Meest recent

    Handjevol mensen rond de kist van Irene - Filip Keymeulen

    Straathoekwerker Filip Keymeulen vertelt deze week de verhalen van vijf mensen die hij op zijn pad in Brussel tegenkomt en die hij probeert te helpen. Vandaag: Irene die op de luchthaven van Zaventem woonde en aan kanker is overleden in een rusthuis.
    opinie
    Opinie

    Filip Keymeulen is straathoekwerker bij de Brusselse vzw Diogenes. De verhalen zijn zodanig aangepast dat de mensen niet herkenbaar zijn. De toestanden omschreven in deze teksten zijn dagelijkse kost in de straten van Brussel en alle andere grootsteden in Europa (en daarbuiten).

    Herfst 2015. We werden gecontacteerd door Kristien en Leen van het CAW van Tervuren. Ze hadden via via vernomen dat er een mevrouw, een zekere Irene, letterlijk vastzat op de luchthaven, de toestand van mevrouw zou erbarmelijk zijn.

    Kristien en Leen zouden al een aantal keer zijn langsgeweest en maakten zich grote zorgen. Ze hadden schrik dat ze zich zo ver liet gaan, dat haar gezondheid en leven in gevaar was.

    We hadden het over de procedure om iemand in observatie te stellen, we spraken over het al dan niet inschakelen van de politie, misschien eens een dokter meenemen tot bij mevrouw. We spreken ook af dat we haar samen gaan bezoeken, die week nog.

    Meestal komen we de mensen spontaan tegen in de straten van Brussel, soms worden ze ons voorgesteld door andere straatbewoners, maar vaak zijn het ook burgers die ons contacteren met een bezorgdheid. Dat kan, zoals in het geval van Agnes, een familielid zijn, maar soms ook gewoon mensen die zich zorgen maken over iemand die dakloos is in hun straat.

    We gaan altijd graag in op zulke vragen. Het gebeurt, zoals in de situatie van Irene, ook al wel eens dat andere diensten ons bellen wanneer ze geconfronteerd worden met een dakloze persoon en ons om raad komen vragen. Meestal sturen we hen met hun vragen dan door naar het Smes-b (Santé Mental et Exclusion Soical) waar ze dan door een multidisciplinair team verder worden geholpen. Veelal gaan we toch ook eens poolshoogte nemen van de situatie die ons wordt voorgesteld.

    De luchthaven, voor 22 maart, had een uitgestrekte vertrek- en aankomsthal. Heel veel verschillende ruimtes, toegankelijk voor het publiek. Een perfecte plek om als dakloze een rustige nacht door te brengen. De week voor de aanslagen ben ik samen met een collega op een avond nog langsgeweest en toen telden we 39 mensen van wie we zeker waren dat ze als dakloze daar gingen overnachten.

    Bij twijfel of het al dan niet reizigers waren, hebben we ze niet geteld. Tijdens de aanslagen zelf is er zeker één iemand van ons publiek in de luchthaven overleden, anderen waren gewond.

    Haar huid was grijsachtig, dof en schilferig

    Mevrouw zat echt in een uithoek, halverwege de trap naar het oude treinstation van de luchthaven. Voor zich uit starend, maar toch blij dat we haar aanspraken. Haar ogen lachten, haar mond was wat minder duidelijk. We zetten ons bij haar. Mevrouw was heel vuil en rook. Ze krabde zich, haar huid was grijsachtig, dof, schilferig, haar haar vormde één dread.

    Mevrouw praatte niet, maar knikte van ja en schudde van nee als we haar iets vroegen. "Nederlands?", "Woon je hier?", "Al lang?" Drie keer een duidelijke ja. "Ben je van hier?", nee. We probeerden haar te doen praten. "Vanwaar ben je?" We verstonden moeilijk "Limburg". We herhaalden Limburg en ze knikte enthousiast. Ik zei dat mijn lief ook van Limburg is, duim gaat omhoog. Hoe men met weinig woorden een contact kan maken.

    "Ben je hier graag?", mevrouw begint te wenen. "Wil je hier weg?", een duidelijke ja. Zelf leek mevrouw de mogelijkheden niet te hebben om daar te vertrekken. Bij doorvragen, bleek dat ze al sinds ze in de luchthaven zat, toch al enkele maanden tot één jaar, geen uitkering had. Ze had slechts een kopietje van een identiteitskaart. Mevrouw had zelf geen contact opgenomen met het OCMW en zou dat ook niet uit zichzelf doen. Hulpeloosheid wordt op zulke momenten geherdefinieerd.

    We overlegden waar ze bij zat en probeerden haar bij enkele voorstellen te betrekken. Of ze mee wou naar het OCMW? Of ze een dokter wou zien? Heel duidelijk stemde ze hiermee in. Geen weerstand. Dat is eens wat anders. Of ze eventueel naar een rusthuis wou. Weeral knikte ze instemmend.

    Nu moesten we echt oppassen dat we niets voorstelden dat we niet konden waarmaken. Voordat men een rusthuis in kan, moet er normaal gezien toch heel wat worden geregeld. Onvoorspelbaar hoelang het duurt om alles rond te krijgen. We spraken af dat we een auto gingen regelen en dat we enkele bezoeken zouden doen. Mevrouw leek ons enthousiast.

    De dagen die volgden, organiseerden we ons, contacteerden we een huisarts in Zaventem, namen we contact op met het OCMW. Ik was die week ook in het rusthuis Arcus en ik sprak over mevrouw. Ik beschreef haar als 62 jaar, vereenzaamd, problemen met hygiëne. Misschien dat er iets psychiatrisch was, maar niet zeker. Medisch, ik vreesde dat mevrouw schurft had, vandaar het krabben, van alles aan de hand, maar weeral, ik was van niets echt zeker. We mochten met mevrouw eens langskomen op kennismaking.

    Netwerken met andere diensten, rusthuizen, ziekenhuizen,… Niet alleen om zelf een heel werkbaar netwerk te hebben, maar ook om te duiden waar onze doelgroep het moeilijk mee heeft. Dat is heel belangrijk om diensten te helpen drempelverlagend te zijn. Zo kunnen er misschien mensen terecht van onze doelgroep zonder onze hulp.

    We vernemen ook graag welke problemen de diensten zelf ervaren met ons doelpubliek zodat we daar met een doorverwijzing rekening mee kunnen houden en samen met hen naar oplossingen kunnen zoeken.

    Ik ging die week nog eens langs bij Irene om ons gesprek te herhalen. Ze kende me nog, nam graag enkele sigaretten aan, een frisdrank met een rietje. Ze leek oprecht tevreden als ik haar zei dat we een auto hadden en dat we op uitstap gingen. Ik maakte me zorgen over haar mond en haar algemene toestand.

    Ontvangst in het rusthuis was hartelijk

    We mochten langsgaan bij een dokter in de buurt van de luchthaven en het rusthuis had een moment voorzien voor een kennismaking. We zetten haar spullen achter een hoek, en wandelden heel traag naar de auto. Mevrouw was er duidelijk slecht aan toe. De dokter was duidelijk. We moeten naar het ziekenhuis. De vervormingen van haar mond en tong baarde de dokter zorgen. We deelden die bezorgdheid.

    Alhoewel Irene niet echt warm werd van het idee, stemde ze hier toch mee in. We spraken af dat we na het rusthuis langs spoed zouden passeren. We beschikken niet alle dagen over een wagen.

    Het ontvangst in het rusthuis was hartelijk. Het personeel was geschrokken van de toestand van Irene. We kregen een verkorte rondleiding en we kregen te eten. Irene had honger, maar had echt problemen met vast voedsel. Ze zag een verblijf daar zitten. De sociaal assistente was echt geraakt door het verhaal van mevrouw en riep er uiteindelijk haar directeur bij.

    Er zou een kamer vrij zijn op een minder aangepaste afdeling voor mevrouw, maar dan zou ze toch al over een bed kunnen beschikken en zou ze direct kunnen worden verzorgd. De sociaal assistente van het rusthuis nam alle taken op zich om mevrouw intussen in regel te krijgen. Soms mag het eens meezitten. Dit had ik niet verwacht, maar ik was er niet minder tevreden over.

    Respect voor de wensen van de mensen

    Ik bezocht Irene als ik in het rusthuis was voor andere gasten. Kristien en Leen volgden de zaak van veel korter op. Ze leek het daar best naar haar zin te hebben. Ze was bedlegerig en doodde de tijd met televisiekijken en tekenen. Snel na haar opname in het rusthuis viel het verdict waarvoor we allemaal hadden gevreesd: de vervormingen aan de mond en tong, was een vergevorderde kanker.

    Mevrouw wou geen echte behandeling meer. Er zou ook weinig aan te doen zijn geweest. De operatie zou heel zwaar zijn en er waren al uitzaaiingen vastgesteld. Mevrouw verkoos voor pijnbestrijding tot haar lichaam haar heeft laten gaan. Eind 2015.

    We hadden mevrouw gevraagd of er nog mensen waren die ze wou zien, wou informeren. Ze was daar nogal radicaal in. Niemand. Er is gesproken geweest over op welke manier afscheid nemen. Minimalistisch. Mevrouw leek ons op geen moment onredelijk of buiten zichzelf. Ze gaf ons geen enkele reden om te twijfelen aan de echtheid van haar wensen. We hebben die dan ook gerespecteerd.

    Wanneer er iemand sterft die gelinkt is aan de straat, dan schiet er een machinerie in gang. In Brussel zijn er heel wat werkers, organisaties, vrijwilligers, al dan niet zelf ooit dakloos, verenigd in het Collectief van de Straatdoden.

    Florence, een collega van Diogenes, is de voorzitter van dit collectief en organiseert de dagelijkse werking. Ze zorgt ervoor dat alle betrokken personen en diensten geïnformeerd zijn wanneer er een straatbewoner komt te overlijden, ze staat in voor de ondersteuning van diegene die een waardig afscheid organiseren en als er niemand initiatief neemt, wel, dan organiseert ze dat zelf.

    Altijd houden we rekening met de overleden persoon zijn overtuiging. Het collectief heeft contacten met vertegenwoordigers van de verschillende strekkingen en overtuigingen. Daarnaast ziet dit collectief erop toe dat de graven van deze mensen onderhouden worden, dat er jaarlijks een Hommage georganiseerd wordt ter ere van deze mensen en dat op 1 november andere straatbewoners de kans krijgen om de graven te bezoeken.

    Vroeger, voordat het collectief bestond, dan stierven straatbewoners niet, dan verdwenen ze. We zijn van mening dat een waardig afscheid belangrijk is. We zijn beschaafd of we zijn het niet.

    Zo heeft Florence ons ook ondersteund bij het afscheid van Irene. Samen met het CAW en het rusthuis hebben we nagedacht over muziek, een moment gezocht. Een afscheidskapel bij een begrafenisondernemer. De mensen van het CAW, enkele mensen die haar gekend hebben in de luchthaven en ik als aanwezigen. “Redemption Song” klonk door de boxen. Een afscheidstekst:

    Kent er iemand het verhaal van het Gouden Ei ? Dat is de titel van een roman van Tim Krabbé, een thriller. Maar dat is op zich niet zo belangrijk. In dat verhaal vertelt iemand haar droom, een steeds terugkerende nachtmerrie. Voor haar dan toch.

    Ze zou in een gouden ei opgesloten zitten en door de ruimte zweven, gedoemd om te blijven zweven, oneindig, langer dan levenslang. Met enige kans tot ontsnappen, botsen met een ander gouden ei. Bij het lezen dacht ik al, allemaal goed en wel, als het ei maar comfortabel is. Maar wat als het ei niet comfortabel is?

    Waarom vertel ik dat? Irene was voor mij in space. Losgetrokken van elke aantrekkingskracht of binding dat er hier op aarde was. Ze snaarde in haar gouden ei met onooglijke snelheid naar weg. Zo snel dat we haar niet zagen bewegen. Haar gouden ei was niet aangenaam noch comfortabel. Het was minder dan rudimentair. Al leek ze van de eenzaamheid te genieten, ze vond haar toestand toch ook maar niets.

    En dan gebeurde wat ze niet verwachtte, haar ei botste, en of ze dat nu op dat moment wou of niet, ze maakte kennis met Kristien en Leen van het CAW, die zich vragen stelden. Samen hebben we een andere weg voor mevrouw gevonden. Niet minder eenzaam, maar met meer comfort.

    Je leek daar blij mee te zijn. Je gouden ei kreeg een bed, sanitair, eten met koffie en niet onbelangrijk, een tv. Je hield je in je gouden ei bezig met tv-kijken, tekenen en plakken. Medisch ingrijpen om je verblijf langer op het aardse te rekken, wees je vriendelijk af, pijn zei je niet te lijden.

    Je gleed af en nam afscheid van je comfortabele gouden ei. Richting onbekende. We gaan nog een stukje met je mee, tot we niet verder meekunnen. Er zit niets anders op dan afscheid te nemen. Afscheid misschien van iemand die we niet echt gekend hebben, maar van welke ontmoeting we allemaal genoten hebben.

    Merci Irene!

    Dan sta je daar, op een kerkhof, een handjevol mensen rond een kist. Veelal stopt het verhaal hier, soms, krijgt het nog een vervolg. Het gebeurt dat je maanden later gecontacteerd wordt door naasten die je via via hebben weten te vinden. Zo kunnen we misschien toch wel enkel vragen beantwoorden waar die mensen anders mee blijven zitten.

    Ook dan houden we rekening met ons beroepsgeheim. Als mensen tot hun laatste adem bepaalde aspecten van hun zijn graag in de schaduw hielden, is het niet aan ons om dit dan met iemand te delen. Tijdens de volgende hommage zal haar naam worden genoemd en begin november zal haar graf worden bezocht.

    Boodschap van vzw Diogenes

    Diogenes is een Brusselse vzw die aan straathoekwerk doet. Straathoekwerk is een heel eigen manier van werken. Dat is uit je kot komen, op het terrein in contact gaan met mensen om uiteindelijk concrete dingen aan hun situatie te veranderen. De mensen voor wie we dit werk doen, zijn straatbewoners of mensen die de publieke en semipublieke ruimte als privéruimte gebruiken, en dan nog vaak op een voor hen of voor anderen problematische manier.

    Diogenes-vzw, Ninoofseplein 10, 1000 Brussel, 02/502.19.35, https://www.facebook.com/diogenesbxl, asbldiogenesvzw@hotmail.com, http://diogenes.wikeo.be/, http://straatdoden.brussels/