Meest recent

    Ik, Europa, een vrouw van zestig - Maja Wolny

    Hoe moet het verder met dit zo vitale en enthousiaste Europese project? Heeft de visie van eenmaking en solidariteit tussen de Europese landen na de brexit nog een toekomst? Op haar zestigste verjaardag viert mevrouw Europa geen uitgebreid feest. Zal 2017 een cruciaal jaar voor haar worden?
    opinie
    Opinie

    Maja Wolny is een Poolse schrijfster en journaliste. In 2003 verhuisde ze naar België en ze werkte er als correspondente, boekhandelaar, museumdirecteur en columniste. Ze woont afwisselend in het Poolse Kazimierz Dolny en in Koksijde aan de Belgische Kust.

    Ik ben een oude vrouw en ik voel mij nog ouder dan ik ben. Iedereen zegt dat zestig nog niet zo oud is, want nu is ‘sixty the new forty’ geworden. Ook hoor je dat ‘sexy at sixty’ best wel kan. Maar ik, Europa, voel mij helemaal niet sexy.

    Tijdens mijn lange leven heb ik zeer hard gewerkt en veel ondankbare kinderen gebaard. Mijn liefdesleven is ook geen pretje: sinds enkele maanden ben ik gescheiden en ik kan zelfs mijn verdriet niet uiten, want voor de buitenwereld moet ik mij sterk houden.

    Soms vraag ik mij af of ik onder een ongelukkige ster ben geboren. Mijn bestaan begon op de kruising van eeuwig botsende beschavingen: ik ben een kind van een ouderwetse mariage de raison tussen een Franse moeder en een Duitse vader. Ik groeide op in Brussel en Straatsburg, hoewel ik mij beter zou voelen in mijn geboortestad Rome.

    De jeugd

    Tijdens mijn kindertijd wist ik nog niet goed in welke richting ik mij wou ontwikkelen. Mijn ouders en een aantal rijke familieleden hielden mijn lot stevig in handen. Ik droomde van meer vrijheid, meer eenheid en ja, van veel meer liefde dan wat ik thuis had gekregen. Gelukkig had ik fantastische leerkrachten, echte visionaire denkers die mij hebben gevormd tot wie ik nu ben. Als ik terugblik op mijn jeugd, kan ik niet zonder ontroering denken aan het naoorlogse enthousiasme, de vitale geest van vernieuwing en moderniteit.

    Loopbaan als een snelle trein

    In het begin van mijn carrière kreeg ik nog niet zo veel macht en gehoor, maar langzaam bouwde ik toch iets merkwaardigs op. In mijn beginjaren was ik gul met geld, met huizen, met privileges…Veel van mijn zakelijke en politieke partners zagen in mij een zwakke, rijke prooi die je gemakkelijk overhaalt na een paar glaasjes goede champagne. En ja, ik flirtte met velen, en later had ik er spijt van.

    Maar ik heb ook zo veel goeds gedaan: van Athene tot Zaragoza zorgde ik voor nieuwe wegen, ziekenhuizen, scholen, snelle treinen en moderne luchthavens en dat zijn enkel de zichtbare, materiële kanten van mijn beleid. Mijn visie van eenmaking en solidariteit was misschien de meest gewaagde en inspirerende die ooit in de internationale politiek is getoond.

    De rimpels

    Op mijn zestigste verjaardag ga ik geen uitgebreid feest vieren. Onlangs riep ik mijn schatbewaarder bij mij en schrok ik toen ik mijn vervormde gezicht weerspiegeld zag in de blinkende bodem van de kist. De onuitputtelijke bronnen van rijkdom geraken langzaam leeg, mijn rimpels ogen groot. Ik dacht toen om te stoppen, om gewoon met pensioen te gaan, zoals het na een druk beroepsleven hoort. Maar ik heb zelf de mensen opgeroepen om langer te werken, ik heb overal de pensioenleeftijd opgetrokken in mijn onvermoeibare bevlogenheid van toen.

    Ik ben niet meer aantrekkelijk. Daarom verliet mijn Britse partner mij voor goed. We waren samen sinds mijn zestiende, sinds 1973: Ik zag het niet aankomen, hoewel we, zoals elk koppel, veel problemen hadden. Maar niks leek onoverkomelijk. We gingen samen door het leven en gaven elkaar vleugels. Ik had zijn coole dapperheid altijd zo hard nodig… Nu onze echtscheiding een feit is, word ik bang voor onze kinderen. Tijdens Kerstmis zag ik in de ogen van sommigen dezelfde wanhopige blik als van mijn weggelopen partner, een mengeling van vastberadenheid, haat en minachting. Ik weet dat ze achter mijn rug giftige gesprekken voeren met mijn vijanden. Ze vinden mij ouderwets en geven me de schuld van al wat fout gaat: armoede, bankencrisis, onrust in het Zuiden…. Ze vinden mij te laks, te tolerant, te uitnodigend en tegelijkertijd haten ze mijn gevoel voor orde, mijn obsessie met papierwerk en regels.

    Illusie van macht

    Ja, ik hou van regels en dossiers. Mijn paleizen staan vol woordenboeken, encyclopedieën en wetboeken. Ik spreek alle talen van mijn koninkrijk. Maar dat vinden de ondankbare kinderen overbodig.

    Liefst zouden ze mij ergens in een Brusselse hoge toren opsluiten met een schaakspel of een computergame als illusie van invloed en macht. Dan zouden ze mijn werk langzaam kapot maken: tijdelijke crisismaatregelen invoeren, die ze nooit meer zouden opheffen. Opnieuw de grenzen installeren in mijn koninkrijk, het wantrouwen zou terugkeren, de nieuwe gevangenissen zouden zich met duizenden mensen vullen.

    Ik ben bang dat het jaar dat nu begint, 2017, mijn zestigste levensjaar, het einde aan mijn gezonde bestaan zal betekenen. Al jaren vecht ik met pijn en ontstekingen. Overal hoor ik dat ik niet de juiste, veel te harde dan wel te zachte middelen heb genomen. De medici van het Oosten, de Pool Kaczyński en Hongaar Orban, hebben een andere aanpak. Ze zijn radicaal in hun methodes en spreken zonder meel in hun mond: mijn slechte toestand heb ik aan mezelf te denken en nu moet ik volgens hen een bloedtransfusie ondergaan. Ik zou mij minder moeten moeien met kleine dingen, enkel over de essentie waken en niet meer luisteren naar de “Duitse knoeiers” die zo slecht voor mijn immuniteit hebben gezorgd.

    Hoogmoedige besmetting

    Ik wou mijn bloed verdunnen, mijn bloed aan anderen schenken en helaas heb nu vreemde virussen in mijn lichaam die telkens nieuwe ontstekingen veroorzaken. Ja, ik heb misschien te veel vertrouwen in Berlijnse klinieken gehad. Ik was te optimistisch over mijn eigen kunnen. De oude Grieken spraken over hybris, de hoogmoed die verblindt in zijn ongebreidelde heerszucht tegen de door de goden vastgelegde wereldorde.

    Ik hoor van mijn spionnen dat steeds meer volkeren er aan denken mijn koninkrijk te verlaten. Ze lusten deze oude vrouw niet meer. Ze willen mijn gezicht niet meer zien op de gouden munten. Ze willen over alles zelf beslissen alsof zulk een zware last een gunst zou zijn. Ik had een droom. Ik wou een nieuw soort orde en algemeen geluk in mijn koninkrijk. Maar ergens tijdens de dagelijkse routine van wetten, traktaten en steunmaatregelen die mijn droom waar zouden maken, verloor ik mijn ziel en schoonheid. Op mijn zestigste ben ik eenzaam, arm en ongezond. Toch wil ik nog steeds leven, misschien niet meer in paleizen, maar ergens dichterbij mijn volk. Ik wil nog graag een toekomst zien en er in geloven. 2017 is mijn strijdjaar. Duim voor mij.

    Uw genegen,
    Europa.