Meest recent

    Onschuldige Pakistaan die opgepakt werd na aanslag in Berlijn, vreest voor zijn leven

    De Pakistaanse man die door de Duitse politie opgepakt werd na de aanslag in Berlijn, en die later vrijgelaten werd omdat hij niets met de aanslag te maken had, vreest voor zijn leven. Hij heeft zijn verhaal gedaan in The Guardian, omdat hij hoopt dat hij en zijn familie in Pakistan op die manier veiliger zullen zijn.

    Baloch is afkomstig uit Beloetsjistan, de armste provincie van Pakistan.

    De 24-jarige Pakistaan Naveed Baloch had op de avond van 19 december net het huis van een vriend verlaten, en was een straat in het centrum van Berlijn aan het oversteken, toen hij zag dat er een auto op hem afkwam. Hij liep dus wat sneller de straat over, en merkte toen dat het om een politieauto ging. "Ik stopte toen ze teken naar me deden, en toonde hen al de identiteitspapieren die ik bij me had", zo zei hij in de Britse krant The Guardian. 

    De politieagenten lieten hem gaan, maar riepen hem onmiddellijk weer terug. Voor Baloch goed besefte wat er gebeurde, zat hij op de achterbank van de auto, die met zwaailichten en sirenes aan hoge snelheid door Berlijn reed. Zijn handen waren vastgebonden achter zijn rug, en later die nacht werd hij geblinddoekt en van het politiebureau naar een andere plaats gebracht, "zo'n 10 minuten verder". Hij herinnert zich dat twee agenten "de hakken van hun schoenen in zijn voeten boorden", en een van de mannen "drukte hard met zijn hand op mijn nek", zo zei hij.

    De agenten kleedden hem uit en namen foto's. "Toen ik me daartegen verzette, begonnen ze me te slaan." Vervolgens namen ze drie bloedstalen.

    Familie in Pakistan bedreigd

    Enkele uren na de bloedige aanslag in Berlijn, waarbij 12 mensen de dood vonden en 48 anderen gewond raakten, noemden de Duitse politie en minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maière "een 24-jarige Pakistaan, Naveed B.", als de hoofdverdachte.

    Baloch is nu ondergedoken, en voelt zich niet meer veilig in Duitsland, waarheen hij gevlucht was als lid van een seculiere afscheidingsbeweging in Beloetsjistan, een Pakistaanse provincie die vaak getroffen wordt door geweld van religieuze extremisten.

    Leden van zijn familie in Pakistan zijn gecontacteerd door de veiligheidsdiensten en ze krijgen dreigtelefoons sinds de naam en de foto van Najeed Baloch op grote schaal verspreid zijn. "Mijn familie en ik zijn het erover eens dat we veiliger zouden zijn als we ons verhaal vertelden, en hoe vroeger hoe beter", zo zei hij aan The Guardian.

    De Pakistaanse media meldden dat de Duitse autoriteiten een terrorist uit Beloetsjistan opgepakt hebben, en ze blijven dat herhalen. De nieuwsberichten vermelden ook vaak dat Baloch de reputatie van Pakistan in opspraak heeft gebracht, omdat de Duitse overheid hem identificeert als een Pakistaan en Beloetsjistan niet vermeldt. 

    Verkeerde tolk

    In de nacht dat Baloch gearresteerd werd, haalde de politie een tolk naar het bureau die wel Punjabi en Urdu sprak, maar geen Beloetsj, de moedertaal van Baloch, die wel een beetje Urdu begrijpt maar het nauwelijks spreekt.

    Baloch zei dat men hem vroeg of hij wist wat er gebeurd was in Berlijn die avond. "Ik zei dat ik het niet wist, en ze zegden me: 'Iemand heeft een voertuig genomen, is er mee ingereden op een menigte en heeft zo vele mensen gedood. En jij zat achter het stuur van die vrachtwagen, is het niet?'."

    "Ik antwoordde hen kalm dat ik helemaal niet kan rijden. Ik kan zelfs geen voertuig starten. Ik zei hen dat er dood en oorlog heerst in mijn land, dat ik daarom gevlucht ben om hulp te zoeken. Jullie in Duitsland geven ons eten, geneesmiddelen en veiligheid. Jullie zijn als mijn moeder. Als jullie ontdekken dat ik jullie land die dingen aangedaan heb, zou je me geen makkelijke dood moeten geven, maar zou je me traag in stukjes moeten snijden."

    Hij zei dat hij enkel kon veronderstellen dat ze zijn antwoorden verstonden, maar zeker kon hij daar niet van zijn want de communicatie verliep erg stroef. In de loop van de verdere ondervraging zei Baloch nog dat hij herder was van beroep, dat hij in februari van dit jaar vanuit Beloetsjistan was aangekomen in Duitsland, en dat hij een vrome moslim is die vijf keer dag bidt.

    In de loop van twee dagen en een nacht, zo zei Baloch, kreeg hij enkel thee en enkele beschuiten. "Maar ik kon niet eten. De beschuiten waren walgelijk, en de thee was koud." Hij sliep op een houten bed zonder matras, met zijn handen op zijn rug gebonden. 

    "Vrij om te gaan"

    De nacht van de aanslag had de politie al laten verstaan dat ze eraan twijfelden dat Baloch wel de man was die ze zochten, niet in het minst omdat hij absoluut geen verwondingen had en geen sporen van bloed vertoonde, ondanks het bloedige gevecht dat duidelijk plaatsgevonden had tussen de dader van de aanslag en de Poolse chauffeur van de gekaapte vrachtwagen. En na twee dagen zei de politie hem dan ook dat hij vrij was om te gaan. "Ze legden me uit dat ze redenen hadden om te denken dat ik een crimineel was, omdat ik over de straat rende toen ze me oppakten. Ik zei hen dat ik het begreep." 

    Na zijn vrijlating werd Baloch naar een hotel gebracht en de politie zei hem dat hij het hotel niet mocht verlaten zonder hen te verwittigen, niet omdat hij nog steeds verdacht werd, maar omdat zijn leven in gevaar zou kunnen zijn. En er werd hem op het hart gedrukt dat hij in geen enkel geval mocht terugkeren naar het vluchtelingencentrum in de verlaten luchthaven in het zuiden van Berlijn, waar hij tot dan toe verbleef. Speciale eenheden hadden een raid uitgevoerd in het vluchtelingencentrum, in een vergeefse zoektocht naar bewijzen die Baloch zouden kunnen linken aan de aanslag. En daardoor zou zijn leven er nu gevaar lopen, ofwel omdat Pakistanen hem zouden zien als landverrader, of omdat extreemrechtse Duitse extremisten hem toch als de dader zouden blijven beschouwen.

    En dus leeft Baloch nu ondergedoken, iets wat dan weer geleid heeft tot speculatie, zowel in Duitsland als in Pakistan, dat hij toch op een of andere manier bij de aanslag betrokken zou zijn. Daarnaast doen er ook geruchten de ronde dat hij iemand aangerand zou hebben, een beschuldiging die hij met klem ontkent.

    Intussen wacht Baloch, van wie de asielaanvraag in behandeling is, nog steeds op een tolk die zijn moedertaal spreekt. "Als ik de kans krijg, zal ik hen vertellen dat mijn leven bedreigd wordt in Pakistan, dat een aantal van mijn neven die lid waren van dezelfde politieke partij als ik, gedood zijn door de veiligheidsdiensten, die hen oppikten, vermoordden en hun lichamen dumpten. De meeste mensen met wie ik gewerkt heb, zijn opgepakt en gedood. Ik wist dat het slechts een kwestie van tijd zou zijn voor ze mij zouden komen halen. Dat is de reden waarom ik naar Duitsland ben gekomen."

    Afscheidingsbeweging

    Baloch zegt dat hij niet zo zeer bekommerd is voor zijn eigen veiligheid, maar vooral voor die van zijn familie - zijn ouders, vier broers en vijf zusters -, die boeren zijn in Beloetsjistan.

    "Voor de aanval waarvoor ik opgepakt werd, wist niemand in Beloetsjistan dat ik verdwenen was", zo zei hij. "Nu weet iedereen dat ik naar Duitsland gevlucht ben, omdat ik vreesde voor mijn leven, en dat ik hier asiel heb aangevraagd. Daardoor is mijn familie zeer kwetsbaar geworden en er is niets wat ik daaraan kan doen. Het is onmogelijk te zeggen wat ze mijn familie zouden kunnen aandoen." Baloch noemde daarbij de namen van drie politieke activisten uit zijn dorp die asiel hadden gezocht in Duitsland, maar die in mei teruggekeerd zijn omdat ze bang waren voor hun familie, die tijdens hun afwezigheid bedreigd waren.

    Baloch vluchtte naar Duitsland omdat hij bedreigd vanwege zijn politieke activiteiten voor de Baloch National Movement, een beweging die ijvert voor de afscheiding van Beloetsjistan van Pakistan.

    Beloetsjistan is de grootste provincie van Pakistan, heeft de meeste mineralen in de bodem maar is ook de armste provincie van het land. De provincie grenst aan Afghanistan en wordt geplaagd door een onafgebroken cyclus van geweld en onderontwikkeling sinds de verdeling van Pakistan en India in 1947. Soennietische terreurgroepen als de Taliban en IS voeren aanslagen uit op Beloetsjen, en ook de sjiitische Hazara's zijn vaak het doelwit.

    De Beloetsjen, die met zo'n 13 miljoen de meerderheid vormen in de provincie, vormen een unieke etno-linguistische groep die in de loop van de geschiedenis steeds gemarginaliseerd is geweest. Veel Beloetsjen willen onafhankelijkheid van Pakistan, terwijl Pakistan India er dan weer van beschuldigd het "terrorisme" en de afscheidingsbeweging in Beloetsjistan te steunen en aan te wakkeren.  

    Intussen is de enige troost die Baloch en zowat 10 andere Beloetsjen - asielzoekers uit Europa die naar Berlijn zijn gekomen om Baloch te steunen - hebben, dat het incident kan helpen om de benarde toestand van de Beloetsjen onder de aandacht te brengen, iets wat nu zelden gebeurt. "Intussen kan ik enkele hopen dat ze ooit zullen stoppen met mijn naam in verband te brengen met deze vreselijke aanslag", zei Baloch. "Gelukkig hebben ze nu de man gevonden die het gedaan heeft."