rouwproces is een individueel gegeven. Er zijn drie belangrijke factoren bij de verwerking. Time - Tears - Talk.”

    “We kennen allemaal het gezegde “Tijd heelt alle wonden”. Dat is ook zo. Een wonde kan natuurlijk altijd een litteken achterlaten, iets wat ons doet herinneren aan de aanslag en dat lang na de heling ook nog verdriet of kwaadheid kan veroorzaken. En die emoties moeten er zijn, ze tonen is niet erg. Emoties omzetten in energie kan ook bevrijdend zijn. Sporten, schrijven of schilderen. Alles waar je even tot jezelf kan komen, kan helpen bij het rouwproces.”

    “En praten natuurlijk ook. Je gevoelens bespreken met je partner, een vriend of in een diep gesprek gaan met een psycholoog. Of met een collega die hetzelfde heeft meegemaakt. We zien dat heel wat collega’s steun hebben gevonden bij elkaar. De groepsessies van teams en de individuele gesprekken tussen collega’s hebben veel bijgedragen aan de verwerking van alle emoties en gedachten. Het heeft collega’s ook dichter bij elkaar gebracht, een hechtere band gesmeed.”

    “Het was mooi om te zien hoe de passie voor de luchthaven, de veerkracht van de groep en de verbondenheid onder collega’s helend waren voor de verwerking van dit trauma en de heropbouw van de luchthaven.”

    Persoonlijke begeleiding van slachtoffers die op reis vertrokken

    “Naast onze werknemers hebben we in samenwerking met alle betrokken diensten bij de federale politie, de dienst slachtofferbejegening, het Rode Kruis etc. psychologische opvang opgestart voor de slachtoffers en hun nabestaanden. Voor de vertrekhal is opengesteld, heeft iedereen die aanwezig was op de luchthaven op 22 maart de kans gekregen om de vertrekhal opnieuw te bezoeken. Een collectief moment van verwerking”, aldus nog Hoppenbrouwers.

    “Dat was een enorme logistieke oefening, niet alleen omdat de luchthaven een zwaar bewaakte zone was. We wilden ook de privacy bewaren van de mensen die naar de luchthaven kwamen. En dus vonden we het noodzakelijk om hen op dat moment af te schermen voor de pers.”

    “Samen voor de allereerste keer weer terug naar de vertrekhal wandelen, was een eerste belangrijke en ook zeer emotionele stap in het verwerkingsproces. We wisten dat mensen die aanwezig waren op het moment van de aanslagen, het ook moeilijk konden krijgen om opnieuw op reis te vertrekken op Brussels Airport en naar de luchthaven te komen. Wanneer we wisten dat dit zo was, boden we aan om hen persoonlijk te laten begeleiden door een psycholoog de eerste keer dat ze bij ons weer op reis vertrokken. Ik ben zelf ook een paar keer meegegaan met slachtoffers. Net zoals bij het personeel zie je daar hetzelfde verwerkingsproces dat aan de gang is.”

    “We hebben er alles aan gedaan om de juiste hulp aan te bieden, aan onze mensen en aan de slachtoffers. We hebben onze mensen de ruimte gegeven om te praten en slachtoffers om hun verdriet en eventuele angsten te overwinnen. Collectief en individueel. Tot op vandaag is die ruimte aanwezig en dat zal altijd zo zijn.”