Meest recent

    Rudi verhuist met plastic zakje in een camionette - Filip Keymeulen

    Straathoekwerker Filip Keymeulen vertelt deze week de verhalen van vijf mensen die hij op zijn pad in Brussel tegenkomt en die hij probeert te helpen. Vandaag: Rudi, een zestiger met een studio die af en toe zijn leven op straat romantiseert.
    opinie
    Opinie

    Filip Keymeulen is straathoekwerker bij de Brusselse vzw Diogenes. De verhalen zijn zodanig aangepast dat de mensen niet herkenbaar zijn. De toestanden omschreven in deze teksten zijn dagelijkse kost in de straten van Brussel en alle andere grootsteden in Europa (en daarbuiten).

    Rudi is sinds 1998 bij Diogenes bekend. Rudi was vaak dakloos. Dan weer woonde hij in een kraakpand, afwisselend met enkele hospitalisaties en revalidaties, dan in een onthaaltehuis, dan weer de straat op. Te wild om zich heen slaand om ergens langere tijd te verblijven.

    Maar al die tijd zijn we als straathoekwerker van Diogenes in contact gebleven met hem. Meestal enkel dat, soms nog maar eens een OCMW in orde zetten, soms gingen we op stap voor nog maar eens een identiteitsbewijs. Uiteindelijk hebben we volgend parcours met meneer bewandeld.

    Rudi werd stilletjes aan ouder (begin 50, maar daar mag je zo op het zicht gerust 15 jaar bij doen). De alcohol versterkt dat proces zienderogen. De man heeft een hersenletsel. Maakt zich snel boos, heeft epilepsieaanvallen en wordt zo maar enkele keren per week met de ambulance afgevoerd. Hij vraagt zelf regelmatig naar zijn "Taxi-Jaune".

    Rudi werd maandelijks beroofd van zijn uitkering. Enthousiast als hij was, na alweer een maand niets, haalde hij telkens al zijn geld af, om dan de grote man te gaan uithangen aan het station. Een feestje dat telkens in mineur eindigde voor de Rudi.

    Samen met het inloopcentrum Chez Nous/Bij Ons hebben we zijn budget aangepakt. We lieten met zijn toestemming het geld daar storten en meneer mocht dagelijks twintig euro komen halen. Het heeft een tijdje geduurd voordat we hem hiervan hadden overtuigd, maar eens het liep, zag hij er meer dan de voordelen van in... Na enkele maanden hadden we hem een kamer gevonden boven een café.

    Alhoewel hij vanaf dan een woonst had, zat hij niet minder op straat. Men kon hem altijd terugvinden in de gangen van het Zuidstation. Soms met vrienden, meestal alleen. In het begin van de dag een graag geziene gast bij de commerçanten, enkele pinten later iets minder graag gezien.

    Een kat-en-muisspelletje met de lokale veiligheidsagenten maakte telkens een eind aan zijn verblijf in het Zuid en dat tot alles zich de volgende dag herhaalde. Veelal kwam er politie of een ambulance aan te pas… Epilepsie… Meneer zette wekelijks de spoed op stelten.

    Tot op een zeker moment het café de deuren sloot en de bovenbouw onbewoonbaar werd verklaard. Dat is nu een vijftal jaar geleden. Rudi was in paniek, niet terug de straat, niet op zijn leeftijd. Dat zag hij noch wij zitten. De woning was niet top, maar toch had meneer een plek om te gaan uitrusten. Dit hadden we georganiseerd in afwachting van iets beters, maar niet om terug de straat op te gaan.

    Rudi stond al een tijdje op de wachtlijst voor het project "Logement Solidair", een laagdrempelig samenlevingsproject van een collectief van diensten (Famihome, Logement Pour Tous, Pierre d’Angle en Diogenes).

    Hier wonen mensen, zonder tussenstap van een onthaaltehuis, zonder enige begeleidingsvoorwaarden, samen. Ze hebben gemeenschappelijk dat ze rechtstreeks van de straat komen. Het enige waar ze aan moeten voldoen, is beschikken over een inkomen waarvan een huur kan worden betaald. Gelukkig kon meneer daar snel terecht, zonder echt terug de straat op te moeten.

    Rudi wordt uitgebuit en is onhandelbaar

    Aangezien het buiten zijn bekende omgeving was, een ander OCMW, een andere dienst bevolking, vrij lang pendelen om tot het Zuid te geraken, was meneer in eerste instantie niet happig op het aanbod. We zijn meermaals met hem gaan kijken, alvorens het contract te ondertekenen.

    Tot drie maal toe had ik op zijn vraag een camionette geregeld om hem te helpen verhuizen. Derde keer goede keer… We rijden tot aan het café en Rudi haalt één plastic zakje buiten. Iemand is vooraan de vijftig en bezit niet meer dan één plastic zakje spullen. Maar, symbolisch gezien kan het tellen, als men verhuist, heeft men een camionette nodig. Rudi besefte dit en had tranen in de ogen. Geen grote mond om het te verstoppen. Ik was er zelf ook stil van. We roken samen een sigaret en dan start ik de wagen. We gaan verhuizen.

    Rudi aardt niet in de groep. Hij is eigenlijk mentaal heel zwak, maar camoufleert dat door een grote mond op te zetten door te dreigen. Ook hier wordt hij uitgebuit en is hij te onhandelbaar, te agressief zelfs, voor de opzet van deze woningen. Hier kan hij ook niet blijven.

    We vonden een woning via een sociaal verhuurkantoor Baîta en Huis Van Vrede zou de begeleiding opnemen. Intussen was het spaarpotje van Rudi serieus aangedikt en maakte hij zich toch wat zorgen over dat bedrag. We regelen hem, naast een studio, begeleiding en ook een bewindvoerder die vanaf dan de financiën gaat begeleiden. We installeerden een uitkering voor personen met een handicap, een huisarts en familiehulp.

    Mijn rol werd mettertijd herleid tot bezoeker, spook van zijn verleden die kwam preken als hij het weeral eens liet hangen en de straat begon te romantiseren. Om de zoveel maanden zetten we ons allemaal samen. Is wat we organiseren nog houdbaar? Is het te doen voor de werkers en blijft het humaan voor de Rudi? Wat zijn de volgende stappen de komende periode? Huis Van Vrede werd de motor van de zorg die georganiseerd werd.

    Meneer is intussen ook zwaar ziek geworden. Jarenlang drinken en roken… het is een vorm van roofbouw. Rudi heeft een darmkanker en moet een stoma dragen. Onze samenwerking wordt uitgebreid met een verpleger. Tot aan een winkel gaan, lukt niet meer, meneer kwam voor niets nog buiten.

    Er waren ook enkele straatbewoners die hun weg naar zijn woning hadden gevonden. En zij jagen de poetshulp en verpleging buiten. We zien dat ook dit systeem zijn grenzen kent. We zijn nu op zoek naar een rusthuis. We staan nu voor een dubbele opdracht. Enerzijds hem overtuigen dat de tijd er is om nog meer zorg te aanvaarden. Anderzijds, moeten we een rusthuis vinden dat bereid is om iemand jonger dan 60 jaar op te nemen. Geen sinécure.

    In 2007 ben ik voor Diogenes beginnen te werken en ik ken hem vanaf mijn eerste werkweek. In de tijdspanne van toen tot nu, heb ik periodes dat ik hem heel vaak zie en bezoek, zoals wanneer hij op straat was, maar ook bij al de overgangen. Daarnaast heb ik ook rustigere periodes meegemaakt, dan spring ik af en toe eens binnen.

    Ik heb de indruk dat meneer fysiek nog voort zal achteruitgaan en ik vrees dat hij niet lang meer zal leven. Toen ik Rudi leerde kennen, had ik de indruk dat men ofwel schrik had van hem, ofwel dat men hem herleide tot een clowneske figuur. De politie leek hem niet serieus te nemen, ambulanciers waren hem (terecht) moe, zijn geroep en getier werd in de sector Sans-Abri eigenlijk vooral met schouderophalen onthaald.

    Meneer werd volgens mij te vaak beschouwd als een grap die slecht zou eindigen, waar niets meer mee aan te vangen was. Het parcours dat we samen met hem en alle andere diensten hebben afgelegd, bewijst het tegendeel. Meneer heeft uiteindelijk 5 jaar in een huis gewoond en het verhaal stopt niet hier. Ik ook niet.

    Veel van de mensen die we tegenkomen en met wie we aan de slag gaan, geven dezelfde indruk: onmogelijk om iets mee op te bouwen. Men zegt vaak dat deze mensen niets anders willen. Maar niets is minder waar. Vaak kunnen ze het zich niet voorstellen dat het eventueel anders kan.

    Maar door die mensen te blijven zien, door de juiste vragen te stellen, door op verhaal te komen met hen, proberen we hen uit te dagen om voor zichzelf een andere toekomst voor te stellen. Vaak ontspint daar zich veelal een draadje waarmee we uiteindelijk aan de slag gaan.

    Het is op dat moment dat we rond ons beginnen te zoeken naar partners. Partners in de sector thuislozenzorg, maar vooral partners bij de buren: geestelijke gezondheidszorg, bejaardenhulp, jeugdbijstand… En voor je het weet, veranderen de perspectieven spectaculair. Dat is de fase waarin je mensen werkelijk zelfs fysiek ziet veranderen. Getuige hiervan zijn, is een privilege.

    Boodschap van vzw Diogenes

    Diogenes is een Brusselse vzw die aan straathoekwerk doet. Straathoekwerk is een heel eigen manier van werken. Dat is uit je kot komen, op het terrein in contact gaan met mensen om uiteindelijk concrete dingen aan hun situatie te veranderen. De mensen voor wie we dit werk doen, zijn straatbewoners of mensen die de publieke en semipublieke ruimte als privéruimte gebruiken, en dan nog vaak op een voor hen of voor anderen problematische manier.

    Diogenes-vzw, Ninoofseplein 10, 1000 Brussel, 02/502.19.35, https://www.facebook.com/diogenesbxl, asbldiogenesvzw@hotmail.com, http://diogenes.wikeo.be/