Meest recent

    Het einde van de Europese Unie? - Hendrik Vos

    Het gaat niet goed met de Europese Unie. De voorspellingen overtreffen elkaar in pessimisme en velen vrezen dat de integratie dicht bij haar ontmanteling staat. Nog even en de oude natiestaten nemen de politiek weer over. Of is het toch ingewikkelder?
    opinie
    Opinie

    Hendrik Vos en Rob Heirbaut schrijven om de twee weken beurtelings een opinietekst, respectievelijk analysetekst, over Europese politiek. Vos is hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij directeur is van het Centrum voor EU-studies. Heirbaut is VRT-journalist, gespecialiseerd in de EU.

    Alarmtoestand

    De Britten beslisten in 2016 om uit de Unie te stappen, de Nederlanders stemden tijdens een referendum tegen een Europees akkoord met Oekraïne en de Hongaren verwierpen het spreidingsplan voor vluchtelingen. Elk referendum steekt stokken in de Europese wielen. Als het aan de Europeanen zelf ligt, moet er niet veel Unie meer overblijven.

    Politici met een uitgesproken anti-Europees profiel, doen het goed in de peilingen. Als in 2017 Geert Wilders in de Nederlandse regering stapt, als Marine Le Pen zomaar president wordt in Frankrijk, als Beppe Grillo in Italië straks incontournabel is, of als Angela Merkel het niet haalt in Duitsland, zou het volgens velen gedaan kunnen zijn met de Europese samenwerking. Sommigen zien de Unie in slow motion in elkaar zakken, er zijn er ook die menen dat het met een spectaculaire klap zal gaan. De ene betreurt het, de andere juicht het toe, maar steeds meer waarnemers lijken er vanuit te gaan dat we de laatste stuiptrekkingen meemaken van het integratieproject.

    Sinds 2009, toen de eurocrisis losbarstte, zit de Unie permanent in een alarmtoestand. De ene uitdaging volgt de andere op, en het Europese antwoord stelt klaarblijkelijk altijd teleur. De vluchtelingenproblematiek wordt niet kordaat aangepakt, een gemeenschappelijke strijd tegen het terrorisme lijkt er niet van te komen, onthullingen over grootschalige belastingontwijking tonen aan hoe landen elkaar de allergrootste bedrijven proberen af te vangen. Iedereen voelt aan dat een gemeenschappelijke aanpak efficiënter zou zijn, maar het komt er niet van, om een of andere reden.

    Meer luisteren naar de mensen?

    Die ‘een of andere reden’ heeft alles te maken met meningsverschillen tussen de lidstaten. Iedereen zegt tegenwoordig dat Europa ‘meer naar de mensen moet luisteren’. Maar de vraag is: naar welke mensen? Naar de Grieken, die massaal voor een heel linkse regering kozen? Of naar de Hongaren, die nog massaler voor een heel rechtse regering stemden? Moet er naar de Denen worden geluisterd, of naar de Ieren? Naar de kiezers van Bart De Wever? Of naar die van Raoul Hedebouw? Als de Europese Unie slechts strompelend vooruit gaat, dan is het niet zozeer omdat ze te weinig luistert naar de mensen, maar omdat ze er te veel naar luistert en er horendol van wordt. Er leven uiteenlopende visies en meningen, er bestaan velerlei belangen en prioriteiten in zo’n club van 28 landen. De Unie heeft de neiging om maar beleid te voeren als daar een uiterst breed draagvlak voor is. En laat dit het probleem zijn: de uitdagingen van vandaag kunnen op heel verschillende manieren worden aangepakt, en er is geen eensgezindheid. Dat is ook niet abnormaal. Het zou gek en verontrustend zijn als iedereen precies hetzelfde denkt.

    Maar het gevolg is dat de Europese Unie in tijden van crisis geen spectaculaire maatregelen neemt. Wat is de juiste vluchtelingenaanpak? Die van Duits kanselier Angela Merkel, met wir schaffen das? Of die van Hongaars premier Viktor Orban, met hoge prikkeldraad? Hoe moet de eurocrisis worden aangepakt? Met grote solidariteitsfondsen? Of met meer besparingen? Voor veel van de huidige problemen bestaat er trouwens geen wonderoplossing. En experts verschillen over het algemeen ook al geheel van mening over de beste aanpak. De grote sprong vooruit is politiek bijgevolg niet haalbaar omdat er geen begin van overeenstemming is over de richting van de sprong.

    Wat de Europese leiders dan uiteindelijk doen, is deeloplossing na deeloplossing verzinnen, meestal pas als ze met de rug tegen de muur staan. Als ze bijeenkomen tijdens alweer een crisisvergadering nemen ze hooguit kleine maatregelen, de ene al succesvoller dan de andere.

    Op het spel

    Maar wat houdt die Europese leiders eigenlijk aan de onderhandelingstafel, crisis na crisis, dag na dag en nacht na nacht? In tegenstelling tot wat Wilders, Farage, Le Pen, en soortgenoten beweren, gaan de meeste politici met beleidsverantwoordelijkheid ervan uit dat ze de uitdagingen van vandaag niet meer elk apart kunnen aanpakken. De zoektocht naar een gemeenschappelijke aanpak verloopt moeizaam, en vraagt veel water bij de wijn. Maar de individuele aanpak zou helemaal de slag in het water zijn.

    Bovendien staat er veel op het spel. De Unie werd het meest welvarende gebied in de wereld: nergens is er een plek waar 500 miljoen mensen gemiddeld zo welvarend en gezond zijn, waar ze zo goed sociaal beschermd zijn en zo lang leven. In vergelijking met de rest van de wereld is de Europese Unie een oase van rust, stabiliteit en welvaart. Dat komt minstens gedeeltelijk omdat er in de voorbije decennia werd samengewerkt en er een gemeenschappelijke markt tot stand kwam. Sommigen deden hier meer voordeel mee dan anderen, maar over het algemeen gesproken, bracht ze meer groei, banen en inkomsten. Die gemeenschappelijke markt werd bovendien geen vrij westen, maar een sterk gereglementeerde markt: er is een hoog niveau van consumentenbescherming en voedselveiligheid, speelgoed beantwoordt aan strenge normen en bedrijven moeten zich houden aan allerlei milieunormen. Of er genoeg regels zijn, is nog een andere vraag. Maar het zijn er wel meer dan waar ook ter wereld.

    In geen enkele lidstaat is er vandaag een regering aan de macht die de ene markt, en daarmee samenhangend ook de ene munt en het vrij verkeer wil opgeven.

    Het is niet wat het lijkt

    Omdat ze één markt uitbouwden, raakten de economieën van de lidstaten diep met elkaar verweven. De problemen van één land worden dan al snel ook de problemen van de andere landen. Bij nieuwe uitdagingen zit er dan ook niets anders op dan samen te zoeken naar een oplossing. Over de Europese samenwerking hangt de laatst tijd een sfeer van depressie en mismoedigheid.

    Maar het is niet wat het lijkt. Wie van op enige afstand kijkt, ziet dat Europa het voorbije jaar, en eigenlijk de hele periode sinds 2009, spectaculair aan macht en invloed won.

    Lidstaten moeten jaarlijks hun begroting voorleggen aan de Unie en moeten wachten op groen licht voor ze die kunnen uitvoeren. Het toezicht op de banken werd de lidstaten ontnomen, en wordt nu uitgevoerd door de Europese Centrale Bank. Er zijn permanente noodfondsen opgericht om tussenbeide te komen als landen op de private markten geen leningen meer kunnen aangaan.

    Er kwamen hotspots waar vluchtelingen gescreend en geregisteerd worden door Europese teams, en nog maar enkele weken geleden werd er een soort Europese grenswacht opgericht.

    Defensieaankopen verlopen meer gezamenlijk, en de voorbije jaren zijn er verschillende gemeenschappelijke militaire operaties uitgevoerd, onder Europese vlag. In stilte wordt volop gewerkt aan de uitbouw van een soort Europees leger, met hoofdkwartier en al.

    Inlichtingendiensten wisselen meer gegevens uit dan ooit tevoren, en in de strijd tegen belastingontwijking worden belangrijke stappen gezet. Er is zelfs wetgeving in de maak om bedrijfsbelastingen voortaan op een meer gemeenschappelijke manier te berekenen.

    Er is een Europees klimaatplan dat, in vergelijking met eerdere plannen of in vergelijking met de rest van de wereld, best wel ambitieus is.

    De Unie stelde sancties in tegen Rusland, naar aanleiding van wat er in Oekraïne gebeurde, en blijft ze telkens verlengen.

    Was het vroeger beter?

    Sinds 2009 is de EU de hele tijd in crisis, maar toch is ze sindsdien alleen maar machtiger geworden. Er is geen Europese CIA opgericht, het klimaatplan kan nog veel ambitieuzer, een echt leger is er nog niet, bij het begrotingstoezicht worden er nog oogjes toegeknepen, sancties tegen Rusland kunnen straffer, en we zijn nog lang niet bij een Europese vennootschapsbelasting. De Verenigde Staten van Europa is bijgevolg nog niet opgericht, en zal er ook niet snel komen.

    Maar tegelijk is het haast onvoorstelbaar hoeveel stappen er wél gezet worden, en dan nog in de meest moeilijke omstandigheden. Zaken die een paar jaar of zelfs enkele maanden geleden, nog helemaal taboe waren, worden nu gezamenlijk, of minstens in intensief overleg, aangepakt.

    Waarnemers van de Europese politiek kijken soms met heimwee terug naar het verleden, toen de sfeer zogezegd beter was en er nog echte leiders waren. Maar ze vergeten dat Europa toen veel machtelozer was, amper bevoegdheden had, en zich bijgevolg met veel minder zaken bezig hield. Thema’s die vandaag volop spelen, stonden tien of twintig jaar geleden nauwelijks of niet op de agenda.

    Vandaag wel, en de Europese reactie is er een met veel aarzeling. Het is een geploeter van deelmaatregel naar deelmaatregel. Het stokt en het rommelt en het hapert. Maar het valt niet stil, en keert vooral nooit om.

    Als het erop aankomt

    Natuurlijk staat de Europese Unie voor grote uitdagingen, zeker sinds de opkomst van politieke partijen die haar bestaansreden onomwonden in vraag stellen. Bovendien is er ook de brexit: straks starten er onderhandelingen die er voor het eerst in de geschiedenis toe zullen leiden dat een land de Unie zal verlaten.

    Maar tegelijk is er de vaststelling dat we ruim een half jaar na het Britse referendum nog niet veel brexit gezien hebben. De Britse regering probeert nog altijd een onderhandelingspositie te bepalen, en de kans is reëel dat er uiteindelijk een regeling wordt uitgewerkt die er heel ingewikkeld uit zal zien, maar niet erg veel verschilt van de huidige situatie.

    Halfweg 2015 dreigde de Griekse premier Tsipras er met een uitgesproken mandaat van zijn bevolking mee om het Europese besparingsprogramma niet meer uit te voeren. De spanning liep op en het einde van de euro werd nog maar eens voorspeld. Maar finaal ging Tsipras plat op de buik. Er bleek maar één ding erger dan het zware besparingsplan uitvoeren: de speelbal worden van ontwikkelingen waar een land apart geen greep op heeft.

    Hongaars premier Viktor Orban gebruikt ook geregeld straffe taal. Hij zou de binnengrenzen weer controleren, en de doodstraf invoeren. Daarmee zou hij zichzelf uit de Unie zetten. Maar als het erop aankomt, krabbelt hij telkens terug. Ook hij beseft dat het Europees lidmaatschap zijn land voordelen oplevert die verdwijnen als hij uit het project zou stappen.

    Stuiptrekkingen, maar van wie?

    Het is voor een vis erg moeilijk om nattigheid te omschrijven. Zo is het ook voor een waarnemer van de Europese politiek erg moeilijk om precies te omschrijven wat er hier op dit continent aan de hand is. We zitten er namelijk middenin. Het overheersende gevoel is dat van crisis en teleurstelling. En er is de verwachting dat de Unie aan invloed zal verliezen.

    Maar in de feiten stellen we vast dat de macht van Europa de voorbije periode alleen maar bleef groeien. Nooit werden er meer zaken door de Unie aangestuurd, gecoördineerd, besproken of beslist dan vandaag.

    Misschien maken we vandaag niet zozeer de laatste stuiptrekkingen van de Unie mee, maar die van de natiestaten. Want die laatste verliezen in hoog tempo aan macht en impact. Er zijn maar weinig nationale politici die zich daar comfortabel bij voelen. Niemand relativeert graag zijn eigen bedrijf, en machtsafdracht gaat haast nooit gepaard met enthousiasme.

    Als vandaag de Europese Unie meer greep heeft op nationale begrotingen, op grensbewaking, op defensie en straks op bedrijfsbelastingen of inlichtingendiensten, is dat omdat het van moetens is.

    Vluchtelingen, terreur, klimaat, grootschalige belastingontwijking, … Deze thema’s vragen om een gemeenschappelijke benadering, en al zeker op een continent waar de landen economisch al zo sterk aaneen klonterden. Die gezamenlijke aanpak komt er natuurlijk niet zonder slag of stoot, want ieder land heeft eigen belangen en prioriteiten en een visie op wat de beste aanpak is. Maar finaal is er ook de realiteit: problemen van de 21e eeuw kunnen nooit nog effectief land per land worden aangepakt. En daarom wordt er samengewerkt, vaak weinig enthousiast, maar omdat er geen alternatief is.

    De geschiedenis keert nooit op haar stappen terug

    De geschiedenis is een opeenvolging van organisatievormen: we organiseerden ons al in holen, nederzettingen, vorstendommen, stadsstaten en op allerlei andere manieren. Ergens in de negentiende eeuw bleek het nuttig om ons te organiseren in natiestaten. Maar er komt een moment waarop die natiestaten niet functioneel meer zijn, en dan komt er iets anders. Zo gaat het al de hele geschiedenis. Het is wellicht zo’n overgang die we vandaag meemaken: het afscheid van de natiestaten, en de vervanging door een structuur die meer geschikt is om greep te krijgen op de uitdagingen van tegenwoordig.

    De geschiedenis stottert wel eens, maar terugkeren op haar stappen doet ze nooit. Daarom is de voorspelling dat we nu het einde van de Unie meemaken en de terugkeer naar de natiestaat vanuit historisch perspectief erg onwaarschijnlijk. Maar tegelijk verloopt de overgang naar een nieuwe wereld nooit zonder slag of stoot. De nostalgie naar oude vormen en structuren is erg hardnekkig. Maar de problemen en uitdagingen van vandaag gaan niet meer terug in de fles. Ze zullen blijven vragen om een aanpak die de grenzen van de staten overschrijdt. Als het niet de Europese Unie is, dan toch iets dat er sterk op lijkt.